Van rechtse jongen tot kampioen van de minima

Rotterdam verkeert in financiële nood. PvdA-wethouder Dominic Schrijer (45) stapte in mei op. Hij wilde niet meewerken aan sociale ‘kaalslag’. Hoe ‘de man van de inhoud’ zijn krediet binnen de partij verspeelde. ‘We zagen het water opwellen.’

Dominic Schrijer (rechts) en burgemeester Ahmed Aboutaleb (midden) in een kookstudio op het schiereiland Katendrecht, een van de renovatiewijken in Rotterdam-Zuid. Foto Dirk-Jan Visser (Photo Dirk-Jan Visser: Rotterdam: 28-11-2008) Met een kookcursus op Katendrecht heeft Ahmed Aboutaleb, vanaf 5 januari burgemeester van Rotterdam, kennisgemaakt met zijn toekomstige wethouders. Ook de leden van de vertrouwenscommissie die zijn benoeming dit najaar voorbereidden, waren uitgenodigd in de kookstudio van Rob Baris op het schiereiland in Rotterdam-Zuid. Dirk-Jan Visser

Het is elf minuten over één in de nacht van zondag 15 op maandag 16 mei als de filmmaker een sms ontvangt: „Je krijgt vanaf morgen een spetterend slot van je docu. De slangenkuil gaat op een spectaculaire manier exploderen.” Afzender: Dominic Schrijer, politiek leider van de PvdA en wethouder sociale zaken in Rotterdam.

Al bijna twee jaar heeft Dick Rijneke zijn camera gericht op de politiek in zijn geboortestad Rotterdam. Nu dient de apotheose zich aan: Schrijer dreigt op te stappen. Maar Rijneke is verhinderd. „Ik baalde. Ik zat bij het filmfestival in Cannes.”

Rond half tien die ochtend zendt de regionale zender RTV Rijnmond een radio-interview uit met Schrijer. Kern van zijn betoog: binnen de top van de PvdA is „een fundamenteel meningsverschil” gerezen, aanvullende bezuinigingen zijn onontkoombaar, maar hij wil niet verder gaan dan 100 miljoen euro extra om een tekort op de bijstandsbegroting – zijn portefeuille – weg te werken. Eén woord treft zijn partijgenoten als een mokerslag: „asociaal”. De politiek leider verwijt zijn sociaal-democratische collega’s, onder wie de PvdA-wethouders Jantine Kriens (financiën) en Hamit Karakus (bouwen), mee te werken aan „kaalslag”, waardoor de minima in het toch al armlastige Rotterdam „door de bodem” zullen zakken.

Kort daarop begint in de watertoren van Dordrecht de voorjaarsretraite van het Rotterdamse stadsbestuur (PvdA, D66, VVD en CDA). Terwijl het college (zeven wethouders en burgemeester Ahmed Aboutaleb) per boot arriveert, komt Schrijer met de auto. Hij heeft zijn jongste zoon (6) naar school gebracht. Hoewel de fors oplopende tekorten het voornaamste punt van discussie zijn, staat niet dat onderwerp bovenaan de agenda, maar het functioneren van Schrijer. „Ze waren zijn solistische gedrag zat”, zegt een betrokkene. Bovendien ondermijnt „het gedonder binnen de PvdA” de slagkracht én de geloofwaardigheid van het college.

Als de bijeenkomst om half tien begint, krijgt Schrijer het woord. Hij is leider van de grootste (veertien zetels) van de vier coalitiepartijen. Hij herhaalt wat hij bij Radio Rijnmond heeft gezegd. De aanwezigen zijn verbijsterd. „In welke film zit jij?”, vraagt iemand. Schrijer ligt op ramkoers. Aboutaleb schorst de vergadering voor spoedoverleg. Buiten op het parkeerterrein staan journalisten het gezelschap op te wachten.

