Irene kan ramp blijken, of bangmakerij

Amerikanen volgen het weer met religieuze devotie. Nu orkaan Irene grote delen van de oostkust bedreigt, gaan ze hamsteren. „Ik geloof wel dat het deze keer menens is.”

Lange rijen mensen staan vrijdagmiddag rond half twee geduldig te wachten bij de kassa’s van Giant Food, een grote supermarkt in de rijke wijk Cleveland Park, in het noorden van Washington. „Wat is er aan de hand, mensen? Hebben jullie nooit eerder een orkaan meegemaakt”, vraagt de caissière als ze de zoveelste lading waterflessen heeft afgerekend.

De inwoners van de Amerikaanse oostkust hebben een paar dagen gehad om zich voor te bereiden op de orkaan Irene, die vandaag naar verwachting aan land komt in de staat North-Carolina. Daarna zet Irene koers naar het noorden, en zal onder meer over Washington, New Jersey en New York razen. Zelfs de noordelijke staat Maine wordt bedreigd.

Meteorologen waarschuwen voor de gevolgen van Irene: de dichtbevolkte oostkust (55 miljoen Amerikanen wonen in het gebied) is veel minder dan het zuiden van het land gewend aan orkanen. Bovendien kan Irene zorgen voor een gevaarlijke combinatie van hoge oceaangolven, wind en regen. Met name lager gelegen gebieden kunnen overstromen. In kracht wordt Irene vergeleken met orkaan Katrina, die in 2005 aan circa 1.800 mensen in New Orleans het leven kostte.

President Barack Obama keert vandaag terug naar Washington vanaf zijn vakantieadres. Hij waarschuwde voor de „extreem gevaarlijke” orkaan. Burgemeester Bloomberg van New York legt zijn stad ongeveer stil: de metro zal dit weekend niet rijden, en honderdduizenden inwoners uit de laag gelegen gebieden van de stad worden geëvacueerd.

Ook delen van andere Amerikaanse dorpen en steden die op het pad van Irene liggen, worden ontruimd. De achterblijvers krijgen tips (niet bij het raam zitten, haal extra eten en drinken), en elektronicaketen Radioshack verkoopt noodpakketjes: een radio, een zaklamp en batterijen. In Washington deelt het gemeentebestuur op straat gratis zandzakken uit, bedoeld om dammen op te werpen als het water in de Potomac stijgt, de rivier die de stad doorkruist.

Waar mogelijk halen de inwoners van Cleveland Park een dag voor de storm nog water, batterijen, en proviand. „Dit moet genoeg zijn voor drie dagen”, zegt William Rubin, accountant, die zijn winkelkar volgestouwd heeft met flessen water, chips en koekjes. „Ik geloof eerlijk gezegd niet dat er een ramp in Washington kan gebeuren. Maar ik geloof wel dat het deze keer menens is.”

Met ‘deze keer’ verwijst Rubin naar de andere natuurramp die de stad deze week trof: een nogal unieke aardbeving van 5,9 op de Schaal van Richter, in de staat Virginia. De schade in Washington bleef beperkt. De Nationale Kathedraal, om de hoek bij de supermarkt, verloor wat stenen. Er waren een paar ruiten kapotgegaan. Toch raakten de kranten en televisiezenders niet uitgepraat over de gebeurtenis – die zelfs de inname van Gaddafi’s hoofdkwartier urenlang van CNN verdreef.

Voor een Amerikaan betekenen de natuurelementen meer dan alleen de vraag wat voor weer het wordt, zegt emeritus hoogleraar Amerikanistiek Bernard Mergen, verbonden aan de George Washington Universiteit. Hij schreef in 2009 het boek Weather Matters, waarin hij beschrijft hoe de Verenigde Staten, volgens hem op bijna religieuze wijze, geobsedeerd zijn geraakt door het weer. Het bedreigt niet alleen hun huis, of auto, zegt Mergen, maar vooral hun wereldbeeld. „Amerikanen houden ervan als ze het leven onder controle hebben. Een orkaan en een aardbeving herinneren ons eraan dat de natuur uiteindelijk oppermachtig is. Die eigen onmacht fascineert Amerikanen mateloos”, zegt Mergen aan de telefoon. Hij zit dit weekend uit voorzorg niet in Washington, maar in West-Virginia.

Iedere natuurramp, zegt hij, geeft bovendien voeding aan twee verhalen waar Amerikanen van houden: de verhalen van helden die de elementen doorstaan, en het verhaal van de overheid die te laat optrad. „Na ieder natuurverschijnsel keert dit terug.”

Mergen verklaart de populariteit van The Weather Channel, een zender die 24 uur per dag weerberichten uitzendt, als een typisch Amerikaans fenomeen. Zoals de jonge historicus Gary Kroll onlangs schreef: „The Weather Channel was [in mijn jeugd] ons geloof, en weerman Don Noe onze hogepriester.” Aan het einde van de vorige eeuw werd het populair als reality-tv, zegt Mergen. „Nu is het de kant van de fictie opgegaan: we horen vooral wat er allemaal kan gebeuren. Irene kan een grote ramp worden, maar net zo goed kan het achteraf bangmakerij zijn geweest.”

    • Guus Valk