Europees arbeidsleger aan de Eems

Het besluit, deze week, van de Raad van State om de milieuvergunning voor de kolencentrale van RWE in de Eemshaven te vernietigen, was een tegenslag voor het gebied. Maar geen fatale. Er zal hoe dan ook een industrieterrein verrijzen. Met dank aan duizenden buitenlandse arbeiders.

Cruiseschip in de Eemshaven Nederland - Eemshaven - ( Groningen ) - 14-07-2011 Cruiseschip de Sihout wat afgebouwd wordt ligt in de haven. Foto: Sake Elzinga

Vijfhonderd stoelen telt het zelfbedieningsrestaurant van containerdorp Envilla aan de rand van het Groningse dorp Wagenborgen. Hier eet het Europese arbeidsleger dat de energiecentrales van Nuon en RWE in de Eemshaven bouwt. Portugezen, Italianen, Polen, Roemenen, Duitsers, Slowaken, Turken en enkele tientallen Nederlanders halen hun avondmaal in de keuken. Soep, friet, rijst of pasta, biefstuk, boontjes, sla en zes verschillende toetjes. De mannen schuiven aan aan lange tafels in de metalen hal van de ontspanningsruimte Plaza. En(ergy)villa lijkt op een asielzoekerscentrum. Een slagboom, een pasjessysteem, na tienen geen bezoek.

Jaren zijn ze al van huis, de Portugezen Jorge en Afonso. Jorge is een kleine zestiger met een gegroefde kop, hij spreekt gebrekkig Engels. Afonso oogt als een intellectueel met zijn designerbril en modieuze sikje. De gasfitters werkten in Canada, Koeweit, Saoedi-Arabië, Frankrijk, Amerika. Hun gezinnen lieten ze achter in Portugal, hun kinderen groeiden op van hun salaris. Dit keer bracht Afonso zijn volwassen zoon mee naar Nederland. In Portugal is geen droog brood meer te verdienen.

Joni uit Sierra Leone woont sinds vier jaar in België. Via een Belgische onderaannemer kwam hij naar de Eemshaven. Envilla, dat begin dit jaar openging, is in orde, maar de kwaliteit van het eten is achteruitgegaan, zegt hij, omdat het arbeidsleger aanzwelt. Het dorp heeft plaats voor 1.400 man, er wonen er inmiddels 850. Al die mannen moeten ’s ochtends tussen half 6 en 7 uur naar de bouwplaats. Dat leidt tot lange rijen voor het ontbijt en een run op de zestien bussen, met irritatie tot gevolg. Maar de leefomstandigheden in Nederland, zegt de Roemeen Bogdan, zijn beter dan in Griekenland en Albanië, waar hij ook werkte. Bogdan is veiligheidsmanager van dertig Roemenen op de Nuon-centrale. Alleen het Nederlandse klimaat bevalt hem slecht.

Vooruitgang!

Wandel bij stralend weer over de dijk vanuit Delfzijl richting Eemshaven en je ziet de geboorte van een industrieterrein: de grote betonnen staketsels van de Essent/RWE-elektriciteitscentrale, het blauwe staal van de Nuon-centrale-in-aanbouw, de pijpen van Electrabel, de grijze platte doos van het datacenter van Google, de roestkleurige olietanks-in-wording van Vopaks olieterminal. Op een veld liggen tientallen wieken klaar voor te bouwen windmolens in de Waddenzee. Tussen al die bedrijvigheid door draaien 88 langbenige windmolens van het grootste Nederlandse windmolenpark op land.

Vooruitgang! Noordoost-Groningen, lange tijd geassocieerd met leegte, werkloosheid en de stakende communistische arbeiders van de strokarton, werkt nijver aan imagoverbetering. Alles draagt hier Engelse namen: Energy Valley, Energy Port, Energy Corridor.

Zelfs Delfzijl, een droevig krimpstadje met 10 procent werkloosheid, leeft op. Bij restaurant De Boegschroef aan de Oostelijke Handelskade schuiven ondernemers af en aan voor een broodje Eems. In het grote kantoor van Groningen Seaports krijgen zakenlui voorlichting over de vorderingen in de Eemshaven. Aansluitend worden ze getrakteerd op ‘Zout aan de broek’, een wilde pr-bootvaart in grijze rubberbootjes door de haven, afgesloten met haring, bier en borrel. Vorig jaar brachten vierduizend ondernemers, politici en bestuurders een bezoek aan de haven. De boodschap van havenautoriteit en beheerder Groningen Seaports: hier is ruimte en rust. Hier liggen uw ‘opportunities’!

