Geen kleffe boterham voor pubers op school

Aan lamlendige pubers valt geen eer te behalen, denken Nederlanders. Niets is minder waar. Laten we beginnen om hun stevige lasagna’s voor te schotelen in plaats van suikershots van Albert Heijn, betoogt Wendy Schouten.

Na twee schooljaren in Zweden beginnen onze kinderen het nieuwe schooljaar in Nederland. Daarom sta ik ’s ochtends weer als vanouds machinaal boterhammen te smeren voor drie man en een vrouw.

Dat vind ik helemaal niet erg om te doen. Wat ik wel erg vind, is dat de helft van deze boterhammen niet wordt opgegeten.

Wat ik ook doe – een door elkaar gerammelde fruitsalade, warm geworden stukjes paprika en zweterige boterhammen met kaas zijn meestal niet meer de moeite van het opeten waard. Het brooddoosje van mijn zoon heeft in zijn klas na twee dagen al de bijnaam ‘de prullenbak’ gekregen. Mijn kinderen zeggen bovendien dat ze vaak maar vijf minuten de tijd nemen om te eten. Anders is de pauze zo kort. Spelen is nu eenmaal leuker dan eten.

Het gevolg is dat je om drie uur zit opgescheept met vier jengelende kinderen die je, doodmoe en shaky van de honger, smeken om vocht en om een shot zoetigheid en met een leerkracht die niet echt te spreken is over hun gedrag. Ik denk dan – wat voor kans op goed gedrag geef je kinderen met vijf happen brood op en drie kwartier pauze tussen half negen en kwart voor drie?

Deze situatie vormt een groot contrast met de situatie in Zweden. Daar waren onze kinderen meer buiten dan binnen. Ze begonnen de dag met een skitocht of een boswandeling. Aan het eind van de ochtend kregen ze een verse, biologische, warme maaltijd voorgeschoteld. Ze aten stevige stoofschotels, lokale aardappelgerechten, groene salades, warme appeltaart met slagroom en soms pannekoeken met ijs. Wanneer ik ze rond tweeën ophaalde, kreeg ik ze uitgerust, blozend en voldaan mee naar huis. Hier bouwden ze de rest van de middag zonder zeuren een iglo.

Mens sana in corpore sano – een gezonde geest in een gezond lichaam. Het Zweedse onderwijs houdt dit principe hoog door te streven naar een goede balans tussen de fysieke en de intellectuele ontwikkeling van kinderen. De Zweden zijn zich ervan bewust dat fysiek welzijn een voorwaarde is voor de vorming van het intellect.

In Nederland ontbreekt dit besef. School bestaat voor de intellectuele vorming. Het fysieke welzijn van kinderen is een taak voor ouders. De geest krijgt aandacht van half negen tot drie en het lichaam daarna.

Zo werkt het natuurlijk niet, zeker niet bij kinderen in de groei. Een lichaam dat dag na dag uren achter elkaar wordt genegeerd, komt in opstand. Dat uit zich in hyperactiviteit en een ongezonde voorkeur voor energierijk voedsel.

Iedereen weet dat honden en kinderen veel moeten worden uitgelaten. Vreemd genoeg gaan de ontwikkelingen in Nederland precies de andere kant op. De tijd die op school wordt gereserveerd voor basisbehoeften als eten en bewegen, lijkt met de jaren af te nemen, terwijl van alle kanten meer cognitieve vorming in het lespakket wordt gepropt. De toegevoegde waarde van een cursus Engels voor peuters, dyslexietesten voor kleuters en klasjes voor hoogbegaafden is vaak twijfelachtig.

Van Nederlandse kinderen wordt slechts het brein getraind en niet het lichaam. Kinderen ervaren hun lichaam steeds meer als een obstakel. Dit is een risicovolle ontwikkeling. In het verstedelijkte Nederland, met beperkte bewegingsvrijheid, gebrek aan natuur, vervuilde lucht en geluidsoverlast, hebben kinderen juist meer fysieke ondersteuning nodig en niet minder. De bolleboosjes in het hoogbegaafdenklasje zijn meer gebaat bij een gezamenlijke maaltijd, een potje voetbal of een middag samen kikkers vangen dan bij een verhandeling over aerodynamica of een debat over de Europese Unie.

