Tussen hleb en kruh zit nog de oorlog

Post van Servische vrienden, op vakantie in buurland Kroatië. Ze hebben het zalig, schrijven ze. Het eiland is schitterend. De vis vers. Ivanka is wel gelijk op de eerste dag zo dom geweest bij de bakker het Servische woord voor brood te gebruiken, hleb.

Servisch en Kroatisch (vroeger: Servo-Kroatisch) zijn vrijwel eender, maar Kroaten noemen hun brood kruh. Sinds het bloedvergieten in de jaren negentig, toen Kroatië zich tegen de wil van veel Serviërs van Joegoslavië losmaakte, maakt dat verschil. „Maar ons hotelraam is niet ingegooid”, schrijven de vrienden opgelucht.

Serviërs van boven de 25 hebben vaak fijne jeugdherinneringen aan de Kroatische kust. Toen Joegoslavië nog bestond, hadden veel Servische families er een huisje. Nu liggen de aantrekkelijke baaien en eilanden in een buurland waar ze zich ongemakkelijk voelen en waarmee – ook politiek – nog niet alle spanning uit de lucht is. Het gemis aan ‘eigen’ kust dringt nu het dagenlang boven de 30 graden is, weer even diep door.

Buurmeisje Suzana informeert of ik denk dat ze naar Kroatië op vakantie zou kunnen. „Ik wil wel, maar ze haten ons.” Ze is, ondanks mijn geruststellende woorden, toch maar op een lange hete busreis naar Griekenland gegaan.

„Ze zijn nog niet klaar voor onze liefde”, zegt vriendin Jelena verzoenend, om de vakantievoorpret niet te drukken door gesprekken over politiek. Sinds vijf jaar gaat ze weer. Naar hetzelfde eiland en hetzelfde pension als vroeger met haar ouders. Na een jarenlange contactstilte is de band met de gastfamilie weer als vanouds.

Weer thuis volgen vaak lange nabesprekingen, waarbij elk detail telt. Met wat voor kenteken reed je rond? Durfde je die auto op een onbewaakte plek te zetten? En werd je wel geholpen in restaurants?

Vooral mannen beweren voor vertrek vol bravoure dat ze de hele vakantie Engels zullen praten, om niet te laten merken dat ze Serviërs zijn. Srdjan, een vertaler van eind dertig met acteertalent, probeert in cafés met veel Kroatische mannen een Bosnisch accent vol te houden. Ze vallen allemaal door de mand.

Sinds het begin van de economische crisis probeert Kroatië actief Servische toeristen terug te winnen met reclamecampagnes. Het is opboksen tegen de negatieve publiciteit. Incidenten worden in de pers breed uitgemeten. Het zijn er ieder jaar minder, maar het komt nog steeds voor dat auto’s met een Servische kenteken worden bekrast of de banden doorgesneden.

Kennissen die net terug zijn van een paar dagen in kuststad Split, hebben er een nare bijsmaak aan over gehouden, zeggen ze. De man van het stel is midden dertig en heeft een baard. Daarmee lijkt hij een beetje op de Servische barbaar zoals die in Kroatische strips fungeert. Hij is oud genoeg om tegen Kroaten te kunnen hebben gevochten. Dat merkt hij aan vuile blikken op straat, zegt hij.

In de auto hoorden ze op de radio een toespraak van de Kroatische premier ter gelegenheid van de jaarlijkse herdenking van Operatie Storm, het grote offensief waarmee voor Kroatië in 1995 de oorlog eindigde. Ze sprak haar waardering uit voor twee generaals die dit voorjaar in Den Haag tot lange straffen zijn veroordeeld voor hun aandeel in het verdrijven en vermoorden van Kroatische Serviërs uit die regio.

De schoonouders van Diana, mijn tandarts, hebben hun huis aan de Kroatische kust na de oorlog weer opgeknapt. Haar jonge zoontje ziet en hoort geen verschil tussen Servische of Kroatische vriendjes. Toen hij laatst een badhanddoek mocht uitkiezen, koos hij er een met een grote Kroatische vlag.

Diana lacht. „Ik heb gezegd dat het mocht, maar we laten die handdoek wel in dat huis.” In een Servisch zwembad maakt hij er waarschijnlijk geen vrienden mee.

Marloes de Koning

    • Marloes de Koning