Als VVD-wethouder Antoinette Laan via haar smartphone kennisneemt van het radio-interview is wel duidelijk wie de geheime locatie heeft verklapt. „Het stadsbestuur voelt zich „stevig in de zeik genomen”, erkent Hamit Karakus later. Schrijer bevestigt zijn reputatie als loslippige bestuurder, die vooral oog heeft voor zijn eigen pr. Weer binnen zeggen de collega’s unaniem het vertrouwen op in Schrijer. Nog voor de retraite begonnen is, wordt die afgebroken. Het gezelschap, Schrijer incluis, keert onverrichter zake terug naar Rotterdam.

PvdA-raadslid Tunahan Kuzu (30) is dan op weg naar het stadhuis. Crisisberaad. Fractievoorzitter Richard Moti, een jaar eerder nog Schrijers steun en toeverlaat in de verkiezingscampagne, is witheet. Voor Kuzu geldt hetzelfde: „Dominic zocht een uitvlucht en vond die door ons te verwijten asociale maatregelen voor te stellen. Terwijl hij die avond ervoor op het partijkantoor nota bene zelf met dat pakket maatregelen op de proppen was gekomen.” Conclusie: Schrijer heeft „politieke zelfmoord” gepleegd door met „onjuiste informatie” naar buiten te treden. Driftig tikken Kuzu en Moti een persbericht: ‘PvdA zegt het vertrouwen op in wethouder Schrijer’.

Pas een dag later dient Schrijer zijn ontslag in. Oud-fractievoorzitter en partijveteraan Peter van Heemst maant zijn partij tot actie. „Die Schrijer was zo leep om zijn voorsprong in de media alleen maar verder uit te bouwen. Wij moesten als de wiedeweerga onze kant van het verhaal vertellen.” De volgende ochtend sluit Schrijer zijn persconferentie in het stadhuis af met een emotionele uithaal: „Rotterdam, ik hou van jou!” Het komt uit de grond van zijn hart. Zelfs zijn critici beamen dat.

Het vertrek van Schrijer markeert de paniek in de Rotterdamse politiek, zoals die ook elders in Nederland op lokaal niveau de kop opsteekt. De havenstad verkeert in grote financiële nood. Oorzaken zijn een forse toename van het aantal bijstandsgerechtigden (van 29.000 naar 34.000), dalende grondopbrengsten door de vastgelopen bouwmarkt plus de bezuinigingen van het kabinet-Rutte. Ingrepen zijn onvermijdelijk in het sociaal kwetsbare Rotterdam. De gemeente wordt gedwongen nog drastischer te snoeien in de eigen uitgaven . De extra besparingen lopen op van 179,6 (2012) naar 257,3 miljoen euro (2015) en komen bovenop het totaalbedrag van 593 miljoen euro (2011-2015) dat Rotterdam vorig jaar al afkondigde.

Vooral de PvdA vreest de gevolgen van de bezuinigingen voor de eigen achterban: ambtenaren, minima, welzijnsorganisaties. Lopen kiezers straks over naar aartsvijand Leefbaar? Komt Rotterdam tot stilstand? Neemt de onveiligheid (weer) toe? „Niemand mag door de bodem zakken”, benadrukt de PvdA-fractie.

Onder druk van de bezuinigingen komen spanningen tot ontlading. Het gepolariseerde Rotterdam (PvdA versus Leefbaar) staat bekend om zijn meedogenloze afrekencultuur. Oud-burgemeester Bram Peper leefde op voet van oorlog met enkele partijgenoten, oud-wethouder Hans Simons idem dito. Schrijer is, na Orhan Kaya (GroenLinks) en Leonard Geluk (CDA), de derde politiek leider in drie jaar tijd die onder druk van zijn eigen partij moet opstappen in Rotterdam. Toeval? Nee, zegt Jantine Kriens: „Gezag is hier niet vanzelfsprekend, gezag moet je in deze stad verdienen, elke dag opnieuw.”

