'Je moet het zo simpel mogelijk houden in je hoofd'

Hij groeide op tussen de kassen van het het Westland. Ruimte genoeg om afslag en swing te oefenen. Joost Luiten over het gevecht tegen spanning en druk. „Alles blokken, dat is golf. Het gaat om mentale weerbaarheid.”

Rotterdam, 24 augustus 2011 Golfer Joost Luiten. Foto: Walter Herfst

N ederlands beste golfer slentert door de oneindig lange kassen van zijn vader. De aardbeien zijn net geplukt, de uitgedroogde plantjes doen er niet meer toe. Joost Luiten verdiende hier vroeger zijn zakcentje, in de tijd dat zijn vader er bloemen en planten hield. „Ik moest onkruid trekken en oppotten; stekkies in de pot duwen. Soms stond er niets in de kas. Dan lieten mijn oudere broers en ik de betonnen vloer onderlopen en konden we met een board over het water scheren. Het was net de zee hier.”

Ruimte is een groot goed in het leven van Luiten. In het Zuid-Hollandse Bleiswijk was veel grond waar hij zijn gang kon gaan. En bij regen waren de kassen en loodsen speelgebied.

In de huiskamer van de vrijstaande woning van de familie Luiten ligt een stukje kunstgras van nog geen halve meter. Luiten woont intussen op zichzelf in een appartement aan de rand van Rotterdam, maar als hij buurt bij zijn ouders, kan hij binnen aan zijn techniek werken.

Luiten pakt een denkbeeldige club en gaat bij de afslag staan. Zij moeder staat naast hem. „Vroeger stond hier een tafel, totdat Joost hier zijn swing ging oefenen. Hij wist precies hoever hij kon gaan. Hij raakte niks in de kamer. Zijn vrienden wel, die aarden pot in de hoek is een paar keer kapotgeslagen.”

Joost slaat in het luchtledige. De heup draait mooi door. De armen geheven. Hij wijst naar de glazen schuifpui, nog geen anderhalve meter achter hem. „Ik keek altijd in de spiegeling om te controleren of mijn swing goed was.”

Van de afslag achter de bank naar de internationale golfbanen; het verschil is minder groot dan gedacht. Golf gaat om concentratie, waar dan ook, om een intiem plekje in de hersenen waar het goed toeven is. Topsporters spreken geheimzinnig over de comfortzone. Luiten: „Je moet de sport zo simpel mogelijk houden in je hoofd. Sterker nog, ik wil me niet te bewust worden van wat er in mijn hoofd speelt. Dat is mijn kracht.”

Eigenlijk moet alles automatisch gaan. Het gaat om de routine, bij elke slag hetzelfde doen.

„Mijn routine duurt precies 32 seconden: Ik tee de bal op, kijk met mijn club of hij op de goede hoogte staat – bij tegenwind tee ik hem lager op omdat ik een lage bal wil slaan, bij meewind wat hoger – dat gaat om millimeters. Dan doe ik twee oefenswings, ga achter mijn bal staan en kijk waar ik heen sla, waar ik op mik. Dan zet ik mijn club achter de bal, kijk nog één keer naar mijn doel, zet mijn benen uit elkaar, kijk nog twee keer naar mijn doel. En dan sla ik.”

De swing is de handtekening van de golfer. Hij lijkt altijd hetzelfde en toch zijn er bij iedere slag minieme verschillen. Het is een instinctmatige handeling die voortdurend je aandacht nodig heeft. Luiten: „Mijn swing is een soort werk in uitvoering. Op dit moment gaat het technisch goed. Ik moet alleen opletten met het tempo: niet te hard of te snel gaan slaan. Ik heb de neiging te snel in de backswing te komen, dan ben ik in het vervolg van de slag weer wat te laat. Ik moet oppassen voor overswing, dat ik te ver naar achteren ga omdat ik heel flexibele gewrichten heb.”

Luiten is vergroeid met de golfclub. Als je hem ziet slaan, lijkt zijn swing een doodnormale handeling. Hij bestrijdt het. „Het is juist een heel onnatuurlijke beweging, daarom is het ook zo moeilijk. Iemand die nog nooit een club heeft beetgehad, slaat altijd mis. Het is ook raar: je maakt met zo’n grote stok een opdraai- en een afdraaibeweging, en dan kom je in het midden een klein balletje tegen. Golf luistert heel nauw.”