Met het verdwijnen van de natuur om ons heen lijken we ook geleidelijk onze natuurlijke behoeften uit het oog te verliezen. Dat op het schoolplein geen bomen meer groeien, betekent niet dat kinderen de behoefte hebben verloren om erin te klimmen. Bewegen zit in de natuur van kinderen. Ze leren beter rekenen door hun eigen sprongen te tellen dan door een abstracte optelsom uit een boekje.

Vergeleken met de Zweedse situatie wordt de basisbehoefte aan energie en beweging van Nederlandse schoolkinderen ernstig verwaarloosd. Dit is nadelig voor hun fysieke ontwikkeling – is het toeval dat de Zweedse kinderen uit de klas van mijn oudste allemaal minstens een kop groter waren dan hijzelf en zijn Nederlandse klasgenootjes? – en voor het ontwikkelen van gezonde leefgewoonten. Juist nu de Nederlandse overheid zich steeds meer zorgen maakt over de toename van ongezonde leefgewoonten en de epidemische vormen die obesitas onder de jeugd aanneemt, is het goed om eens te kijken hoe andere landen hiermee omgaan.

Het aanleren van gezonde leefgewoonten vindt voor een groot deel plaats in de schoolgaande leeftijd. Kinderen gaan tegenwoordig meestal niet meer naar huis om tussen de middag te eten. Ze blijven het grootste deel van de dag op school. Dit, gecombineerd met het feit dat de energiebehoefte van kinderen en jongeren – zowel het gebruik als het verbruik – het grootst is gedurende de schooldag, leidt tot de simpele conclusie dat school en opvang de aangewezen plaatsen zijn waar men zich zou moeten ontfermen over de fysieke basisbehoeften van kinderen. Het heeft geen enkele zin om kinderen en hun ouders met campagnes tot gezonde leefgewoonten te bewegen als schoolgaande kinderen gedurende de dag niet de kans krijgen een normaal voedingspatroon te ontwikkelen en zich door middel van beweging bewust te worden van hun lichaam en bijbehorende behoeften.

Na twee dagen melden zoon en dochter dat ze geen gegrilde worstjes, stukjes kibbeling of los fruit meer in hun brooddoosjes wensen. Ze krijgen het allemaal niet op in de tijd die hun wordt geboden. Liever willen ze, net als alle andere kinderen, gewoon twee boterhammen, een appel en een pakje Wicky of dubbeldrank. Dan kunnen ze tenminste lekker snel naar buiten. Twee boterhammen en een appel op een dag van half negen tot drie, voor een meisje van acht en een jongen van twaalf? Ik snap het wel. Een mens heeft ook wel wat leukers te doen dan zes kleffe boterhammen wegkauwen. Wie heeft ooit een verkwikkende berg boterhammen gegeten? Het is een eetcultuur om je voor te schamen. Het is niets meer of minder dan een pragmatisch, calvinistisch antwoord op het verdwijnen van de huisvrouw uit de keuken. Het stilt de honger, maar is vreselijk onbevredigend.

Mijn oma Truus zaliger hanteerde nog de oud-Hollandse volkswijsheid ‘Ontbijt als een keizer, lunch als een koning en dineer als een zwerver’. Als ik om twaalf uur ’s middags vol bietjes, warme aardappelen en speklapjes zat, kon ik er de rest van de dag tenminste weer tegenaan. ’s Avonds had ik niet meer nodig dan een lichte broodmaaltijd.

Voor schoolgaande kinderen is de situatie tegenwoordig omgedraaid. Gedurende de dag genieten zij een lichte broodmaaltijd. Vlak voor bedtijd werken ze nog even snel een bord spaghetti bolognese naar binnen. Hun lichamen zijn gedurende de nacht niet bezig met rust, groei en herstel. Ze draaien volle toeren om de spaghetti te verteren.

