Schut speelt met tien nieuwe teamgenoten

Bij Utrecht-Roda stonden 18 andere spelers op het veld dan bij hetzelfde duel nog geen half jaar geleden. Utrechter Alje Schut deed als enige van zijn team opnieuw mee.

Clubliefde is voor veel profvoetballers niet veel meer dan een one-night-stand. En echte broodvoetballers beloven in de zomer eeuwige trouw aan de ene club, om na de winter weer juichend een ander embleem op een ander shirt te kussen.

Alje Schut (30) is ouderwets. De aanvoerder van FC Utrecht is bezig aan zijn dertiende seizoen bij de club. Hoe het is om door andere supporters te worden toegejuicht, weet hij niet. De verdediger speelt al zijn hele profvoetballeven bij FC Utrecht.

Zaterdag speelde de geboren Utrechter Schut voor de tweede keer in nog geen half jaar tijd een thuiswedstrijd tegen Roda JC. Hij was de enige speler van Utrecht die er voor de tweede keer bij was. In het duel van zaterdag, dat FC Utrecht met 3-1 won, had hij tien andere ploeggenoten dan in maart 2011.

Vier zijn er geblesseerd, zes zijn vertrokken. Doelman Michel Vorm verhuisde naar Swansea City in de Engelse Premier League toen het seizoen al was begonnen. Ricky van Wolfswinkel ging naar Sporting Lissabon, Dries Mertens en Kevin Strootman naar PSV, Michael Silberbauer verhuisde naar Young Boys in Zwitserland en Tim Cornelisse speelt nu voor FC Twente. Bij tegenstander Roda JC stonden in vergelijking met vorig seizoen ook acht andere spelers in het veld.

Schut heeft zich er maar bij neergelegd. „Het is het lot van een club als FC Utrecht”, zegt hij na afloop van de wedstrijd, nog druipend van de regen. Jonge spelers worden topspelers en gaan naar een topclub. „Utrecht moet dan weer van onder af spelers bij kopen, en die moeten zich weer bij de club ontwikkelen.” Zo gaat het al dertien seizoenen lang.

„Geld regeert het voetbal”, zegt Schut. „Je ziet maar heel weinig dat spelers blijven uit clubliefde en niet naar het geld kijken.” Hij wijst op Samir Nasri, die in Engeland vorige week Arsenal verruilde voor Manchester City. „Nasri speelde al bij een topteam. Maar hij laat zich gewoon verleiden door het salaris bij Manchester City. Zo gaat het op dit moment in de voetballerij.”

Makkelijk is het niet, telkens een nieuwe ploeg opbouwen. Dit seizoen is er veel veranderd bij FC Utrecht. Negen ploeggenoten gingen weg en er kwamen acht nieuwe bij. Dat merkt Schut in het veld. Hij ziet dat zijn ploeggenoten elkaar net een seconde te laat begrijpen. Het ontbreekt nog aan automatismen. In de wedstrijd tegen Roda JC wond hij zich op toen bij een ingooi twee ploeggenoten naar elkaar toe liepen, in plaats van ruimte te maken voor elkaar.

Hij merkte het bijvoorbeeld ook in het samenspel met de nieuwe Zweedse centrale verdediger, Marcus Nilsson. Die was gewend op een andere manier te verdedigen. „In Zweden laten verdedigers een spits lopen; pas als een aanvaller in de buurt komt gaan ze bij hem staan. Hier zijn we gewend tegenstanders te volgen, ook als ze zich laten terugzakken op het middenveld. Nilsson wist dat niet en liet in een oefenwedstrijd een spits lopen. Die kon daardoor de bal aannemen en een pass geven.”

Dat de transferperiode pas na de vierde competitiewedstrijd van het seizoen sluit, helpt ook niet mee. Vorige nog huurde FC Utrecht middenvelder Rodney Sneijder van Ajax, die bij zijn debuut meteen de belangrijke 2-1 maakte. Ook kwam rechtsback Daan Bovenberg over van Excelsior. Alje Schut: „Normaal gesproken heb je de voorbereiding om ingespeeld te raken. Na drie wedstrijden ben je wel een beetje aan elkaar gewend. Nu moet het in de competitie gebeuren en dat is een harde leerschool. Elke fout kan meteen punten kosten.”

Schut had graag gezien dat de ploeg van vorig seizoen bij elkaar was gebleven. Het was de beste ploeg waar hij ooit in speelde. Maar hij snapt zijn jongere oud-ploeggenoten ook wel. „Ricky van Wolfswinkel zou wel gek zijn om niet naar Sporting te gaan. Begrijp me niet verkeerd, ik vind het fantastisch hier, maar stadion José Alvalade is wel wat anders dan de Galgenwaard.”

De verdediger heeft zelf ook een paar keer de kans gehad om naar een andere club te gaan. „Ik had een keer bijna ergens getekend, maar toen scheurde ik mijn kruisband af.” Daarna is hij nog „twee of drie keer” benaderd. „Maar ik vind de waardering die ik hier krijg heel belangrijk en ben toch ook gehecht aan mijn familie.”

Het gaat hem ook niet om het geld, stelt Schut. Het avontuur in het buitenland lonkt nog wel. „Na mijn 32ste zou ik nog wel in Australië of Amerika willen voetballen.”

    • Dolf de Groot