Vorig jaar kwam Luiten erachter dat zijn rechteroog een heel lichte afwijking had. Hij had moeite om een rechte lijn te zien, zo bleek. Een lens zou het euvel kunnen oplossen. „Dan moet ik 6 à 7 weken wennen aan een lens. Daar heb ik geen tijd voor. Ik heb met die afwijking van 0,25 procent vroeger altijd goed gepresteerd. Ik ben geen fan van veranderingen. Zo’n lens, die zit dan even niet lekker, dan ga je bewust knipperen. Niks voor mij. Ik wil er niet over na hoeven denken. Ik knipper niet met mijn ogen tijdens mijn swing, ik adem niet tijdens mijn swing, dat zit er ingebakken.”

Alles zoveel mogelijk hetzelfde houden, is het credo van Luiten. Zelfs het gebruik van een zonnebril of een petje tegen de hitte is niet aan hem besteed. „Je ziet steeds meer zonnebrillen. Ik hou er niet van. Je kijkt toch vaak naar beneden, dan zie je het frame van die bril. Bovendien kan ik de diepte minder goed inschatten. Van petjes krijg ik een hete kop. Je kunt met brillen en petjes een hoop sponsorgeld binnenhalen, zelfs als je zo’n bril alleen maar achter op je hoofd zet. Het draait uiteindelijk toch om de knaken, zo simpel is het gewoon.”

Het hoofd de baas blijven is een lastige zaak voor een golfer, vooral als je door problemen wordt afgeleid. Vijf jaar geleden hoorde Luiten dat zijn moeder schildklierkanker had. „Ik woonde toen nog thuis. Ik schrok enorm van het bericht. Ik werd onzeker. Het is nu weer goed met haar, maar toen dacht ik: is het nog te genezen? Soms had ze een onderzoek en dan moest ik een uur later de baan op. Het gekke met golf is, dat ik dan alles van me afzet. Sterker nog, ik speelde in die periode uitstekend. Alles blokken, dat is golf, het gaat om mentale weerbaarheid. Kijk naar Tiger Woods. Hij had de afgelopen tien jaar behoorlijk wat uitgevreten met vrouwen, wat hij voor de hele wereld verborgen moest houden. En toch speelde hij juist in die periode geweldig, kon hij zich volledig concentreren op de baan.”

Een caddy kan helpen de geest scherp en fris te houden. Luiten heeft sinds anderhalf jaar een nieuwe. „Als het tegenzit moet hij relativeren. Hij moet me rustig houden door te zeggen dat er na een slechte beurt nog niets aan de hand is, dat we nog steeds par kunnen maken. En soms moet hij gewoon stil zijn. Een goede caddy voelt het aan. Vroeger was ik moeilijker op de baan, dan kreeg de caddy een flinke Bleiswijkse scheldpartij te horen. Ik ben verantwoordelijk voor de besluiten. Altijd. Tenzij de caddy zegt: ‘neem ijzer 6’ terwijl het 7 had moeten zijn. Ja, dan krijgt hij de schuld.”

Luiten loopt naar een werkkamer van zijn vader, die hem als een soort manager bijstaat. Tussen de boekhouding hangen prijzen en foto’s van de golfcarrière van zijn zoon. „Ik lijk op mijn vader. Hij wil altijd winnen, ook al zie je dat er niet altijd aan af. Kalm blijven in een spannende situatie, dat heb ik van hem. Hij geniet, net als ik, van druk. Ik weet nog dat hij voor mij ging onderhandelen met een dealer over mijn eerste auto, een nieuwe Audi A3. Hij kleedde eerst de hele auto uit – geen radio, geen dure velgen – de prijs zakte. Toen het bedrag eenmaal vaststond, lulde hij al die extra onderdelen er weer gratis bij. Hij deed zogenaamd ongeïnteresseerd, rustig, maar ondertussen was hij bloedfanatiek. Zo ben ik ook op de baan. De adrenaline pompt door mijn lichaam, de hartslag vliegt naar de 200 en dan uiterlijk heel kalm blijven bij de laatste hole.”

Buiten op het erf loopt Luiten naar een loods. Hij trekt een grote deur open. Stapels kartonnen dozen voor aardbeien, grasmaaiers, autobanden, een oude Zündapp in de hoek. Hier liggen de herinneringen aan een onbezorgde jeugd. Beetje voetballen, scheuren op een skelter met motoraandrijving, gangen graven in een hoge berg van potgrond. Nu is hij professioneel golfer. Hij kan en wil niets anders. Hij is verslaafd aan het spel. Luiten: „Ik heb anderhalf jaar thuisgezeten met een blessure aan mijn arm. Je had me moeten zien. Niet te genieten. Ik was een andere jongen, depressief, ik lag alleen maar in bed. Ik zag nergens het nut van in. Ik ben blij dat het achter de rug is. Ik moet spanning en druk voelen. Ik moet golfen, om me zeker te voelen.”

    • Wilfried de Jong