Dertien seizoenen en maar één club

Bij FC Utrecht vertrokken maar liefst negen spelers en kwamen acht nieuwkomers.

Alje Schut speelt al zijn hele loopbaan bij Utrecht; in de voetbalwereld uitzonderlijk.

Clubliefde is voor veel profvoetballers niet veel meer dan een onenightstand. En echte broodvoetballers beloven in de zomer eeuwige trouw aan de ene club, om na de winter weer juichend een ander embleem op een ander shirt te kussen.

Alje Schut is ouderwets. De aanvoerder van FC Utrecht is bezig aan zijn dertiende seizoen bij de club. Hoe het is om door andere supporters te worden toegejuicht, weet hij niet. Schut (30) speelt al zijn hele profvoetballeven bij FC Utrecht.

Zaterdag speelde Schut voor de tweede keer in nog geen half jaar tijd een thuiswedstrijd tegen Roda JC. Hij was de enige speler van Utrecht die er voor de tweede keer bij was. In het duel van zaterdag, dat Utrecht met 3-1 won, had hij tien andere ploeggenoten dan in maart van dit jaar.

Vier zijn geblesseerd, zes zijn er vertrokken. Doelman Michel Vorm verhuisde naar Swansea City in de Engelse Premier League toen het seizoen al was begonnen. Ricky van Wolfswinkel ging naar Sporting Lissabon, Dries Mertens en Kevin Strootman naar PSV, Michael Silberbauer verhuisde naar Young Boys in Zwitserland en Tim Cornelisse speelt nu voor FC Twente. Bij tegenstander Roda JC stonden in vergelijking met vorig seizoen ook acht andere spelers in het veld.

Schut heeft zich er maar bij neergelegd. „Het is het lot van een club als FC Utrecht”, zegt hij na afloop van de wedstrijd, nog druipend van de regen. Jonge spelers worden topspelers en gaan naar een topclub. „Utrecht moet dan weer van onder af spelers bij kopen, en die moeten zich weer bij de club ontwikkelen.” Zo gaat het al dertien seizoenen lang.

„Geld regeert het voetbal”, constateert Schut. „Je ziet maar heel weinig dat spelers blijven uit clubliefde en niet naar het geld kijken.” Hij wijst op Samir Nasri, die in Engeland vorige week Arsenal verruilde voor Manchester City. „Nasri speelde al bij een topteam. Maar hij laat zich gewoon verleiden door het salaris bij Manchester City. Zo gaat het op dit moment in de voetballerij.”

Makkelijk is het niet, telkens een nieuwe ploeg opbouwen. En dit seizoen is er veel veranderd bij Utrecht. Negen ploeggenoten gingen weg en er kwamen acht nieuwe bij. Dat merkt Schut in het veld. Hij ziet dat zijn ploeggenoten elkaar net een seconde te laat begrijpen. Het ontbreekt nog aan automatismen. In de wedstrijd tegen Roda JC wond hij zich op toen bij een ingooi twee ploeggenoten naar elkaar toe liepen, in plaats van ruimte te maken voor elkaar.

En de nieuwe Zweedse centrale verdediger, Marcus Nilsson, was bijvoorbeeld gewend om op een andere manier te verdedigen. „In Zweden laten verdedigers een spits lopen; pas als een aanvaller in de buurt komt gaan ze bij hem staan. Hier zijn we gewend tegenstanders te volgen, ook als ze zich laten terugzakken op het middenveld. Nilsson wist dat niet en liet in een oefenwedstrijd een spits lopen. Die kon daardoor de bal aannemen en een pass geven.”

Dat de transferperiode pas na de vierde competitiewedstrijd van het seizoen sluit, helpt ook niet mee. Deze week nog huurde FC Utrecht middenvelder Rodney Sneijder van Ajax en kwam rechtsback Daan Bovenberg over van Excelsior. „Normaal gesproken heb je de voorbereiding om ingespeeld te raken. Maar nu moet het in de competitie gebeuren. Dat is een heel harde leerschool. Elke fout kan meteen punten kosten.”

Schut had graag gezien dat het team van vorig seizoen bij elkaar was gebleven. Het was de beste ploeg waar hij ooit in speelde. Maar hij snapt zijn jongere (oud)-ploeggenoten ook wel. „Ricky van Wolfswinkel zou wel gek zijn om niet naar Sporting Lissabon te gaan. Begrijp me niet verkeerd, ik vind het fantastisch hier, maar het José Alvalade-stadion is wel wat anders dan de Galgenwaard.”

De verdediger heeft zelf ook een paar keer de kans gehad om naar een andere club te gaan. „Ik had een keer bijna ergens getekend, maar toen scheurde ik mijn kruisband af.” Daarna is hij nog „twee of drie keer” benaderd. „Maar ik vind de waardering die ik hier krijg heel belangrijk en ben toch ook gehecht aan mijn familie.” Het gaat hem ook niet om het geld, stelt Schut. Het avontuur in het buitenland lonkt nog wel. Schut: „Na mijn 32ste zou ik nog wel in Australië of Amerika willen voetballen.”