Klunzige tovenaar doolt voorgoed rondin de verkeerde eeuw

Waar is Catweazle gebleven? Zit de middeleeuwse tovenaar nog vast in de twintigste eeuw? Ron Rijghard raakte getraumatiseerd door het open einde van de tv-serie.

Mandatory Credit: LONDON WEEKEND TELEVISION / Rex Features Ltd. GEOFFREY BAYLDON ' CATWEAZLE ' 1970 VARIOUS LONDON WEEKEND TELEVISION/Holl>

De vraag hoe het met Catweazle is afgelopen, heeft me mijn hele jeugd gekweld. Het was als brandend maagzuur dat geregeld omhoog kwam: waar is de middeleeuwse tovenaar gebleven? Is hij gedoemd en zit hij vast in onze tijd, waar een mislukte toverspreuk hem, op de vlucht voor de Normandiërs 900 jaar eerder, heeft gebracht? Ik wist het niet. Plots was de serie afgelopen en niemand die het me kon vertellen.

En hoe droef verloren wandelde de tovenaar rond in het Engeland van eind jaren zestig, ondanks de hulp die hij kreeg van een jongetje dat hem verborg voor andere volwassenen. Zijn wereldvreemdheid moet me hebben aangesproken. Ik fantaseerde veel over wonen bij andere mensen, in andere huizen.

Ook zijn hulpeloosheid had charme. Een goede tovenaar was Catweazle niet. „Niets lukt!”, was zijn gebruikelijke zucht als hij tevergeefs een magische spreuk losliet om twintigste-eeuwse verworvenheden te bezweren, zoals ‘elektrukerij’.

Uiterlijk was hij buitengewoon intrigerend, een echte tovenaar, met wapperend grijs haar, puntsik, vier krullen in zijn snor, bolle ogen en jachtige handen. De afgedragen bruine pij, de stok en de toversteen rond zijn nek kleedden hem mooi af, en hij had een kleine pad op zak, Touchwood, zijn beschermgeest.

De onzekerheid over het lot van Catweazle zorgde ervoor dat ik weigerde te kijken naar series als Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, mijnheer? Ik wist zeker dat niemand hen de weg kon vertellen, dat ze er nooit zouden komen en dat de twijfel voor eeuwig aan me zou knagen. Nee, daar begon ik niet meer aan.

Veel televisie keken mijn zusjes en ik toch al niet, zegt mijn moeder als ik haar ernaar vraag. Als we wat wilden kijken, mocht dat wel, maar de tv stond gewoon niet zo vaak aan.

Catweazle herinner ik me als mijn eerste tv-liefde: het was liefde voor geschiedenis, voor andere tijden. En voor absurde grapjes, want de excentrieke Catweazle gedroeg zich als een pias – voortdurend in gevecht met objecten die hij niet begreep. Hij blaast tegen een elpee op een pick-up: „Draai, gij draaiende geest.”

Niettemin: wat voor opvoedende doelen jeugdtelevisie ook mag hebben: mij heeft het wantrouwig en sceptisch gemaakt. Een spannend verhaal niet afmaken: erger kun je een kind niet martelen. En het bevestigde wat ik om me heen zag: volwassenen waren niet te vertrouwen.

Nog altijd ben ik overdreven gevoelig voor het schandalig gebrek aan informatie verstrekt door omroepen en zenders over de inhoud van hun programma’s. Geen lachwekkender blaadjes dan omroepgidsen: de meest elementaire feiten worden je onthouden: of een serie is afgelopen, welke aflevering het is, of en wanneer een serie weer terugkomt. De kijker zoekt het maar uit, is de boodschap.

Een zwak voor afgeronde eindes heb ik er ook aan overgehouden, hoe artistiek onverantwoord dat ook wordt geacht. Van de grote series van de laatste jaren was het einde van Six feet under mij het liefst. Van elke personage werd in vogelvlucht getoond hoe ze oud zouden worden en wat het leven hun zou brengen: cheesy, maar hartverwarmend.

Dat was nog beter dan het meesterlijke op zwart gaan van het beeld bij The Sopranos. Dit was zijn tv-dood, maar er zou nooit iets veranderen voor Tony Soprano. Daar konden de nieuwe raadsels aan het einde van raadselepos Lost en het koele afscheid van The Wire niet tegenop. Hoe moeten Mad Men en Dexter ooit tot een goed einde komen?

De hernieuwde kennismaking met Catweazle – inmiddels verkrijgbaar op dvd – bracht mij een verrassing. Tot mijn verbijstering keert Catweazle aan het einde van seizoen 1 wél terug naar zijn eigen tijd. Hij zegt een spreuk en vervaagt langzaam voor de ogen van vriendje Edward. Hij kon het dus wel, maar ik heb het nooit gezien. Hoe kan dat? Wie heeft er niet opgelet? Moest ik vroeg naar bed?

Een oplossing voor zijn wanhoop is het niet, want in het tweede en laatste seizoen springt de tovenaar per ongeluk weer naar de twintigste eeuw. Zijn avonturen, met een nieuw vriendje, lopen uit op de vervulling van een lang gekoesterde wens: hij kan vliegen. In een luchtballon die hij onbeheerd ziet staan in een weiland. In het laatste beeld verdwijnt Catweazle in de luchtballon aan de einder, met nieuw geloof in zichzelf: „Alles is gelukt!”

Maar hij keert niet terug naar zijn eigen tijd. Waar vliegt hij heen? het open einde kwelt me wederom, maar minder. Omdat Catweazle er zo gelukkig uitziet.

    • Ron Rijghard