Boek, papier, sigaret en de dood

In een nieuwe biografie van Josep Brodsky (1940-1996) wemelt het van de kleine essays, treffende details en aardig momenten. Zoals bijvoorbeeld dat hij liever met vulpen schreef dan met balpen en altijd zwarte inkt gebruikte.

‘Er zijn veel opmerkelijke episoden in het leven van Brodsky. Zoals het rare verschijnsel dat er in 1965 in New York al een dichtbundel van hem verscheen, samengesteld uit samiz-dat-bronnen, zonder dat hij het wist, terwijl het hem niet lukte in Rusland een bundel uit te brengen. Hij werd daar tegengewerkt, en hij wenste zich trouwens ook niet aan de heersende ideologie aan te passen. Of neem het feit dat hij in 1972 heel snel het land werd uitgezet, terwijl hij zelf, ondanks zijn slechte ervaringen, nog wel wilde blijven. of neem het wonderlijke verschijnsel dat hij er in slaagde in zijn nieuwe taal, het Engels, heel snel een groot essayist te worden. Hij, voormalig ‘parasiet’, werd in zijn nieuwe vaderland, Amerika, succesvol en rijk: docentschappen, literaire prijzen, eredoctoraten. Hij werd Poet Laureate. Hij won de Nobelprijs. En overleed veel te lang.

Stof genoeg voor een biografie. Maar het belangrijkste van een leven voltrekt zich vaak niet in de grote openbare gebeurtenissen, maar achter de schermen. Wezenlijker dan het krankzinnige proces tegen Brodsky is dat hij op hetzelfde moment werd bedrogen door zijn vriendin Marina Basmanova en zijn beste vriend Dmitri Bobisjev. Toen hij daar achter kwam, sneed hij zijn polsen door, maar hij werd op tijd gevonden.’

Abonnees kunnen de volledige bespreking van de biografie van Joseph Brodsky hier lezen.