Premiers vallen in zeer hoog tempo in het diep verdeelde Japan

Japan maakt zich op voor zijn zesde premier in vijf jaar. Interne verdeeldheid brak de vertrekkende Naoto Kan op. „Japanse politici kunnen nog geen compromissen sluiten.”

Vandaag debatteren hier de kandidaten voor het leiderschap van de regerende Democratische Partij van Japan (DPJ). De nieuwe leider wordt automatisch de nieuwe premier van Japan, de zesde in vijf jaar na de val, gisteren, van premier Naoto Kan. „Een mogelijke positieve uitkomst van deze verkiezingen is dat de DPJ minder verdeeld is,” zegt Jeff Kingston, hoofd van de afdeling Asian Studies bij Temple University in Tokio. De overwinning afgelopen jaar op de voormalig DPJ-leider Ozawa van de nu afgetreden Kan heeft de partij in tweeën gespleten.

Ozawa werd in januari aangeklaagd op verdenking van corruptie, en zijn invloed is tanend. Hij leidt echter nog altijd een groep van honderd parlementsleden, wordt vaak beschreven als de ‘schaduw-shogun’.

Het onvermogen van Kan om de verdeeldheid in eigen gelederen te overbruggen is één van de redenen van zijn vertrek. De positie van Kan werd ook verzwakt door de machtige bureaucratie die zich verzette tegen pogingen om de ambtenaren uit het beslissingsproces te snijden.

Kan was ook niet in staat effectief leiding te geven door de koppige tegenwerking van de oppositie onder leiding van de Liberaal Democratische Partij (LDP). „Er is geen gevoel van een loyale oppositie in Japan omdat het land altijd een éénpartijstaat was”, zegt Kingston.

„De in oudere parlementen gewoonte om compromissen te sluiten, heeft zich nog niet ontwikkeld in Japan. De oppositie doet er alles aan om elke maatregel van de regeringspartij te blokkeren, alleen om die partij in diskrediet te brengen.”

Dit was zelfs zichtbaar na de crisis veroorzaakt door de aardbeving. De LDP maakte, tot grote woede van de overlevenden in het rampgebied, landsbelang ondergeschikt aan partijbelang. Opmerkelijk is dat ondanks de lage score van Kan in de peilingen de populariteit van de oppositie niet is gestegen. Ze zijn niets opgeschoten met hun strategie van tegenwerking.

Kingston: „Als de leden van de LDP eindelijk de champagneflessen ontkurken omdat Kan is afgetreden, zullen ze zich realiseren dat Japan volgende week nog steeds gekweld wordt door dezelfde problemen die het land gisteren kwelden.”

Als grootste kanshebbers voor het premierschap gelden nu oud-minister van Buitenlandse Zaken Seiji Maehara, minister van Financiën Yoshihiko Noda en minister van Landbouw Michihiko Kano. Gisteren werd minister van Economische Zaken Banri Kaieda, een voorstander van kernenergie, aan dit rijtje toegevoegd toen Ozawa besloot hem te steunen. Overigens heeft de Japanse kiezer geen rol bij de keuze van de volgende premier. De leider wordt gekozen door DPJ-parlementariërs.

Kan heeft het, ondanks alle kritiek, met vijftien maanden, drie maanden langer uitgehouden dan zijn vier voorgangers. En de drie wetten die hij als voorwaarde stelde voor zijn aftreden nadat er drie maanden geleden een motie van wantrouwen werd aangenomen, zijn aangenomen. Eén van die wetten moet Japan onafhankelijk maken van kernenergie. Weinig Japanse politici durven de enorme macht van de Japanse kernenergiesector te betwisten. Maar Kan lukte het een wet voor alternatieve energie door het parlement te loodsen