Help, het balletje gaat veel te hard

Golf is een krachtsport geworden. De ‘beukers’ op de fairway slaan verder dan ooit. Met betere betere ballen en betere clubs. De slagkracht van de toppers gaat de meeste banen ver te boven.

Grip it and rip it! Topgolfers slaan door betere clubs en betere ballen verder dan ooit. Waar ligt de grens? „Tot hier en niet verder”, zegt voormalig Ryder-Cupcaptain Colin Montgomerie. De winnaar van 31 toernooien op de Europese Tour waaronder het Dutch Open in 1993, is stellig. „Dit moet snel stoppen. We moeten voorkomen dat we straks niet nóg verder slaan.”

Drives, afslagen van 300 meter en verder: steeds verder wordt er geslagen en de grens lijkt nog lang niet bereikt. Tot verdriet van veel (ex-)topgolfers die menen dat de sport lijdt onder de dominantie van de longhitters. „Als de trend van steeds verder zich doorzet moet deze baan over een jaar of tien al weer verlengd worden om een serieuze test te blijven voor de topspelers”, zegt Montgomerie in het clubhuis van The Dutch, de golfbaan in Spijk die vorig jaar openging en door de Schot ontworpen is.

„Dat moeten we niet willen. Extra grond, als die al voorradig is, betekent extra kosten en langere golfbanen zijn duurder in onderhoud. De duur van een rondje golf zal ook toenemen en nu al haken mensen af omdat ze golf té tijdrovend vinden. De klok terugdraaien zal niet lukken vrees ik, maar er moet nu iets gedaan worden, de grens is echt bereikt.”

Golf is de afgelopen twee decennia ingrijpend veranderd door beter materiaal. Twintig jaar terug was John grip it and rip it Daly een fenomeen. Hij sloeg tientallen meters verder dan wie ook. Toen kwam Tiger Woods. Hij won in 1997 The Masters met een recordscore. Met ongekend verre afslagen maakte hij gehakt van Augusta National. Leden zagen met lede ogen aan hoe hun roemruchte baan weerloos was tegen dit geweld.

Om Woods te temmen werden golfbanen Tigerproof gemaakt, langer en moeilijker. Veel helpen deed het niet. Steeds meer topgolfers, geholpen door steeds betere clubs en ballen, sloegen vrolijk over bunkers en waterhindernissen heen.

Golf is net als tennis een powergame geworden. Finesse verliest het van kracht, meent Maarten Lafeber, winnaar van het Open in 2003. „Ik heb in mijn begintijd nog gespeeld met drivers met kleine, persimmon (houten) clubhoofden en balata (heel zachte) ballen. Dat gevoel is niet te beschrijven. Zo lekker, alsof je boter sloeg, niet te vergelijken met het huidige materiaal. Als je vroeger de bal niet zuiver op de sweetspot raakte kon je gaan zoeken in het bos. Met het moderne materiaal komen missers vaak verbazingwekkend goed terecht. Voor amateurgolfers is dat natuurlijk geweldig, op topniveau is iets verloren gegaan.”

Gevoel en talent zijn minder belangrijk geworden, vindt Lafeber. „Het moderne materiaal heeft voor nivellering gezorgd. Echte talenten kunnen zich steeds lastiger onderscheiden van de beukers.”

De R&A en de USGA, de twee regelgevende instanties in de golfsport, blijven volhouden dat de laatste jaren niet veel verder geslagen wordt. Iedereen die topgolf een beetje volgt weet dat dit onzin is. Daly is alleen nog een fenomeen om zijn veelbesproken levenswandel, hij onderscheidt zich niet meer als longhitter.

Steeds meer spelers bereiken met hun afslagen de driehonderd metergrens. Grote merken als Nike, Callaway Golf en Taylor Made steken jaarlijks miljoenen in Research & Development. Ze verdienen een veelvoud met de verkoop van drivers die meer clubheadspeed genereren en meer vergevingsgezind zijn bij mishits.

„De golfbal is 80 procent van het probleem, de clubs 20 procent”, zegt Montgomerie. De R&A en de USGA hebben enkele jaren terug limieten gesteld aan het clubhoofd. De kop van een driver mag niet groter zijn dan 460cc, de omvang van een flinke grapefruit. Door gebruik te maken van lichtere shafts en materialen (titanium) wordt nog vooruitgang geboekt, maar de echte afstandswinst komt door de ontwikkeling van steeds verder vliegende golfballen.

Veel oude, klassieke golfbanen zijn niet meer bruikbaar voor toptoernooien: te kort, te makkelijk. Het is een doorn in het oog van golfgrootheden als Jack Nicklaus, Greg Norman, Gary Player en Tom Watson. Hun pleidooi: stop de golfbal! Een aantal holes van de Hilversumsche Golfclub is recent ook langer gemaakt, tot ontzetting van bijna alle spelers in het KLM Open van vorig jaar. „Doodzonde”, aldus de Nederlandse Tourspeler Robert-Jan Derksen. „Neem hole 15, dat was een van mijn lievelingsholes, een prachtige, verraderlijke korte par 3. Nu is het een lange en saaie dertien in een dozijn par 3 geworden.”

Greg Norman, jarenlang de beste golfer in de wereld, is voorstander van verschillende ballen voor pro’s en amateurgolfers. De pro’s zouden in de wedstrijden een bal moeten gebruiken die minder ver vliegt. Er valt iets voor te zeggen, maar zo’n opgelegde teruggang in afstand druist in tegen het wezen van topsport: steeds verder gaan, grenzen verleggen.

Van verregaande maatregelen door de R&A en de USGA komt het vermoedelijk ook niet. Misschien willen de regelgevers wel ingrijpen, maar ze kennen de consequenties: miljoenen verslindende rechtszaken met de grote golfmerken die hun commerciële belangen ten koste van alles zullen verdedigen.

Montgomerie. „Er moet iets gebeuren, maar ik zie het er niet van komen. De R&A en de USGA deinzen terug voor de macht van de toonaangevende golfmerken.”

Voorlopig vliegt de bal verder dan ooit. De vraag is of de gemiddelde golffan daar heel rouwig om is. De toeschouwers op het KLM Open willen vooral Rory McIlroy zien spelen en elkaar na een spetter van de tee opgewonden aanstoten: „Zag je hoe ver die bal ging? Ongelooflijk!”