Cor van der Geest laakt mentaliteit judoka's

Tweemaal zilver en één keer brons, dat was de WK-oogst. Niet eens zo slecht. Toch maakt technisch directeur Cor van der Geest zich zorgen over het Nederlandse judo.

Het woord judo betekent ‘zachte weg’, maar technisch directeur van de judobond Cor van der Geest koos in zijn analyse van de WK in Parijs de harde lijn. Een jaar voor de Olympische Spelen van Londen stemden de drie medailles – zilver voor Dex Elmont (-73 kg) en Edith Bosch (-70 kg) en brons voor Anicka van Emden (-63 kg) – hem tevreden. Maar de judoschoolhouder uit Haarlem maakt zich zorgen over de ontwikkeling van het Nederlandse judo.

Van der Geest vindt dat sportkoepel NOC*NSF nog scherper moet kiezen bij de verdeling van subsidies. Meer geld naar de judobond of we verliezen de aansluiting met de wereldtop, bedoelde hij te zeggen. Niet voor niets weigert Van der Geest, wiens jongste zoon Elco zaterdag voor België vijfde werd in de categorie tot 100 kilo, zijn streven van twee medailles per titeltoernooi naar boven bij te stellen, ook al doen de Nederlandse judoka’s het al jaren beter.

Van der Geest belichtte het optreden van enkele jonge judoka’s kritisch. Zo zei hij over Birgit Ente (+48 kg), die dinsdag in de tweede ronde werd uitgeschakeld: „Birgitje moet eens aan topsport gaan doen in plaats van zwieren en zwaaien. Een wijntje en een zakkie chips kan niet als je beneden de 48 kilogram moet blijven. Ja, natuurlijk is dat zwaar, maar dat hoort erbij.”

Ook Grim Vuijsters (+100 kg), die zaterdag in de tweede ronde werd uitgeschakeld nadat hij eerst knap had gewonnen van de wereldkampioen open categorie Daiki Kamikawa, spaarde hij niet. De zwaargewicht kiest ervoor bij de sportschool van zijn trainer Jan de Rooy te blijven, in plaats van zich bij de sterke mannenselectie in Haarlem in voegen. „Als hij denkt dat hij vanuit een Goirle-achtige omgeving de wereld kan veroveren, dan heb ik nieuws voor hem: dat kan niet. Dat gaat niet lukken als je tante je sokken breit en de dochter van je trainer je krachttrainer is.”

Hetzelfde geldt volgens Van der Geest voor Luuk Verbij (+100 kg), die de achtste finales bereikte. „Over Luuk moet ik hard zijn: hij maakt geen goede keuzes. Hij moet naar Haarlem, dan kunnen we er tien kilo spieren aanrammen. En als hij dat niet doet, gaat hij het niet redden.”

Want het judo is in beweging, bleek afgelopen week, met WK-deelnemers uit 131 landen, veranderde regels en andere verhoudingen op de tatami. Net als in andere sporten is kracht steeds belangrijker.

Het is normaal gesproken ook het sterke punt van Henk Grol, uithangbord van het Nederlandse judo, die zaterdag verrassend al in de tweede ronde sneuvelde tegen de Georgiër Levan Zhorzholiani. „Een baggerpartij”, zei de boze bondscoach Maarten Arens. „Hij moet de ogen uit zijn kop schamen. Dit is niet te verklaren. Het leek wel alsof ik naar de Henk van vijf jaar geleden keek. Hij verviel in oude patronen.”

Toch zeiden Arens en Van der Geest dat ze geen twijfels hebben over de kwaliteiten van hun pupil. Grol, voor het eerst topfit bij een titeltoernooi, sprak van een inzinking. „Ik verloor de rust in mijn hoofd en stond helemaal in het rood. Daar zijn geen excuses voor.”

Krachtjudo sloeg in Parijs soms door naar gemeen judo, waarbij bloed van de tatami moest worden gedweild. De snel opkomende Afrikanen lijken soms meer met kickboksen bezig, maar kunnen het technisch betere tegenstanders flink lastig maken. Van der Geest: „Uit Ghana en Kameroen komen ze gewoon met zúlke klauwen aanzetten. Dan win je niet zomaar op techniek.”

Vrouwenbondscoach Marjolein van Unen had ondanks de verloren finale van Edith Bosch een goed gevoel over de WK, met vier judoka’s bij de beste vijf in hun gewichtsklasse. Haar collega Arens wacht bij de mannen meer werk in aanloop naar de Olympische Spelen. Zoals Van der Geest zei: „We hebben drie medailles. Waar kan ik mijn handtekening zetten voor die oogst in Londen?”

    • Michiel Dekker