Een dag later hangt een grijs gordijn van striemende regen over de Eemshaven. De wind giert over de kale vlakte. Tijd voor ontnuchtering. Wat schiet een krimpregio als deze op met een industrieterrein dat wordt aangelegd door duizenden buitenlandse werknemers? Wat vinden de noorderlingen van de containerdorpen voor Polen en Portugezen? Schept de Eemshaven ook banen in de buurt? Kloppen de verontruste geluiden van vakbond FNV over uitbuiting van het buitenlandse arbeidsleger? Onlangs nog viel in de gietende regen een Hongaarse steigerbouwer acht meter naar beneden. De Arbeidsinspectie onderzoekt de zaak.

Eemshaven, een stuk opgespoten land van 1.129 ha op de hoek van de Eemsmond en de Waddenzee, was bedoeld als overloop voor de petrochemische industrie van de Rotterdamse haven. Maar door de oliecrisis van de jaren 70 in de vorige eeuw kwam er nooit iets van de grond. In 2000 werd de directeur van Groningen Seaports – het bestuurslichaam van de provincie Groningen en de gemeenten Delfzijl en Eemsmond dat het gebied exploiteert – op staande voet ontslagen omdat hij tegen een journalist had gezegd dat het nooit wat zou worden met de Eemshaven. Een headhunter vond een nieuwe directeur: Harm Post, selfmade man uit de Groninger bus- en treinwereld, die ooit overtollige bussen verkocht aan Oekraïne. Hij noemde de Eemshaven „een verborgen juweel”.

Harm Post (57) is een vrolijke bonk energie. Hij ziet alleen maar kansen. Bedreigingen zijn voor bange mensen. Post ging aan de slag, maar het duurde nog tot 2007 voor de eerste resultaten zichtbaar werden. De eerste drie bedrijven op het terrein waren moutfabriek Holland Malt, Theo Pouw (recycling) en de energiecentrale van Nuon. Inmiddels is 6 miljard euro geïnvesteerd in het gebied. Google heeft er zijn datacentrum gevestigd wegens de combinatie van ruimte en enorme voorraden elektriciteit. Microsoft overweegt hetzelfde. Er ligt een directe elektriciteitskabel uit Noorwegen, een Deense kabel staat gepland. In de toekomst moet de Eemshaven eenderde van Nederlands stroom leveren. De uitdrukking ‘het stopcontact van Nederland’ is al een cliché geworden.

„Ruimte is een unique selling point in een overvol land”, zegt Post bij de eendenborst in restaurant De Boegschroef. „Bovendien komt er in Nederland een slag om schaars talent. De enorme vergrijzing in combinatie met nieuwe economische activiteit noodzaakt ons om jongeren weer voor techniek te interesseren.” Het Experience Centre in Delfzijl moet met het bedrijfsleven en het Noorderpoortcollege in Groningen jongeren enthousiasmeren voor techniek. Want dat er in de Eemshaven nu vooral buitenlanders werken, komt gewoon doordat er geen Nederlandse gasfitters, lassers en betonvlechters te vinden zijn, zegt Post.

Ondernemende boeren

Vijfduizend buitenlanders werken nu in de Eemshaven. Eerst overspoelden ze de dorpen in de buurt. Dat schiep kansen voor ondernemende boeren. Zo zette Daphne Oosting (50) naast haar boerderij, één kilometer van de haven, haar containerhotel Dijkzichtlogies neer, met veertien kamers. Ze herbergt „het iets hogere segment van leidinggevenden op de bouw”. Haar gemiddelde klant overnacht er drie weken, maar ze heeft er ook één die al een jaar een kamer huurt. Ze is blij met de bedrijvigheid. „De provincie zal er beter van worden.”

Tien kilometer verderop, in het dorp ’t Zandt, kochten twee boerenbroers het leegstaande gemeentehuis. Daar wonen nu een kleine vijftig Turken. Vandaag hangen ze thuis rond, door de regen is de bouw stilgelegd. Ze spreken nauwelijks een vreemde taal en vinden het maar koud in Holland. De buurvrouw heeft helemaal geen last van de Turken. „Het zijn nette mensen. Ik had meer hinder van de laatste kermis hier tegenover met al die herrie en die dronken jongelui.”

