Terug in de racetijd met Schumi en Bruno Senna

F1-coureur Sebastian Vettel won weer eens een Grand Prix, maar in Spa ging het vooral over vervlogen tijden.

„We hoopten allemaal dat hij hier weer wat moois kon neerzetten.” Oud-teambaas Eddie Jordan, die Michael Schumacher in 1991 op Spa liet debuteren, vond het zaterdag „heel zonde” dat de Duitser in zijn eerste kwalificatieronde crashte en daarom gisteren in de race achteraan moest starten. Dit weekeinde draaide immers om de man die precies twintig jaar geleden stormachtig in de Formule 1 debuteerde. Maar Schumacher moest uiteindelijk de aandacht delen met een andere grote naam uit het verleden.

Met de jubilerende ‘Schumi’, de succesvolste F1-coureur ooit, was de Belgische Grand Prix zwanger van historie en sentiment. In ’91 twijfelde de Duitser eraan of hij de kwaliteiten had om met vedetten als Ayrton Senna, Alain Prost en Nigel Mansell te wedijveren. „Je ziet ze als onaantastbaar”, blikte hij in Spa terug. „Maar toen ik hier mijn eerste rondjes reed, kreeg ik al snel zelfvertrouwen en dacht ik: waarom ook niet?”

Speciaal voor zijn jubileum droeg de Mercedes-coureur dit weekend een 20-karaat bladgouden helm. En na de eerste training op vrijdag stond hij zowaar weer eens bovenaan. „Een speciaal gevoel”, zei hij aan het eind van de dag, nadat hij optimaal gebruik had gemaakt van het wisselvallige weer. Met een knipoog: „Veel is hier de laatste twintig jaar veranderd, maar niet het weer.”

Zijn debuut twintig jaar eerder in de Jordan werd dit weekeinde door alle media aangehaald. Uit het niets kwalificeerde Schumacher zich destijds als zevende. Dat maakte indruk, „maar de overlevering is geromantiseerd”, zegt een Duitse journaliste. „Zijn zevende startplek verraste ons, maar er heerste niet de sensatie zoals die er nu aan wordt opgehangen.”

Schumacher was 22 jaar toen de mythe begon. Wie hem nu spreekt, ziet de eerste grijze haren. Hij is wat de Britten een ‘has been’ noemen. En na zijn vroege exit op zaterdag verstomde de aandacht voor de jubilaris en was er vooral sentiment rond Bruno Senna.

De neef van de legendarische Ayrton bewees meer dan slechts een naam te zijn door in de kwalificatie, net als Schumacher in ’91, de zevende tijd te rijden. Bruno (27) mocht dit weekend voor het eerst met de Lotus-Renault racen. De zwartgouden bolide met daarin de kanariegele helm: een kopie van het plaatje dat in 1985 op Spa werd geschoten. Toen behaalde Ayrton de tweede GP-zege van zijn imposante loopbaan.

De dag daarvoor had hij er nog wat bedremmeld bij gestaan. Zijn Lotus was van de baan geraakt. Sceptici schudden het hoofd waarin de herinnering aan zijn oom zit. „Natuurlijk weet ik van zijn zege destijds. Maar Ayrton heeft geen effect op wat ik hier probeer neer te zetten”, zei hij.

Hoe anders was de sfeer een dag later na de kwalificatie in het motorhome van Lotus-Renault? Terwijl de ogen van Braziliaanse journalisten in die van Bruno Senna bleven zoeken naar bevestiging van een herboren dynastie, sprak diens lichaamstaal boekdelen. „Ik kan niet verwoorden hoe blij ik ben, dit is meer dan ik voor mogelijk hield. Dat ik bij de snelste tien zat, was al een overwinning voor me. Daarna had ik weinig te verliezen en kon ik alles geven.”

En zo was de aanloop naar de race spraakmakender dan de Grand Prix zelf. Sebastian Vettel won weer eens. Hoewel dat voor het eerst in vijf races was, voelde dat niet zo. De titelverdediger finisht bijna nooit buiten het podium. Als hij in de resterende zeven races steeds als derde eindigt, wint hij nog de wereldtitel. De strijd om het WK is daarmee praktisch beslecht. Red Bull-teammaat Mark Webber en Jenson Button (McLaren) maakten het podium compleet.

„Negentien plaatsen goedmaken is een prachtig einde van een dito weekend”, zei Schumacher. „Het was emotioneel; ik heb genoten.” Hij herstelde zich na de sof van zaterdag en reed naar de vijfde plek. Bruno Senna veroorzaakte een aanrijding, kreeg een tijdstraf en vocht zich terug naar de dertiende plek. „Gezien mijn startpositie wilde ik hoger eindigen. Maar mijn ouders zijn blij, mijn opa en oma. Ik denk dat ik de naam Senna trots heb bezorgd.”

    • Jules Seegers