Belangenverstrengeling mag vanaf nu

De onderzoeker naar de zaak-Mariko Peters stelde niet alleen de verkeerde vraag, hij trok ook een niet te bewijzen conclusie, meent Herman Vuijsje. De schijn van belangenverstrengeling blijft.

Er is „geen sprake geweest van belangenverstrengeling”, concludeerde GroenLinks fractieleider Jolande Sap uit het onderzoekrapport naar de kwestie-Mariko Peters. Daarmee is de zaak gesloten. Zou het? Veel waarschijnlijker is het dat we hiermee nog maar de eerste akte achter de rug hebben. De kwestie-Peters zal, als er geen consequenties aan worden verbonden, iedere keer worden opgerakeld als een publieke ambtsdrager met belangenverstrengeling in verband wordt gebracht.

Oorzaak is dat het onderzoek door het ministerie van Buitenlandse Zaken antwoord gaf op de verkeerde vraag. De onderzoeker wilde vaststellen „of er al dan niet sprake was van belangenverstrengeling”. Maar dat is niet de vraag waar het om ging. De vraag is of de gedragscode voor diplomaten was geschonden. Dat is de code die opdraagt „zelfs ook maar de schijn van belangenverstrengeling” te vermijden.

Waarom zijn die bewoordingen ook alweer gekozen? Publieke ambtsdragers moeten volstrekt onafhankelijk zijn – daarom willen we geen belangenverstrengeling. Maar vanwaar die ‘schijn’? Daarop is maar één antwoord mogelijk: omdat we niet in de hoofden van die ambtsdragers kunnen kijken. Ook al ogen hun rapporten en besluiten nog zo betrouwbaar – als er intieme persoonlijke relaties in het spel zijn, kunnen we nooit met zekerheid weten of die geen rol hebben gespeeld.

De onderzoeker stelde daarom niet alleen de verkeerde vraag, hij trok ook een niet te bewijzen conclusie. Zijn slotsom was dat Mariko Peters op een ‘professionele’ manier met de adviesaanvraag van haar vrijer is omgesprongen en dat haar advies niet is beïnvloed door de verliefdheidsverhouding. Het is heel goed mogelijk dat deze indruk zich krachtig opdringt aan degene die de gang van zaken onderzoekt. Maar of die indruk ook juist is, kan zelfs Mariko Peters niet met zekerheid bevestigen, laat staan de onderzoeker. De ‘schijn’ blijft dus bestaan.

De schade die door deze afloop wordt aangericht, beperkt zich niet tot de kwestie-Mariko Peters. In feite gaat hiermee stilletjes een nieuwe standaard gelden voor het gedrag van publieke ambtsdragers. De code dat de schijn van belangenverstrengeling moet worden vermeden, bestaat voortaan alleen nog op papier. In werkelijkheid geldt een nieuwe code: er is geen noemenswaardig probleem zolang achteraf maar wordt ‘vastgesteld’ dat er geen feitelijke belangenverstrengeling heeft plaatsgevonden.

Iedere ambtenaar of politicus die voortaan een baantje, een opdracht of een gunst verleent aan zijn vriendje, kind of opa, kan naar het precedent-Peters verwijzen en een onderzoek eisen. De bewijslast is daarmee verschoven. Het is niet meer de betrokkene die moet aantonen dat een schijn van belangenverstrengeling ontbreekt, het is de onderzoeker die moet vaststellen dat er feitelijke belangenverstrengeling heeft plaatsgevonden.

Jolande Sap omhelsde de uitslag van het onderzoek: geen belangenverstrengeling, dus geen serieus probleem. Daarmee maakte zij de downgrading van de gedragscode van ‘schijn’ naar – niet met zekerheid vast te stellen – feit, gretig tot de hare. GroenLinks valt niet alleen te verwijten dat het op deze manier zijn eigen norm aan de laars lapt, veel erger is dat het hiermee ook de toekomstige werking van die norm om zeep helpt. Met dit precedent zet het de bijl in een van de belangrijkste pijlers van parlementaire en ambtelijke onafhankelijkheid.

Herman Vuijsje is journalist.

    • Herman Vuijsje