Het grijsgroene containerhotel Energy Village in Uithuizen (382 bedden) gaat binnenkort met tweehonderd kamers uitbreiden. Maar niemand pakte het zo groots aan als Roel Witwerts, directeur van het Van der Valk-hotel in Zuidbroek. In opdracht van Nuon bedacht hij het containerdorp Envilla in Wagenborgen. Anderhalfduizend genummerde containers van 2,5 bij 6 meter bevatten elk een bed, tafel, kast, badkamer, tv en ip-aansluiting. Op het parkachtige terrein, vroeger van de psychiatrische inrichting Groot Bronswijk, liggen sportvelden. Naast het zelfbedieningsrestaurant heeft Plaza lounges met zithoeken, terrassen, een bar, snooker- en biljarttafels en een automatiekmuur met kroketten („voor de Hollandse cultuur”).

Envilla is grotendeels gebouwd door Polen. „Van die mensen kunnen wij Nederlanders nog heel wat arbeidsmoraal leren!” zegt Witwerts. Opdrachtgever Nuon verplicht alle blauwe boorden die de centrale in de Eemshaven bouwen hier te wonen. Nuon betaalt. Witte boorden mogen kiezen waar ze een kamer huren.

Eerst liep Wagenborgen (1.800 inwoners) te hoop tegen de komst van zoveel alleenstaande mannen. Inmiddels zegt sportinstructeur Johan Woldendorp (56) van Fitness Center Performance blij te zijn met de sportende buitenlanders, al hebben ze geen manieren. „Oostblokkers hebben schijt aan alles, ze komen binnen zonder handdoek en met vieze schoenen. Maar die mensen betalen wel. De hele middenstand in Wagenborgen verdient eraan.”

Performance krijgt zo’n vijftien buitenlanders per avond binnen. Woldendorp stelt één voorwaarde: ze zijn pas om 9 uur ’s avonds welkom. „Je hebt nu eenmaal klanten die buitenlanders niet ‘begrijpen’. Die willen bij het sporten niet hoeven wachten op Polen. Ik wil mijn eigen mensen niet verjagen.” De kastelein in het dorpscafé van Wagenborgen had eerst zijn bedenkingen, maar heeft nu taalboekjes aangeschaft om met zijn nieuwe clientèle te kunnen praten. „Ze spreken geen woord Engels”, zegt hij in Gronings dialect.

Structurele werkgelegenheid levert de bouw van de energiecentrales niet op, zegt vakbond FNV. Harm Post bestrijdt dat. Voor de Stichting Bedrijfsleven Eemshaven becijferde de Hanze Hogeschool dat er de komende tien jaar op het industrieterrein in Delfzijl én de Eemshaven 3.400 banen te vergeven zijn, grotendeels wegens pensionering van de babyboomers. Een kleine 1.000 daarvan, schat Post, zijn nieuw, waarvan 750 in de Eemshaven.

Zeker levert de Eemshaven werk op, zegt ook Geert van der Wal van het UWV in Delfzijl. De bouw is dan wel in handen van buitenlanders, maar „daaromheen ontstaat veel facilitair werk, in de techniek, de beveiliging, secretaresses, verpleegkundigen.” Het UWV heeft er het afgelopen jaar 500 à 600 mensen uit de regio een baan bezorgd, meestal flexwerk. „Elke centrale levert in de toekomst 100 à 130 vaste banen op, maar er is meer. De assemblage van windmolens voor de windmolenparken op de Waddenzee vindt bijvoorbeeld ook deels in de Eemshaven plaats.” Dat Duitsland definitief stopt met kernenergie zal de bouw van windmolens enorm stimuleren. Van der Wal heeft zelfs veertig langdurig werklozen uit de kaartenbakken van Delfzijl aan een baan als liftboy geholpen bij de centrale van RWE. „De scepsis over de Eemshaven is voorbij.”

Assertiviteit

Wat Groningers moeten leren, zegt Harm Post, is assertiviteit. „Men noemt Randstedelingen hier ‘grootbekken’. Mijn stelling is: grote havens, grote bekken, kleine havens, nóg grotere bekken!” Post maakt er geen geheim van dat hij graag concurreert met de Maasvlakte („die wordt gedomineerd door containers, dat levert niet veel op”).

