Gezellig met pistolen

Het is de concentratie. Kijken, mikken, alles om je heen vergeten. Het gaat hier niet om geweld. Ramon kijkt mij een beetje streng aan. Ik zit aan de bar in de Amsterdamse schietclub waar hij eigenaar van is. Het is clubavond. Van achter de deur klinken de doffe schoten van een geweer. Afgezien van een

Het is de concentratie. Kijken, mikken, alles om je heen vergeten. Het gaat hier niet om geweld. Ramon kijkt mij een beetje streng aan. Ik zit aan de bar in de Amsterdamse schietclub waar hij eigenaar van is. Het is clubavond. Van achter de deur klinken de doffe schoten van een geweer. Afgezien van een paar mensen aan de bar is de kleine ruimte leeg. Ik vertelde hem net dat ik de schietsport niet zo hoog heb zitten. Dat was al zo voor Tristan en Anders. Volgens mijn held, de journalist Ryszard Kapuscinski, kan een ontmoeting drie dingen opleveren: een opgetrokken muur, een dialoog of een oorlog. Schieten behoort wat mij betreft tot de laatste categorie. Mensen die schieten zijn niet mensen die willen ontmoeten. Maar ik zou mezelf voor de wolven gooien.

Het meisje naast me bestelt een cola en vertelt dat ze net lid is geworden. Ze ziet er lief uit, een grote glimlach, pretoogjes. Niet bepaald een Anders Breivik. Ik vraag haar waarom ze van schieten houdt. Het maakt mijn hoofd leeg, zegt ze, ik kan me echt ontspannen.
Mensen komen naar hier om even weg te zijn van alles, valt Ramon haar bij. Als je hier de trap op komt ben je in een andere wereld.
Ik kijk naar de ruimte, van buitenaf zou je deze verdieping nooit als schietclub herkennen. De naam staat alleen op een bordje onder de bel. Een kort gangetje, een trap met onwaarschijnlijk smalle treden. De kleine bar, de grote stalen loods erachter; het voelt inderdaad als een andere wereld.

Ik had erop gerekend hier een buitenstaander te zijn. Ik was voorbereid op vreemde blikken en ongemakkelijkheid. Een vegetarische pacifist in een schietclub, dat zou natuurlijk stof doen opwaaien. Maar niks waait op. Ik word vriendelijk onthaald, betrokken bij gesprekken en voor een tientje krijg ik vijfentwintig kogels. Ik sus de pacifist in mij met het argument dat een schietschijf geen pijn voelt en stap de loods in.

Zestien van de vijfentwintig kogels missen de schijf. Gelukkig maar. Terug aan de bar verwacht ik nu dan eindelijk door de mand te vallen. Nu moet er toch iemand opstaan en roepen: die hoort hier niet. Maar het enige wat Ramon vrolijk opmerkt is dat ik iets meer moet oefenen. Een man met een geweer schudt mij stevig de hand.
Ik begin me te irriteren aan het gapende gat tussen mijn verwachtingen en de werkelijkheid.
Is er dan niemand onwelkom hier?
Ramon knikt rustig.
Soms past iemand hier niet. Een fout type. Die neem ik dan even apart en dan leg ik het uit.
Hij vraagt of ik nog iets wil drinken. Het is duidelijk dat ik niet het foute type ben dat Ramon apart zou nemen. Veel mensen voelen zich hier los van wat ze buiten zijn, gaat hij verder. Mijn vrouw is hier bijvoorbeeld nog nooit geweest. Dit is van mij, snap je?

Ik kijk naar de mensen aan de bar, die regelmatig dat smalle trappetje omhoog lopen om hun pistolen te legen in een kale loods. Omdat ik niet geloof dat de schietsport uitgerekend de meest vriendelijke burgers trekt moet de bijzondere sfeer hier worden veroorzaakt door iets anders. Misschien is het de sensatie ‘los van wat je buiten bent’ te zijn. Voor even afgezonderd van je partner, je werk, de vrienden die dat schieten niet begrijpen. Open voor iets nieuws. Het meisje naast me vraagt of ik nog een keer langs kom. Ik hoor mezelf zeggen dat ik denk van wel. Ik bestel nog een rosé. En het is dat ik niet nog een tientje bij me heb, anders had ik nog eens vijfentwintig schoten gelost.

    • Marjolijn van Heemstra