Darmbacteriën dempen angst bij muizen

Muizen zijn minder angstig en depressief als ze voedsel krijgen waaraan de darmbacterie Lactobacillus rhamnosus is toegevoegd. Deze bacteriesoort zit al in sommige probiotische yoghurts en drankjes vanwege bewezen en vermeende gunstige effecten op de stoelgang. Het effect op gedrag is nieuw.

Dat de aan- of afwezigheid van darmflora muizengedrag beïnvloedt was al bekend. Nu is het voor één van de vele soorten darmbacteriën aangetoond en er is een verklarend mechanisme gevonden. Ierse en Canadese onderzoekers maken dat vandaag bekend in Proceedings of the National Academy of Sciences.

Hun onderzoek was eenvoudig van opzet. Zestien muizen kregen dagelijks eten waaraan L. rhamnosus was toegevoegd, zestien andere dieren moesten het zonder bacterie stellen. De muizen met L. rhamnosus in hun dieet waren minder angstig: ze liepen tijdens een angst- en depressietest vaker langs een steile afgrond dan hun rhamnosusloze soortgenoten.

De onderzoekers toonden ook aan dat L. rhamnosus veranderingen in de hersenen veroorzaakt. In de amygdala, het hersengebied dat betrokken is bij het verwerken van angstprikkels, was de activiteit van bepaalde hersengenen verlaagd. Daarmee lijkt de werking van L. rhamnosus op die van een klasse angstremmers waartoe Valium en oxazepam behoren.

De antidepressieve effecten van L. rhamnosus verdwenen toen de onderzoekers de nervus vagus doorsneden. Deze zenuw geeft signalen vanuit de maag en darmen door aan de hersenen. Ook bleef de activiteit van de hersengenen hetzelfde. Hiermee tonen de onderzoekers aan dat er een directe verbinding bestaat tussen darmbacteriën, het centrale zenuwstelsel en gedrag.

De onderzoekers zijn van plan om het onderzoek te herhalen met dode bacteriën. Ook schrijven zij dat het verband tussen darmflora en gedrag nu ook eens in andere diersoorten onderzocht moet worden – veruit het meeste onderzoek naar de interacties tussen bacteriën, darmen en hersenen gebeurt bij knaagdieren.