Melancholie rond middernacht

Van Gogh volgen Woody Allen. Millais volgens Lars von Trier. Poster van de film Melancholia

Antwerpen heeft een nieuw museum. Het heet Museum Aan de Stroom, maar dat zegt niemand. Iedereen heeft het over ‘het MAS’ en iedereen is er meteen dol op geworden. Antwerpen zindert ervan, bekenden en onbekenden, obers, ijsverkopers en mensen op de tramhalte, ze zingen in koor: O ja, het MAS, dat moet je zien, dat is zo prachtig!

En inderdaad, het MAS lijkt wel een luchtspiegeling, een toren van vijf enorme, schots en scheef gestapelde schoenendozen van roodbruin steen. Roltrappen stijgen op en achter golvende glazen wanden worden stad en Schelde steeds kleiner en steeds mooier.

Een museum is ook zijn binnenkant. De eerste presentatie heet Meesterwerken in het MAS en toont schatten uit andere musea. Het heeft de Madonna van Melun van Jean Fouquet uit 1450 – mijn favoriete Maria vanwege die volmaakt geschilderde, kogelharde melkborst. (Ja, zo voelt borstvoeding, jongens en meisjes.) Het toont ook Sailor’s Dream uit 1996, een rij confronterende naakte meisjes van Marlene Dumas. En van alles daartussenin. Topstukken, het een na het ander – maar het MAS verbergt ze in een daglichtloze doolhof van benauwde kamertjes waar de bezoekers elkaar op de tenen trappen. Net of het museum vreest voor de concurrentie van het beeldschone buiten.

Voor adem en uitzicht trek ik me terug in Cartoon. Zo heet het filmtheater achter de Grote Markt waar ze precies vertonen waar ik nieuwsgierig naar ben. Melancholia, de nieuwe film van Lars von Trier. En de nieuwe Woody Allen, Midnight in Paris.

Lars von Trier provoceert, als gebruikelijk, met verve, dit keer door kakkineus artistiek te doen. Terwijl hij van de daken schreeuwt hoezeer hij zijn personages minacht, bedient hij zich van een doorsnee-set wereldberoemde acteurs. Want zo dwars is hij nou ook weer niet. Hij verbeeldt het einde der tijden. Maar wel in de kopjesgevende stijl van de Prerafaëlieten, de Engelse pre-Jugendstilschilders uit de 19de eeuw. Het affiche? Dat echoot Ophelia van John Everett Millais. Op zijn persconferentie in Cannes kwam Von Trier met een aanhankelijkheidsbetuiging voor Hitler. Ja, dan is de boot aan, dat weet Lars best. En die boot kun je vervolgens weer afhouden met schuldbewust gestamel, dat weet Lars ook best. En zo geschiedde.

Ook Midnight in Paris zit vol schilderkunstige verwijzingen, Monets waterlelievijver is bijna letterlijk gekopieerd. Het affiche? Dat echoot Vincent van Gogh. Die schilderkunst geeft de film een gouden randje. Maar het is meer dan loze mooiigheid, Woody Allen beduidt ermee dat Parijs voor de Amerikanen in deze film een decor is, een buitenkant die ze kennen van de plaatjes.

Alles in de film is grappig en zachtzinnig, en er wordt ook nog elke middernacht terug in de tijd gereisd voor feestjes met Hemingway, Zelda en F. Scott Fitzgerald en noem ze maar op. Afgezien van Kathy Bates, die een dijk van een Gertrude Stein neerzet, en van Carla Bruni als edelfigurant, hield Allen het op onbekende acteurs die met smaak hun rol invullen.

En plotseling is er een onverbloemd politieke woede-uitbarsting van de hoofdpersoon. De man, een jong alter ego van Allen, fulmineert tegen zijn republikeinse aanstaande schoonvader over hoe volslagen kortzichtig hij aanhangers van de Tea Party vindt. Zijn uitval is serieus en cynisch. Excuses achteraf zullen niet baten.

Midnight in Paris draait erop uit dat Parijs voor hem geen decor meer is, maar een thuis wordt. Hij zal er blijven nu zijn vaderland waar hij een alien is geworden zich heeft ontwikkeld tot een tiran. De boot zal voor Woody Allen weer eens aan zijn. In Amerika zullen ze deze film net zo min lusten als de vorige. Maar wat kan hem dat schelen.

Joyce roodnat