Het nieuwe Apple gaat boven het nieuwe Libië

Voor China zijn de turbulente ontwikkelingen in Libië en Syrië sideshows en dat geldt, zeker vanuit een economisch perspectief, eigenlijk voor de hele Arabische „lente”. Zolang het rustig blijft in Saoedi-Arabië, de belangrijkste olieleverancier van China, kijkt de Chinese diplomatie neutraal en afwachtend toe.

Dat geldt ook voor de Chinese mediaconsumenten en -gebruikers die deze week veel meer interesse hadden in het vertrek van Steve Jobs uit de dagelijkse leiding van Apple. Een onverwacht besluit waar op het Chinese twittersysteem Weibo zeer geschokt is gereageerd.

Jobs en Apple, een laatkomer op de Chinese markt, onderhouden met China een relatie die veel verder lijkt te gaan dan die van producent en de consument. Er is sprake van echte liefde voor deze cultfiguur en dat is, gezien de omzetten en beurskoersen, wederzijds.

Zorgen over de innovatieve toekomst van Apple, de nieuwe iPad3, de vraag of de nieuwe iPhone5 ook in het wit zal verschijnen, overstijgen in de oude en nieuwe media de zorgen over kleine, ver weg gelegen Arabische landen, waar geen Chinees graag naar toe zou gaan omdat de zon er altijd brandt.

Er staan in Syrië geen Chinese belangen op het spel en daardoor is de aandacht voor de overlevingsstrijd van de Assad-clan minimaal. Met Libië heeft China wel economische betrekkingen, want sinds 2010 haalt het Rijk van het Midden 3 procent van de olie uit voormalig Gaddafi-land. Chinese staatsbedrijven sloten met het ancien regime voor 13,4 miljard euro investeringscontracten.

Uiteraard maken de diplomatieke en bedrijfseconomische professionals zich lichtelijk zorgen over de toekomstige relaties met ‘Nieuw Libië’. Uitspraken van rebellenleiders dat China hen te laat en te karig heeft gesteund en daarom achter aan in de rij mag aansluiten, zijn genoteerd.

Feit is dat de Chinese minister van Buitenlandse Zaken Yang Jiechi in juni de tweede man van de rebellen ontmoette, Mahmoed Jebril, terwijl premier Wen Jiabao diezelfde maand ook Gaddafi’s minister van Buitenlandse Zaken, Abdul-Ati al-Obeidi in Peking ontving.

Dat is standaard Chinees opportunisme, ingegeven door economische overwegingen. China gaat ervan uit dat iedereen deze koelbloedige afweging wel zal begrijpen.

Bovendien, zo onderstrepen Pekingse woordvoerders opeens, zijn de relaties met Gaddafi nooit erg nauw en hartelijk geweest. Als dat wel het geval was geweest had China vast en zeker de Veiligheidsraadresolutie die de inzet van NAVO-gevechtsvliegtuigen mogelijk maakte, met een veto geblokkeerd.

Chinese bedrijfsleiders en commentatoren denken dat China met scherp geprijsde nieuwe contracten en vooral met royale, financiële bijdragen aan de wederopbouw uiteindelijk toch weer vaste grond zal vinden in instabiel Libië.

Dankzij de tactiek van de rode enveloppe (met inhoud) heeft China elders in Afrika uitstekende relaties opgebouwd met allerhande leiders. Dat moet, zo is de onuitgesproken verwachting, ook lukken met de nieuwe Libische leiders, wie dat ook mogen zijn.

En lukt dat niet, zo schreef Caijing Magazine snerend, dan kunnen onze belangen en contracten altijd verkocht worden aan de vrienden van Libië in het westen – „tenminste als er nog westerse banken zijn die willen financieren”.

Tekenend is dat het weekblad niet van plan is dit weekend de val van Gaddafi op de cover te zetten, maar, hoe kan het anders, de exit van Steve Jobs.

Oscar Garschagen