Kroniek van een onvermijdelijke verliespartij

De Nederlandse hockeyers liepen zich in de EK-finale stuk op de Duitsers. „Ik had ze helemaal gek gemaakt dat het wel kon”, had bondscoach Van Ass vooraf gezegd.

Bart Hinke

De sfeer in het spelershotel was zaterdag zo prettig, je zou er de hele dag willen doorbrengen. Iedereen geloofde heilig in de titel. „Ik had ze helemaal gek gemaakt dat het wel kon”, zei bondscoach Paul Van Ass gisteren na de verloren EK-finale tegen Duitsland. Binnen een minuut was dat geloof verdwenen toen Philipp Zeller bij de tweede paal ongehinderd binnen kon tikken.

Welbeschouwd deden beide Nederlandse ploegen op de EK in Mönchengladbach wat er op dit moment van ze verwacht mag worden. De Nederlandse vrouwen wonnen gisteren goud in een zwak deelnemersveld. De mannen liepen zich stuk op de Duitsers, die in Europa duidelijk een stap verder zijn dan de rest.

De inzet op dit EK was door de bondscoach zelf verhoogd. Je moet een groot toernooi winnen om in Londen medaillekandidaat te zijn, had hij voor de EK gezegd. Het ging nog lang goed, ondanks het gemak waarmee doelpunten weggegeven werden.

Het mannentoernooi was voor Nederland, achteraf gezien, een kroniek van een onvermijdelijke verliespartij. Het moest een keer misgaan. Helemaal als de jongens volgens Van Ass „beduusd” raken van een uitverkocht Hockeypark in Mönchengladbach en potige Duitsers de tegenstander zijn.

Van de zeven jongelingen die in 2009 nog knap tweede werden op het WK voor jeugdteams in Maleisië haalde alleen linksachter Sander de Wijn gisteren zijn niveau. De winnaar op dat jeugd-WK was trouwens Jong Duitsland, maar van die lichting spelen er maar drie in de gisteren zegevierende Mannschaft. Ziedaar het verschil in de rijpheid van beide A-teams.

Van Ass krabbelde niet terug. Hij bleef erbij dat je een groot toernooi moet winnen om op de Spelen als favoriet aan te treden. „Maar we moeten het verlies niet uitvergroten alsof we aan het eind van een vierjarige cyclus zijn gekomen waarbij we nu met zilver staan. We zijn pas een zomer bezig met dit jonge team.”

En na één zomer ga je dus de nummer twee van de wereld niet naar huis hockeyen, concludeerde hij. Eigenlijk had hij slechts één wens. „Ik hoop niet dat de discussie nu over het systeem gaat.”

Van Ass doelde op het aanvallende concept waarmee Nederland in vier wedstrijden tot 23 doelpunten kwam. Het woord naïef viel vaak, vanwege de ruimte die in de verdediging werd weggegeven, maar dat werd vanuit het Nederlandse kamp consequent bestreden. Bijvoorbeeld door aanvoerder Teun de Nooijer, die uitlegde dat er wel degelijke defensieve structuren waren. „Die hebben we alleen niet vaak gespeeld.”

In persconferenties geeft Van Ass op een mooie manier invulling aan het ‘ambassadeursschap’ dat de hockeybond zo graag ziet bij de coaches van nationale elftallen. De Rotterdammer is een geslaagde ondernemer zonder trainersdiploma’s, die in de woorden van speler Floris Evers „afgestudeerd is aan de University of Life”, maar die „dondersgoed” weet waar hij het over heeft als het om hockey gaat, volgens Evers. Wel heeft Van Ass, met een klein jaar nog tot de Spelen, een probleem. Niet alleen vanwege zijn zelfgeformuleerde dogma dat toernooiwinst vooraf moet gaan aan succes op de Spelen. Te vaak toonde ploeg een gebrek aan concentratie: wankelmoedig bij ingrepen of slordig in de passing.

„Als collectief” was er gisteren gefaald, zei Van Ass. Maar de individuen die faalden waren eenvoudig aan te wijzen. Gisteren ging Wouter Jolie tweemaal in de fout, toen hij achtereenvolgens een strafbal veroorzaakte (2-1) en ongelukkig uitverdedigde(3-1). Terecht wees Van Ass op de middenvelders die de opkomende vleugelverdediger Zeller over het hoofd hadden gezien bij de vroege openingstreffer.

Roderick Weusthof en Teun de Nooijer, uit een strafcornervariant, deden nog wat terug. Maar geen moment zat het motto van de coach – één doelpunt meer maken dan de tegenstander – er werkelijk in. Over de speelwijze wil Van Ass geen discussie, maar pijnlijk duidelijk werd dat er ook met het flamboyante spel geen hoofdprijs te winnen valt.

    • Bart Hinke