Eurocrisis: nu democratische vooruitgang, meer dan ooit

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Vorige week riep ik premier Rutte op uit te groeien boven zijn huidige Europa-spelletje: remmen in Den Haag en meedoen in Brussel. Het voedt binnenlands cynisme en levert in de huidige crisis weinig bonuspunten op bij de 26 medelidstaten van de Europese Unie. Te begrijpen is het wel.

Een geducht deel van het kiezersvolk voelt zich vooral bedreigd door Europa en moet niks hebben van steun aan Grieken en andere knoflook etende zonnehoofden. Rutte ziet zich daarom politiek genoodzaakt in eigen land Eurosceptisch te klinken, terwijl hij het in het Nederlands belang acht de euro overeind te houden. Die spagaat is moeilijk vol te houden. Om die spanning te verlichten, is meer nodig dan eerlijke waar verkopen. Ons systeem kan zo niet verder.

De acute uitdaging voor leidende politici is intussen extra ingewikkeld. Niemand weet ook maar bij benadering het overtuigende antwoord op de crisis die Europa en de gemeenschappelijke munt teistert. Land X of Y erin of eruit – het heeft grote gevolgen. Vrijwel alle vaste waarden en doelstellingen van de afgelopen tien à twintig jaar wankelen. De twijfel beslaat zo’n breed terrein dat economen, staatkundigen noch psychologen hierop alleenrecht kunnen claimen.

De neiging van politici is op safe te spelen, zeker in zulke tijden van onzekerheid. Dat levert verzuchtingen op. Waar zijn de leiders van vroeger? Helmut Kohl doorbrak deze week de gebruikelijke reserve jegens opvolgers toen hij kanselier Merkel verweet dat Duitsland de weg kwijt is geraakt. Het Frans-Duitse duo van nu lijkt in niets op Kohl en Mitterrand. Zij creëerden in 1984 hoop op meer dan vrede alleen toen zij elkaars hand vasthielden op het Eerste Wereldoorlog-slagveld van Verdun.

Terwijl het Midden-Oosten voor het ontslag van de laatste sultans vecht, twijfelt Europa aan het welvaarts- en beschavingsproject Europa. Ruimer – democratische landen twijfelen aan hun verkozen leiders. Japan deed de premier in de uitverkoop. Hij was net zo onbekend en onbemind als de vorige. Zelfs de meest begenadigde politicus van zijn generatie, Barack Obama, kan weinig goed meer doen.

De Amerikaanse president heeft de kiezers niet gebracht wat hij in 2008 beloofde – sociale gerechtigheid, werk, een sluitende begroting, hoop. Hij voelde zich tot onherkenbare maatregelen gedwongen door een oppositie die het idee compromis in de ban heeft gedaan. Ook dat mag in een democratie.

Dit is geen reden terug te verlangen naar onverkozen doordouwers, zoals J.L. Heldring donderdag schreef. Hij waste mij de oren, omdat ik Rutte onverkozen Europeanen als Beyen, Kohnstamm en Wellenstein ten voorbeeld hield. Gelijk heeft hij, maar dit onderstreept het probleem. Om democratische redenen kan Rutte niet doen wat hij nodig vindt.

Om eurolidstaten met bandeloze begrotingen tot de orde te roepen, hoopt men in Den Haag en andere budgettair strenge hoofdsteden dan maar een technocratisch, deskundig orgaan in het leven te roepen dat vrijwel automatisch sancties afkondigt. Zo is Europa al deze jaren gegroeid – als apolitiek project met de Raden van ministers en regeringsleiders als hoogste besluitvormende organen.

Wat ons in deze tijd van crisis die vraagt om grote besluiten opbreekt, is het democratisch tekort, zowel in Europa als in Nederland. Viervijfde van de stemgerechtigde burgers doet mee aan Kamerverkiezingen. Gelukkig, maar de aanhang van politieke partijen is smal geworden, net als het vertrouwen in politici dat zij vooral de publieke zaak dienen. Partijen zijn meer loopbaankanalen dan broedplaatsen voor nieuwe ideeën geworden. Dat mobiliseert niet.

Europa heeft een parlement. Dit heeft geleidelijk meer bevoegdheden gekregen, maar opereert – door het ontbreken van een Europees publiek debat – in een vacuüm. In deze periode, waarin ingrijpende besluiten nodig zijn, ontbreekt het parlement in de discussie.

Gelukkig is democratie meer dan parlementair debat. Cruciaal is de verantwoording over gevoerd beleid. Daarom is de wildgroei aan verzelfstandigde bestuursorganen in eigen land een groter probleem dan de meeste politici, staats- en bestuurskundigen erkennen.

Mededingingsautoriteit, Autoriteit Financiële Markten en noem de hele rits maar op – het zijn even zo veel terreinen waarop deels politieke beslissingen buiten het democratische verantwoordingscircuit zijn geplaatst. Het is vrij bizar dat de minister van Financiën zijn greep op De Nederlandsche Bank heeft versterkt, omdat het toezicht onder Wellink hem niet beviel.

Het is zaak die ontwikkeling kritisch tegen het licht te houden en niet los te zien van de teleurstelling over democratische politiek. Zo is het ook met Europa. Wat is erger – de euro redden en Europa laten kapseizen, of Europa redden en de euro laten zinken? Waarschijnlijk is er meer steun om de Europese samenwerking te redden, in welke vorm dan ook. Met of zonder euro zal de democratische verantwoording moeten worden verbeterd. Meer technocratie is niet genoeg.

Om daar draagvlak voor te creëren, is het hard nodig dat iedereen die inziet dat terugtrekking op eigen erf geen optie is hardop meedenkt over een Europa waarin de democratische sommen kloppen. In de jaren tachtig van de vorige eeuw verhief een aantal Europese ondernemers de stem om het vastgelopen continent vlot te trekken. Misschien moeten zij dat weer doen, zoals creatieve netwerken een golf van Europees optimisme kunnen terugbrengen.

Marc Chavannes

    • Marc Chavannes