Vooral puberjongens van veertien, vijftien en zestien jaar zijn de klos in dit systeem. In hun ondervoedheid en hun onophoudelijke zucht naar calorieën en bevredigender voedsel dan een stapel droge boterhammen leggen die arme jongens rond het middaguur bij Albert Heijn de band vol met familiepakken Snickers, negerzoenen, roze koeken en blikjes cola. Dit is de snelste en gemakkelijkste weg om hun chronisch verlaagde bloedsuikerspiegel omhoog te stuwen. Korte tijd voelen ze zich verzadigd. Niet lang daarna wacht deze jongens een dip van jewelste, door de overmatige insulineproductie die de berg geconsumeerde suiker tot gevolg heeft. Dan hangen ze moe en verveeld in hun schoolbanken – lastig, maar ja, zo zijn pubers hè!

Wat deze jongens werkelijk nodig hebben, zijn gebraden kippepoten, lasagneschotels, gebakken aardappels in de schil, pasta genovese, gegrilde groenten en wat dies meer zij. Onderschat de energiebehoefte van pubers niet! Als ouder of verzorger heb je hier zo een dagtaak aan, maar als niemand het die jongens voorschotelt of het hun leert maken, zullen ze de waarde ervan nooit leren kennen. Dan zullen ze hun armzalige kostje zelf bij elkaar grazen en snaaien bij de grootste kruidenier van Nederland.

Jamie Olivers uit de lage landen, sta op en verenigt u! Red deze jongens en meisjes, die hun behoeftige lichamen vullen met holle calorieën. Behoed ons voor een bevolking met de slapte van week krentebrood. Je bent wat je eet. Ons land is een kleffe boterham met jam. Hoe dachten we op deze manier de crisis te boven te komen? Het economische succes van Zweden komt niet alleen door de hogere arbeidsparticipatie van vrouwen, maar hangt ook voor een groot deel samen met de aandacht en zorg voor basisbehoeften als voeding en beweging. Mogelijk is dit een gevolg van het feit dat vrouwen, die van nature meer zijn gericht op primaire zorgbehoeften, in Zweden vaker functies bekleden waarin zij invloed uitoefenen op het zorgbeleid.

Het lastige is dat onze bewegingsloze, ondervoede kinderen zich moeten handhaven in een maatschappij waarin ze de hele dag van alle kanten snoepzakjes, limonade en koek krijgen aangeboden. Els Overkamp schreef op 14 juni jl. een raak betoog in de Volkskrant, waarin ze zich uitsprak tegen de constante, ongevraagde bijvoedering van haar kinderen door de middenstand en door sportverenigingen. Snoep, limonade en koek horen niet in een mens. Ze zijn zand in de motor. Ze onttrekken vitaminen en mineralen aan je lichaam. Als daartegenover alleen boterhammen met jam en hagelslag staan, en je lichaam net een groeispurt doormaakt, pleeg je roofbouw op je lichaam.

Een overheid die de gezondheid van haar bevolking serieus neemt, moet gezond eten faciliteren en slecht eten afschaffen. Dit is simpel. Met roken is het ook gelukt.

Onder meer door hogere belastingen heeft Zweden meer geld om elke school uit te rusten met een keuken en een kok. Zweden heeft ook meer natuur en bomen waarin kinderen zich kunnen vermaken. Dit betekent niet dat we onze jeugd maar moeten afschepen met een paar armetierige boterhammen en drie kwartier tegen elkaar aanbotsen op een stenen schoolplein. Dat is niet minder dan een gebrek aan beschaving.

Na school gaat mijn oudste direct de stad in, om viool te spelen. Dit doet hij niet onverdienstelijk. Gisteren kreeg hij in een uur zo maar 67 euro toegeworpen. Daar kan een normaal mens nauwelijks tegenaan werken. Van dit geld haalt hij nog even een agenda. Hoogstwaarschijnlijk sluit hij zich daarna aan in de rij hongerige pubers bij de Albert Heijn, voor een snickers en een bounty. Dit is begrijpelijk – maar triest is het wel.

Wendy Schouten is archeoloog en publicist.

    • Wendy Schouten