Wie meer wil verdienen moet vaak van baan wisselen

Hoe kom ik erachter of ik genoeg verdien? En wat kan ik doen om loonsverhoging te krijgen?

„Op Loonwijzer kun je er gemakkelijk achter komen of je salaris hetzelfde is als dat van anderen die qua opleiding en ervaring vergelijkbaar zijn met jou en in dezelfde branche werken”, zegt Paulien Osse. „Je kunt ook zien hoe de salarissen in andere sectoren liggen. Op die manier krijg je een goed beeld van wat er overal betaald wordt.”

Tien jaar geleden begon Osse met de vergelijkingssite Loonwijzer. Destijds keek ze uitsluitend naar de Nederlandse arbeidsmarkt. Inmiddels geeft de site onder de naam Wageindicator inzicht in de salarissen in 60 verschillende landen. Voor die tijd konden werknemers alleen checken of ze genoeg verdienden door hun cao te raadplegen. „Dat kan natuurlijk nog steeds”, zegt Osse. „Alleen zijn cao’s lastig te interpreteren. Het is vaak moeilijk om te beoordelen of je ingedeeld bent in de juiste functieschaal.” Ook collega’s ronduit vragen naar hun salaris kan nuttige informatie opleveren, stelt Osse. Durven mensen dat wel? „Je moet het gewoon doen”, vindt Osse. „Het is een misvatting dat mensen niet over hun salaris willen praten. In alle landen waar wij onderzoek doen, wordt vooraf gezegd: maar bij ons rust er een taboe op gesprekken over salarissen. In de praktijk blijkt dat mensen best willen zeggen wat ze verdienen. Maar je moet het natuurlijk niet branieachtig aanpakken en zeggen: jij zit toch ook wel op 1.000 euro per dag? Je moet serieuze vragen stellen. Hoeveel verdien je per uur? Worden je reiskosten vergoed? Krijg je een bijdrage voor kinderopvang?”

Wie met zijn werkgever wil praten over een loonsverhoging moet zich goed voorbereiden en weten wat er binnen het bedrijf en elders betaald wordt. „Dat loont echt”, aldus Osse. „Een goede voorbereiding kan je een miljoen opleveren. Dat zeg ik zonder overdrijving. Als je nu méér verdient, verdien je in volgende functies ook meer en dat zie je weer terug in je pensioen. Levenslang gaat het om een enorm bedrag.”

Maar in deze economisch slechte tijd zitten de meeste werkgevers niet te wachten op een gesprek over loonsverhoging, vermoedt ze. „Alleen als je op grond van bijvoorbeeld de cao kunt aantonen dat je te weinig verdient, kun je meer salaris krijgen.”

Wie meer wil verdienen, doet er beter aan van baan te veranderen en stevig te onderhandelen. „Dat is echt de beste manier. Als je bij een groot bedrijf werkt, kun je intern kijken naar andere functies. Als je bij een klein bedrijf werkt, moet je een andere werkgever zoeken. Dat is sowieso een voordeel bij salarisonderhandelingen, want een nieuwe werkgever weet niet wat jij nu verdient. Dan kun je zelf zeggen wat je wilt. Je mag je huidige of laatste salaris best aandikken. Bij interne sollicitaties gaat je dossier mee en weten ze exact hoe hoog je loon is.”

Ook investeren in opleidingen helpt. „Heb je mbo, volg dan een hbo-opleiding. Heb je hbo, doe dan een universitaire studie. Opleiding weegt veel zwaarder dan ervaring.” Maar ervaring is toch ook belangrijk? „Dat geldt misschien de eerste 10 of 15 jaar, maar dat stopt een keer. 25 jaar ervaring weegt niet zwaarder dan 15 jaar, behalve bij de echte big shots. Een hogere opleiding levert meer op, want dan word je direct al hoger ingeschaald.”

Ook de sector waarin mensen werken speelt een grote rol bij de hoogte van de lonen. Banken en IT-bedrijven betalen goed, onderwijs, zorg en retail beduidend minder. „Maar daar heb je vaak weer betere secundaire arbeidsvoorwaarden, zoals de mogelijkheid om in deeltijd te werken. Vooral vrouwen met kinderen vinden dat gunstig. Dat vinden ze vaak belangrijker dan een hoger salaris.”

    • Wilma van Hoeflaken