Nederland is zonder Brussel een Bundesland

Europa zit gevangen tussen een schuldencrisis, een zwakke economie en peilingen die euroscepsis tonen. Pas als Europese leiders doorpakken, zal relatieve rust terugkeren. Zij worden hiervan weerhouden door toenemende impopulariteit van Europese samenwerking. In Nederland klinkt een koor van mensen die kennelijk de ernst van de situatie niet inzien of daarover niet eerlijk zijn tegen hun achterban.

Het aandeel van Europa in de wereldeconomie is de afgelopen decennia gehalveerd naar 20 procent, en daalt de komende twintig jaar naar 10 procent. De wereld heeft Europa niet meer zo hard nodig. Europa heeft daarentegen de wereld nodig. De tegenvallende Europese groeicijfers van het tweede kwartaal van 2011 – 0,2 procent groei, tegen 0,8 procent in het eerste kwartaal – tekenen de mondiale krachtsverschuiving. In Azië wordt voor 2011 gerekend op 6 à 7 procent groei, in Zuid- Amerika op 4 tot 5 procent.

De export trok de Duitse en Nederlandse economie in 2010 uit het slop. Hiervan moeten we het ook de komende tijd hebben, willen we mensen aan het werk helpen.

Wie zich uitspreekt tegen ‘overdracht van soevereiniteit’ aan Brussel, wil niet inzien dat veel zaken al worden besloten door Brussel of op hoofdkantoren buiten Nederland. Zonder Brussel is Nederland al niet veel meer dan het zeventiende Bundesland van Duitsland. Vele honderdduizenden banen hangen af van de interne Europese markt. Alleen al de netto-export van producten uit land- en tuinbouw bedroeg in 2010 25 miljard euro. Een einde aan de euro zou een forse opwaardering voor onze munt betekenen en daarmee grote problemen opleveren voor ons bedrijfsleven.

Misschien kan Europa moed putten uit het voorbeeld van de eerste Amerikaanse minister van Financiën, Alexander Hamilton, die in 1790 bewerkstelligde dat de jonge Federatie zich garant stelde voor de oorlogschulden van de 13 afzonderlijke staten. Dit heeft de VS bepaald geen windeieren gelegd.

Klaas Johan Osinga

Leeuwarden