Gebieden Japan 20 jaar niet te bewonen

De gebieden om de ernstig beschadigde Japanse kerncentrale Fukushima Dai’ichi kunnen als gevolg van hoge radioactieve straling twintig jaar onbewoonbaar blijven. Dat heeft de Japanse regering zaterdag bekendgemaakt tijdens een ontmoeting met lokale functionarissen.

Bijna zes maanden na de verwoestende aardbeving en de daaropvolgende tsunami lekt het complex nog altijd laag radioactief materiaal.

Tienduizenden burgers kregen in de weken na de ramp opdracht zich uit de omgeving te laten evacueren. In de meeste gebieden rond het complex hoopt de regering de radioactieve straling binnen twee jaar te halveren maar op de meest vervuilde plaatsen kan dat veel langer duren, erkende ze dit weekeinde.

De Japanse krant Asahi Shimbun meldt intussen dat er bij het ongeval in Fukushima 168 keer zoveel cesium-137 vrij is gekomen als bij de kernbom op Hiroshima. Ook kwam er 2,5 keer zoveel jodium-131 vrij als destijd bij de bom op Hiroshima, aldus de krant.

Ook het stof dat vrijkomt van verbrandingsovens in de verre omtrek van Fukushima bevat nog altijd verontrustend hoge concentraties cesium. De bestuurders bespreken nu hoe zulk stof het beste kan worden begraven. De radioactieve niveaus zijn zo’n tien keer hoger dan die van vergelijkbare ovens in Tokio.

De ontmoeting werd ook bijgewoond door de vertrekkende premier Naoto Kan. Deze kreeg veel kritiek in verband met de manier waarop hij de crisis na de tsunami en de nucleaire ramp aanpakte. Hij zou niet slagvaardig genoeg zijn geweest en te lang gevoelige informatie hebben achtergehouden.

Nog altijd wonen veel van de circa 80.000 geëvacueerden in provisorische opvangcentra en tijdelijke woningen. Kan maakte zaterdag bekend dat de regering ook van plan is een nieuwe, tijdelijke opslagplaats voor het radioactieve afval te laten bouwen. (Reuters)