Post heeft weinig geduld met mensen die hun wenkbrauwen optrekken bij de komst van al die buitenlanders. Nederland heeft nauwelijks vakkrachten meer, zegt hij. Deze regio heeft vierduizend werklozen. De Eemshaven biedt „een knoeperd van een kans” voor deze mensen, maar dan moeten ze wel willen. „Werk weigeren leidt in Nederland nog steeds niet tot repercussies.” Bovendien zijn die buitenlandse vakkrachten een direct gevolg van de verplichte Europese aanbestedingsregels. „Nuon heeft Mitsubishi als hoofdaannemer in de arm genomen. Buitenlandse onderaannemers nemen hun eigen ploegen mee. Dat doen we zelf ook. Een Nederlandse onderneming gaat nu het allergrootste vliegveld bouwen in Peking. Dus waar hebben we het over?” Binnenkort zullen we blij zijn met elke buitenlander die hier nog wil komen werken, denkt Post. „De PVV? Die wordt ingehaald door de werkelijkheid.”

Vakbond FNV keert zich al niet meer tegen de aanwezigheid van buitenlanders, maar wel tegen de oneerlijke concurrentie en slechte arbeidsomstandigheden. „Arbeidsmigratie is prima, maar men moet wel te werk gesteld worden op gelijke voorwaarden”, zegt Hermen Pol. „Bij Europese aanbesteding zijn prijs en kwaliteit belangrijke criteria, maar er wordt nauwelijks gelet op de behandeling van de werknemers.”

In een zaaltje in Wagenborgen vertellen een paar Oostblokkers en Portugezen anoniem over de onderbetaling door hun Duitse, Portugese en Poolse onderaannemers. Allen hebben ruime ervaring in het buitenland. Hun verhalen zijn identiek: een gasfitter of lasser met 25 jaar ervaring krijgt maar 10 euro per uur in plaats van de 14 euro waar hij recht op heeft. Overuren worden niet uitbetaald en reiskosten niet vergoed.

Kamp

Onderzoek van de Arbeidsinspectie leverde geen opvallende misstanden op, maar dat komt volgens Hermen Pol omdat de inspectie slechts controleert of de buitenlanders onder het minimumloon werken. „Dat is 8,40 euro per uur. Maar dit zijn gespecialiseerde vakkrachten en die horen meer te verdienen. Wij hebben bij alle onderaannemers onderbetaling geconstateerd.” Nuon heeft beloofd daar werk van te maken. Bij het Duitse RWE is nog meer mis, zegt Pol. Daar werkt men vaak zonder contract, zonder loonstrookje en wordt de hand gelicht met de arbeidsuren.

„Het was mijn droom om naar Holland te komen”, zegt Lajos. „Nu wil ik weg, ik wil ander werk.” De Portugees Filipo maakt bezwaar tegen de gedwongen winkelnering bij Envilla. Zo mogen de bewoners geen flessen wijn van de supermarkt meenemen. Alle mannen klagen over de chaos in de ochtendspits tijdens het ontbijt en het vervoer naar de Eemshaven. Goran (22 jaar in Nederland) vindt het sowieso belachelijk dat Nuon hem verplicht om in Envilla te wonen. „Ze hebben me in een kamp gestopt, maar ik ben geen slaaf! Als het heet is, doe je geen oog dicht in die containers.”

In de lounge van Plaza loopt ‘toolstore manager’ Marten Simons (61), een van de ongeveer honderd Nederlanders die in Envilla wonen. De Brabander, verantwoordelijk voor de gereedschappen op de bouwplaats, had geen keus. Vanuit Breda kan hij niet dagelijks naar de Eemshaven forenzen. De huisvesting is draaglijk, zegt hij, zolang hij de weekeinden naar huis kan. Zijn klacht? De buitenlanders. Hij eet met ze, hij slaapt met ze, maar eigenlijk valt er niet mee te werken. „De afgelopen vijftien jaar is alles in de bouw slechter geworden. Hun vakmanschap is onvoldoende, je kunt niet met ze communiceren en ze hebben geen benul van veiligheid. Maar er zijn bijna geen Nederlanders meer in de bouw. Ik zal blij zijn als ik volgend jaar met pensioen kan.”

    • Laura Starink