Vergelijker van de wereldliteratuur

Generaties studenten letterkunde lazen de studie over vergelijkende literatuur die Douwe Fokkema schreef met Elrud Ibsch. Vorige week overleed de wetenschapper.

Deze maand nog verscheen Perfect Worlds, een meer dan 400 pagina’s dikke studie over utopische fictie in China en het westen, het laatste boek van Douwe Fokkema. Hij gold als een van de grondleggers van de literatuurwetenschap in Nederland. De sinoloog en emeritus hoogleraar overleed vorige week in zijn woonplaats Amstelveen.

In Perfect Worlds doet Fokkema voor het laatst wat hem een grote wetenschappelijke reputatie opleverde: het tegen elkaar afzetten van literatuur uit verschillende landen, daarmee impliciet culturen vergelijkend. Vooral China had zijn grote belangstelling. In de inleiding van zijn laatste boek memoreert Fokkema (1931) hoe hij eind jaren zestig als Nederlands diplomaat (hij had Nederlands gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam) was gestationeerd op de ambassade in Peking, waar hij de Culturele Revolutie van nabij meemaakte. Hij schreef er Standplaats Peking. Verslag van de Culturele Revolutie (1970) over. Toen was hij alweer teruggekeerd in Nederland, waar hij razendsnel carrière maakte aan de Utrechtse universiteit.

Hij groeide uit tot een van de prominentste literatuurwetenschappers van Nederland en publiceerde met zijn echtgenote Elrud Ibsch het standaardwerk Het Modernisme in de Europese Letterkunde 1910-1940 (1984), waarin zij schrijvers als Marcel Proust, James Joyce en Thomas Mann verbonden met Nederlandse schrijvers. Toen Karel van het Reve in 1978 met zijn legendarische Huizinga-lezing ‘Literatuurwetenschap: het raadsel der onleesbaarheid’ de aanval opende op de literatuurwetenschap, leidde Fokkema de tegenaanval met een stuk in deze krant.

Fokkema beperkte zich niet tot zijn wetenschappelijke werk: in 1957 debuteerde hij met de poëziebundel Rivieren. In de jaren negentig publiceerde hij twee romans: Zichtbare steden en Marco’s Missie.