Orgel bioscoop Tuschinski galmt weer

Zware bastonen galmen door de grote zaal van bioscoop Tuschinski. Na ruim tien jaar renovatie klinkt het theaterorgel weer als een klok. Tijdens de Uitmarkt was het orgel al te beluisteren, eind oktober wordt het officieel opgeleverd, als Tuschinski negentig jaar bestaat.

Het bioscooporgel zal af en toe gebruikt worden voor concerten en om stomme films te begeleiden. In 1921 kocht bioscoopexploitant Abraham Tuschinski het orgel, sindsdien werd het gebruikt om stomme films op te luisteren met muziek, inclusief geluidseffecten, de zogenaamde ‘toeters en bellen’ als stoomfluitjes, claxons en deurbellen.

In de jaren twintig en dertig was bioscoopbezoek nog echt een avondje uit. De organist verzorgde de ‘inloopmuziek’, waarna een cartoon of het Polygoonjournaal volgde, een door het orgel muzikaal begeleide act en dan de hoofdfilm. Dat verdween begin jaren dertig door de komst van de geluidsfilm, een uitvinding die vele musici werkloos maakte.

Tot 1977 was het orgel te horen bij incidentele concerten. Sinds 2000 deden vrijwilligers van de Nederlandse Orgelfederatie achter gesloten deuren de revisie van het cinemaorgel. Nu kunnen de deuren weer wagenwijd open. Het orgel is klaar voor volle zalen.

    • André Waardenburg