Duitse politici: buitenlandbeleid is een debacle

Opnieuw blunderde Guido Westerwelle, de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, met opmerkingen over Libië. Nog een fout en hij kan wellicht vertrekken.

De Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Guido Westerwelle, heeft zichzelf in een vrijwel onmogelijke positie gemanoeuvreerd met onhandige uitlatingen over het Libië-beleid van Duitsland. De chef diplomatie van het belangrijkste land van Europa heeft daarmee geloofwaardigheid verspeeld en wekt een aangeslagen indruk.

Westerwelle, ooit de grote coryfee van de liberale FDP, deed het eind vorige week voorkomen alsof de val van de Libische leider Gaddafi grotendeels te danken is aan de diplomatieke inspanningen van Duitsland. De Bondsrepubliek doet formeel niet mee aan de militaire operatie in Libië. Berlijn onthield zich in een stemming hierover in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

Die opstelling werd bekritiseerd in binnen- en buitenland. Westerwelle heeft z’n beleid steeds verdedigd door te wijzen op de historische plicht van Duitsland terughoudend te zijn met militaire acties; een politiek die overigens kan rekenen op de steun van een ruime meerderheid van de bevolking. Dat leek ook de reden waarom bondskanselier Angela Merkel haar bewindsman niet afviel.

Maar vorige week ontspoorde Westerwelle met zijn zorgvuldig opgebouwde redenering van morele superioriteit door militaire onthouding. Intern en later naar buiten toe liet hij blijken hoe succesvol Duitsland is geweest met zijn sanctiebeleid en diplomatieke aanpak. Met geen woord repte hij over de militaire operatie van de NAVO in Libië. Ook na eerste kritiek gaf Westerwelle geen krimp.

Luidruchtig en met veel venijn vielen vervolgens Duitse politici dit weekend over hem heen. Zijn partijgenoot en oud-minister Gerhart Baum zei dat „Westerwelle’s doctrine van onthouding” het buitenlandbeleid zware schade heeft toegebracht. Een van de illustere voorgangers van Westerwelle, de Groene politicus Joschka Fischer, was nog harder: „Iedereen weet dat zonder de militaire inzet van de NAVO niets was bereikt. De opstelling van de regering in het Libië-conflict is één groot buitenlandspolitiek debacle, misschien wel het grootste sinds de oprichting van de Bondsrepubliek”

De nieuwe FDP-leiding zag zich genoodzaakt haar minister van Buitenlandse Zaken tot de orde te roepen. Westerwelle werd tot nu toe met fluwelen handschoenen aangepakt. Hij heeft de FDP jarenlang succesvol geleid en haar bij de Bondsdagverkiezingen van 2009 de grootste stembuszege ooit bezorgd. Maar zodra hij in Merkels kabinet zat en vicekanselier was, daalde z’n populariteit door een combinatie van onhandigheid, koppigheid en ondeskundigheid. Bij regionale verkiezingen verloren de liberalen. Hij moest het partijleiderschap en later het vicekanselierschap opgeven; nu staat zelfs z’n ministerschap ter discussie.

Westerwelle haalde gisteren een beetje druk van de ketel door in een lijvig artikel in een zondagskrant waardering te betuigen voor de NAVO-inzet. Hij heeft „respect” voor wat de partners van Duitsland „voor de vervulling van VN-resolutie 1973 hebben bereikt.” Daarmee is hij zo ongeveer de laatste in politiek Berlijn. Voor een minister van Buitenlandse Zaken is dat pijnlijk, misschien wel dodelijk. Voor Merkel is Westerwelle een politieke blindganger geworden; een probleem erbij in een periode die door de eurocrisis sowieso al problematisch is.

    • Joost van der Vaart