Loos voorstel moderne koning

De PvdA wil een moderner koningschap, maar komt vervolgens met plannen die niet zoveel om het lijf hebben. Pieter Jelles Troelstra zou zich verbazen, meent Jan Schinkelshoek.

Als het nieuwe plan van de PvdA voor modernisering van het koningschap iets duidelijk maakt, dan is het wel hoe lang geleden sociaal-democraten de republiek wilden afkondigen.

Op het eerste gezicht oogt het voorstel van de adviescommissie onder aanvoering van staatsrechtkenner prof. mr. J.Th.J. van den Berg revolutionair. Heel breed is het uitgelegd als een nieuwe linkse poging om de politieke macht van de koning te fnuiken. Maar wie scherp kijkt, kan maar tot één conclusie komen: de PvdA wil niet zo verschrikkelijk veel veranderen aan het koningschap zoals het onder koningin Beatrix vorm heeft gekregen.

Zeker, er worden enkele veranderingen gesuggereerd. De eerste is dat de Koning niet langer voorzitter van de Raad van State zal zijn. En de tweede komt erop neer dat het voortouw bij kabinetsformaties bij de Tweede Kamer komt te liggen.

Dat zijn twee plannen die niet zoveel om het lijf hebben.

Het koninklijke voorzitterschap van het hoogste adviesorgaan, tevens bestuursrechter in laatste instantie, is louter symbolisch. Al sinds jaar en dag bemoeit het staatshoofd zich niet met wat binnen de Raad van State omgaat. Het mocht zelfs al een tijdje wettelijk niet.

Dat de Tweede Kamer na verkiezingen een formateur of informateur moet gaan aanwijzen – Plan II – is iets wat al veertig jaar mogelijk is. Gevolg van een motie van de KVP’er Kolfschoten, maar nooit in de praktijk gebracht. Ook niet toen de PvdA het kon. Zelfs vorig jaar heeft fractieleider Cohen geen poging ondernomen.

De PvdA laat – dat is het belangrijkste onderdeel van het advies – de kern van de constitutionele monarchie in stand. Volgens het plan van de commissie Van den Berg blijft de koning deel uit maken van de regering. Er zijn veel goede redenen voor, zoals de commissie aangeeft. Alleen al dat in een parlementaire democratie als de Nederlandse de Tweede Kamer via de ministeriële verantwoordelijkheid zicht moet houden op het doen en laten van het koningshuis.

Wie die constitutionele banden doorknipt – de kern van een zogenoemd ceremonieel koningschap, een koning die buiten de regering staat – loopt het risico dat de monarchie op een kwade dag wordt uitgespeeld tegen kabinet en kamer. Wellicht komt op een nog kwadere dag een koning of koningin op de gedachte om zich tegen de politiek te keren. Dat wilde iemand als Thorbecke nu juist voorkomen.

Wie de koning of koningin binnen de regering houdt, moet binnenskamers ongetwijfeld invloed delen, maar krijgt er buitenskamers minstens zoveel gezag voor terug.

Het is daarom meer dan verstandig dat sociaal-democraten niet meegaan met die veel gehoorde, veel te gemakzuchtige en vooral ondoordachte pleidooien voor een koning-buiten-de-regering: afkomstig van het republikeins-populistische monsterverbond van SP via D66 en GroenLinks tot PVV.

Door de opstelling van de PvdA lijken dat soort al te drastische moderniseringplannen in de Tweede Kamer niet op een meerderheid te kunnen rekenen.

De PvdA als steunpilaar van de constitutionele monarchie – het ligt meer in de lijn van Drees, Den Uyl en Kok die zich als premier op cruciale momenten in de strijd wierpen voor het koningschap en de Oranjes. Uit dit voorstel blijkt dat dit nu nog steeds gebeurt. De anti-monarchale sociaal democratische leider van weleer, Troelstra, zou zich hebben verbaasd.

Jan Schinkelshoek is oud-lid van de Tweede Kamer voor het CDA.

    • Jan Schinkelshoek