Maar gezag heeft Schrijer als hij in 2006 aantreedt als wethouder sociale zaken, werk en grotestedenbeleid. Al is hij voor een deel van de PvdA-achterban „té rechts”. Toch geldt hij als „man van de inhoud”. De andere twee PvdA-wethouders, Kriens en Karakus, staan te boek als ‘warm en zorgzaam’. Het contrast is té groot, constateert een ingewijde. „Dominic heeft warme ideeën, maar hij serveert koude gerechten. Dat is zijn tragiek. Niemand die zo goed beseft wat de pijnpunten in Rotterdam zijn en zo bevlogen oplossingen kan aandragen, maar hij komt over als een kille technocraat. Terwijl hij dat beslist niet is.”

Lokale ondernemers roemen Schrijer vrijwel unaniem. Eindelijk een bestuurder die regelmatig zelf poolshoogte komt nemen. Een wethouder die zich onttrekt aan ‘de werkelijkheid van het stadhuis’, die weinig gemeen heeft met ‘de waarheid van het alledaagse Rotterdam’. „Op de werkvloer kan ik het verschil maken, op het stadhuis kijken we alleen naar elkaar”, zegt hij meer dan eens. In plaats van partijgenoten ontvangt hij bezoek van buiten. Iedereen kan bij hem binnenwandelen. In zijn werkkamer staat een minigoaltje en ligt een bal, die hij kreeg van voetbalclub Feyenoord. .

In politieke spelletjes is Schrijer daarentegen minder bedreven: „Ik ben niet gemeen.” Als Richard Moti en Peter van Heemst medio november 2009 een hogere plaats op de kandidatenlijst bedingen, laat Schrijer ze begaan. Hij is pas anderhalve dag politiek leider. Hij weigert zijn vingers te branden. „Dominic heeft verzuimd de lijst te beïnvloeden”, zegt een bron. „Hij had meer politieke vriendjes moeten meenemen, zodat hij op lastige momenten verzekerd zou zijn van rugdekking.”

Ex-Tweede Kamerlid Van Heemst staat bekend als een rancuneus politicus; iemand met wie Schrijer een gespannen verhouding onderhoudt sinds beiden streden om het lijsttrekkerschap voor de raadsverkiezingen van 2006. Van Heemst won, maar gunde Schrijer een plaats in het college. En toch: het botert niet. „Dominic is razend slim en breed georiënteerd”, zegt Van Heemst. „Maar hij is ook een einzelgänger.”

Mede daarom gaat de voorkeur van de afzwaaiend fractievoorzitter uit naar de ‘beminnelijke’ Karakus, als die zich in het najaar van 2009 opwerpt als de nieuwe lijsttrekker. Dat sterkt Schrijer in zijn overtuiging er verstandig aan te hebben gedaan zichzelf kort daarvoor te kandideren. Met zo weinig politieke vrienden meent hij geen andere keuze te hebben dan een gooi te doen naar de hoofdprijs, het leiderschap van zijn partij. Bij de PvdA-achterban is de onvrede over ‘de machtspoliticus’ Van Heemst bovendien groot, zo heeft een rondgang hem geleerd.

Schrijers actie valt slecht bij Kriens en Karakus. Hadden de drie ‘na goed overleg’ niet besloten om gezamenlijk op te trekken, met instemming van Van Heemst? Schrijer verbreekt het niet-aanvalsverdrag en gaat voor eigen glorie, concluderen de twee PvdA-wethouders. „Op de een of andere manier vertrouwde Dominic ons niet”, zegt Karakus nu. „Ik heb hem vaak genoeg gezegd: vrees niet. Maar dat drong niet tot hem door.”

Dat verwijt valt vaker te horen, zelfs bij zijn medestanders. Schrijer heeft „een grote zender, maar een kleine ontvanger”. Hij praat veel, maar luistert amper naar anderen. Oud-burgemeester Ivo Opstelten, nu VVD-minister van Justitie en Veiligheid, noemde Schrijer smalend „mijn wethouder algemene zaken”. De PvdA’er bemoeit zich overal mee en zit nimmer om een mening verlegen. Karakus beaamt dat: „Een mening hebben is prima, maar Dominic liep zijn collega’s heel erg vaak voor de voeten.” Zoals toen hij voorstelde om feesten te organiseren in leegstaande kantoorpanden. Karakus, als bouwwethouder verantwoordelijk voor het vastgoed, was not amused.

