Vele mijlen leggen, tussen doen en zeggen

Voor mij ligt een boekje getiteld Spreukenboekje van Oma de Koning. Het is in 1998 in eigen beheer uitgegeven door T. Pietersen-de Koning en het bevat, verdeeld over acht thema’s, precies 120 spreekwoorden en uitdrukkingen, bij leven gebezigd door oma De Koning.

Wie was oma De Koning? „Zij had alleen de Lagere School doorlopen en is toen gaan ‘dienen’”, lezen we in het korte voorwoord van haar dochter. „Met spijt vertelde ze dat ze als eerste haar vinger opstak als er een hotemetoot van de Zusters uit Amersfoort in de klassen kwam vragen wie er zuster wilde worden. Moeder las veel, ze verstopte haar leesboek onder de stopmand en als vader weg was om de wereld te verbeteren, las ze verder.”

Oma De Koning – bij het bevolkingsregister bekend als Johanna de Koning-van Zwieten – werd in 1883 in Vlaardingen geboren en stierf in 1969. Zij kende „ellenlange verzen en gedichten” uit het hoofd en ze beschikte dus over een uitgebreid arsenaal zegswijzen, voor allerlei omstandigheden.

Zo zei ze bijvoorbeeld, als een van de kinderen haar om geld vroeg: ik ben geen paardje schijtegeld. En als iemand meer uitgaf dan verantwoord was: het walletje moet bij het schuurtje blijven.

In de rubriek ‘Huis’ vinden we onder meer: as as meel was, aten we iedere dag pannenkoeken; veel heb je nodig, maar met weinig kun je het doen;wat het huis verliest, brengt het huis weer terug; en: je gang is geen doktersgang (‘kalm aan’).

En in de rubriek ‘Vrijen en trouwen’: de speelman is van het dak gevallen (bij de geboorte van het eerste kind); een ijsvrijer houdt niet lang; en: je hebt het eerder dan de 100.000 (‘je bent zó zwanger’).

Er zijn ook nog rubrieken ‘Eten en drinken’ (waar ’t naartoe gaat is ’t donker), ‘Maatschappij’ (als hadden komt, is hebben te laat) en ‘Kerk en geloven’ (geloven doe je in de kerk).

De collectie bevat relatief veel rijmende zegswijzen en volkswijsheden. Een greep: elke man brengt zijn rommel an; je kunt ze wel minnen, maar niet zinnen; een man moet wel alles eten, maar niet alles weten; moeder van de vloer, schip zonder roer; en: vele mijlen leggen, tussen doen en zeggen.

Ik heb wel vaker dit soort boekjes gezien. Ik vermoed dat ze in talloze families zijn of worden gemaakt. Ze zijn bij mijn weten nooit systematisch verzameld en dat is natuurlijk ook lastig. Toch zou dat mijns inziens wel moeten gebeuren, want het zijn nuttige en interessante bronnen – niet alleen voor taalonderzoek, ook voor ander cultuurhistorisch onderzoek.

Als het om familieboekjes gaat, vermoed ik dat ze heel vaak de taaleigenaardigheden van moeders of oma’s bevatten. De reden is simpel: vrouwen spelen van oudsher een grotere rol in de opvoeding, en je onthoudt dergelijk markant taalgebruik doorgaans uit je jeugd. Er worden trouwens ook collecties aangelegd buiten de familiekring: het opmerkelijke taalgebruik van een baas, docent of collega bijvoorbeeld. Ook die zijn interessant.

In het Spreukenboekje van Oma de Koning kwam ik tientallen uitdrukkingen en volkswijsheden tegen die ik niet kende. Sommige bleken nergens te vinden, in andere gevallen ging het om varianten. Zo zei oma De Koning: verbeelding is erger dan de driedaagse koorts, een variant van de inbeelding is erger dan de derdendaagsche koorts, een zegswijze uit de 18de eeuw.

Bijzonder is dat T. Pietersen-de Koning dit boekje bijna dertig jaar na de dood van haar moeder maakte. Zoveel jaar na de dood van je moeder uit het hoofd (ik heb dit nagevraagd) 120 uitdrukkingen opschrijven die haar zelfs voor een vreemde tot leven wekken, ik moet bekennen dat het mij ontroerde.

Bezit u ook een verzameling familie-uitdrukkingen? En bent u bereid een exemplaar af te staan?Mail naar dan naar post@ewoudsanders.nl.

    • Ewoud Sanders