Met die euro is echt helemaal niets aan de hand

Volgens de media hebben we een eurocrisis. Economen en politici roepen meestal dat Europa meer moet doen. Er moest een noodfonds komen. Nu dat er is, moet het groter worden. Er moeten euro-obligaties komen. Er moet een Europese economische regering komen, aldus Merkel en Sarkozy. Overtreders van de begrotingsregels moeten harder worden gestraft, aldus Rutte. Er moet meer Europa komen – maar wat is eigenlijk het probleem?

Met de euro is helemaal niets aan de hand. De inflatie is onder controle. De koers schommelt al tijden rond de zeventig dollarcent. Het probleem zit elders. We hebben geen eurocrisis, maar een landencrisis. Een aantal Europese landen kent hoge staatsschulden en begrotingstekorten. Beleggers twijfelen of deze nog worden afgelost. Voor de zekerheid begonnen voorzichtige beleggers die staatsobligaties daarom maar te verkopen. Het resultaat was dat de koersen daalden en de rente steeg. Die hogere rente zou vervolgens hebben veroorzaakt dat de begrotingstekorten nog moeilijker te financieren zouden zijn. Dat zou een goede zaak zijn geweest.

Zo worden de Grieken en de hunnen heel direct gedwongen om hun begrotingstekorten te verminderen. Lukt dat ze onvoldoende en gaan ze deels failliet, dan betalen de beleggers en pensioenfondsen die op die hogere rentes afkwamen een deel van de rekening. Boontje komt om zijn loontje! Hiermee had Europa zich niet moeten bemoeien. Dan hadden de Duitsers en de Nederlanders ook niet de schuld gekregen van de draconische maatregelen die aan Griekenland en andere landen worden opgelegd. Dan zouden Grieken hun eigen politici de terechte schuld hebben gegeven en dan hadden die hoogstens nog ‘de markt’ als schuldige aan kunnen wijzen.

Europese politiek is de oorzaak van de landencrisis. Meer Europa maakt het probleem groter. Laat de markt haar sanerende werk doen.

Jan Oosterhaven

Hoogleraar economie, Rijksuniversiteit Groningen

    • Rijksuniversiteit Groningen