Nog zo’n bron van ergernis: Schrijer melkt zijn eigen vermeende successen uit, zijn collega’s mogen het slechte nieuws vertellen. Wat ook steekt, is het feit dat Schrijer na de raadsverkiezingen het locoburgemeesterschap opeist. Ten koste van Kriens, ‘de moeder van het college’, die deze post vier jaar heeft bekleed, tot tevredenheid van velen. Maar Schrijer houdt voet bij stuk: de leider van de grootste partij dient ook ‘loco’ te zijn. Bos was onder Jan-Peter Balkenende toch ook vicepremier?

Tegen de landelijke trend in weet de PvdA met Schrijer ternauwernood de grootste partij te blijven. Het verschil met Leefbaar bedraagt na hertelling slechts 754 stemmen. Beide behalen veertien zetels. Maar in de coalitieonderhandelingen maakt Schrijer twee fouten. Tegen de wens van een groot deel van de fractie in negeert hij GroenLinks, een van de winnaars van de verkiezingen (van twee naar drie zetels) en een plooibare partner in de vorige collegeperiode (2006-2010). Bovendien bedingt hij voor zichzelf een wethouderspost. Terwijl de politiek leider in de raad behoort te zitten, zegt Kuzu. „Dominic had geen zicht op de fractie. We zagen hem ook zelden of nooit.”

In december loopt de temperatuur op in het stadhuis. De economie zit tegen en de gevolgen van de rijksbezuinigingen zullen zich laten voelen in de stad, die grofweg 10 procent (op dat moment 32.000) van de Nederlandse werklozen telt. In april komen grote tekorten aan het licht bij de sociale dienst. De bedragen lopen op van 40 naar 62,5 miljoen euro. Schrijer heeft een te rooskleurige begroting opgesteld. De raad geeft hem „een gele kaart met een rode rand”.

Binnen het college groeit de ergernis. De druk om ‘koppen te laten rollen’ neemt toe, maar Schrijer weigert de directeur van de sociale dienst te ontslaan. Een dag nadat het stadsbestuur heeft besloten een beslissing over 239 werknemers van het sociaal werkbedrijf van de stadsreinigingsdienst uit te stellen, kondigt hij in een commissievergadering aan dat zij in elk geval tot 1 januari hun baan behouden. VVD-wethouder Laan ontploft na ‘de PvdA-show’: „Ik dacht dat wij een team waren!” De irritatie wordt gedeeld met De Telegraaf. ‘Schrijer onder vuur collega-wethouders’, kopt de krant.

Een maand later forceert Schrijer zelf de breuk. „Hij heeft de Robin Hood-route genomen”, zegt onderwijswethouder Hugo de Jonge (CDA). Burgemeester Aboutaleb, als een van de weinigen close met Schrijer, verwoordt het bij diens afscheidsreceptie zo: „We zagen het water opwellen.” De ironie van zijn aftocht ontgaat niemand. Van Heemst: „Hij kwam als rechtse jongen uit Charlois, hij ging als de kampioen van de minima. Dat verzin je toch niet?!”

Schrijers opvolger Marco Florijn gaat vanaf woensdag het gevecht aan met de raad. Voor het einde van dit jaar moet hij zesduizend bijstandsgerechtigden aan een baan hebben geholpen. Een ondoenlijke opdracht, smaalt de oppositie. Sociale kaalslag dreigt. Schrijer is weg, maar het klassieke PvdA-dilemma blijft onopgelost.

Drie maanden na zijn aftreden zit Schrijer op een terras van een café-restaurant in het centrum van Rotterdam. Ja, hij is „opgelucht de slangenkuil te hebben verlaten”. Conclusies laat hij aan anderen: „Ik wil me richten op de toekomst”. Spijt heeft hij niet. „Wie geknipt wordt, moet stilzitten, zeggen ze. Zo zit ik niet in elkaar. Ik wil niet afwachten, ik ga liever naar mijn eigen kapper in Charlois.”

    • Mark Hoogstad