Brieven over Buruma

Buruma politiseert het rechtersambt verder

Aspirant-raadsheer Buruma bij de Hoge Raad heeft zijn lidmaatschap van de PvdA opgezegd in een poging eventuele zorgen over zijn functioneren als rechter bij de PVV-aanhang weg te nemen (NRC Handelsblad, 27 augustus). Vanzelfsprekend is Buruma vrij lid te zijn van welke politieke partij dan ook en daar ook op te stappen. Doorgaans ligt aan zo’n stap onvrede met standpunten van die partij ten grondslag. Bij Buruma is dat duidelijk niet het geval; hij heeft voor zover mij bekend nog niet aan Wilders zijn excuses gemaakt voor zijn bijdrage aan het PvdA-verkiezingsprogramma of zijn eerdere uitspraken over de PVV. Het lijkt me dan ook maar zeer de vraag of die aanhang gerustgesteld zal zijn met de wetenschap dat de Hoge Raad ten minste één crypto-sociaal-democraat onder haar gelederen telt.

Verstandiger en karaktervoller ware het geweest als Buruma (nogmaals) had uitgelegd dat het in een functionerende democratie een groot goed is dat ook rechters ten volle lid kunnen zijn van een politieke partij. Hooguit kan het verstandig zijn om als rechter terughoudendheid te betrachten in actuele politieke discussies. Buruma had er beter aan gedaan te benadrukken dat de rechter rechtspreekt volgens het recht en niet volgens eigen politieke overtuiging. Zijn motivering voor de beëindiging van zijn lidmaatschap is, hoe je het ook wendt of keert, tevens de mededeling aan zijn collega-rechters dat het lidmaatschap van een politieke partij het vertrouwen in rechters bij burgers van andere politieke kleur, aantast. Zo politiseert Buruma het rechtersambt verder. Tot schade van het aanzien van rechterlijke macht en rechtsstaat.

Lute van der Linde

Den Haag

Rechters moeten staan voor hun opvattingen

Ivo Buruma heeft zijn PvdA-lidmaatschap opgezegd om de zorgen bij PVV-aanhangers weg te nemen. Hij zegt: „Er zijn nu misschien wel anderhalf miljoen mensen die denken dat ik geen goed recht over ze spreek omdat ik bij de PvdA ben. Dat wil ik niet.” Vergelijk dat met de uitspraak van Wilders over het proces dat tegen hem gevoerd is: „Als ik niet zou worden vrijgesproken dan hebben denk ik miljoenen mensen in Nederland terecht geen vertrouwen meer in de rechterlijke macht in Nederland. Ik hoop dat dat niet gebeurt, want ik kan die mensen dan niet meer ongelijk geven als ze een bijl zetten aan de wortel van wat toch iets heel belangrijks is in Nederland.” Wilders vindt dat het vertrouwen in de rechtspraak wegvalt als hij veroordeeld wordt en Buruma vreest datzelfde omdat hij lid is van een bepaalde politieke partij.

Nu is de heer Wilders de eenmansleider van een partij waarvan je geen lid kunt worden; donateur van een niet-openbare rechtspersoon is het maximum wat je als belangstellend burger kunt bereiken. En we weten allemaal: wie betaalt, bepaalt, dus welke mensen echt aan de touwtjes van de PVV trekken is onbekend.

Bij de PvdA – waar ik al jaren geleden uit onmin met het gevoerde beleid uitgestapt ben – ligt dat anders; daar wordt wel openheid van zaken gegeven en is sprake van een gewoon ledenbestand met zeggenschap van de leden. Voor het lidmaatschap van een dergelijke partij hoef je je dan ook niet te schamen en het is een van de kernpunten van een democratie dat sprake is van vrijheid van vereniging en vergadering. Dat Buruma deze vrijheid opgeeft met eenzelfde soort redenering als die welke door Wilders is gebruikt, is dan ook dieptreurig. Politici en rechters moeten in een democratie staan voor hun opvattingen en niet buigen voor populistische drogredeneringen of ze zelf overnemen.

J. Th. Degenkamp

Emeritus hoogleraar rechtswetenschap Rijksuniversiteit Groningen