Eigen varkens eerst: de schaarste aan voedsel

Tussen al het beurstumult van vorige week viel het nauwelijks op, het bericht in het FD van vrijdag 19 augustus. „Argentinië en Brazilië gaan grenzen stellen aan de verkoop van grond aan buitenlanders”, luidde de kop. Landbouwgrond, wel te verstaan. De maatregelen zijn het gevolg van een trend die al zeker vijf jaar gaande is, en waarmee ook de kleine belegger zijn voordeel kan doen. Vooral Latijns Amerika en Afrika zijn het toneel van een grootschalige land grab – letterlijk: landjepik. De kopers zijn overheden in Azië en het Midden-Oosten, voor honderdduizenden hectares tegelijk. China en Zuid-Korea groeien zo hard dat het netto-importeurs van voedsel zijn geworden, ondanks hun aanzienlijke eigen productie. En Saoedi-Arabië ontdekte onlangs dat graan verbouwen in de woestijn niet alleen heel veel oliedollars kost, maar ook heel veel kostbaar grondwater. Het stopte er abrupt mee.

Zulke landen met veel geld en (te) weinig eigen voedsel kopen vruchtbare grond op andere continenten. Wat daar wordt verbouwd en gefokt, houden zij vrijwel volledig voor zichzelf: eigen varkens eerst, zogezegd. Maar er is meer. „In Europa hebben we dit jaar een te droog en heet voorjaar gehad, gevolgd door een veel te natte zomer”, zegt Pieter Furnée. „Het gevolg: kleinere oogsten van slechtere kwaliteit.” Furnée is directeur bij DWS Investments, van de beleggingsfondsen van Deutsche Bank. Zoals DWS Invest Global Agribusiness, het enige Nederlandse fonds dat gespecialiseerd is in de voedselketen, van boer tot supermarkt.

„Grillig weer is een internationale trend”, weet Furnée uit eigen DWS-onderzoek. „Het leidt ook tot grillig gedrag van overheden.” Thailand beantwoordde slechte rijstoogsten met een exportverbod. ,,Maar de oogst bleef veel groter dan de eigen behoefte. Duizenden tonnen Thaise rijst zijn toen weggerot in pakhuizen.” Logistiek is een andere bottleneck in de wereldvoedselproductie. Een megaproducent en -exporteur als Brazilië heeft maar één internationale haven, Santos, die nauwelijks kan worden uitgebreid. Eenderde van het voedsel dat mensen op aarde produceren, gaat verloren omdat het domweg niet op tijd bij de consument kan worden gebracht. Intussen groeit de wereldbevolking vrolijk door.

Het is wel duidelijk: de voedselketen is een groeibriljant. Maar hoe kunnen beleggers die benutten? „Ons fonds is momenteel voor 67 procent belegd in boeren en leveranciers van transport en hulpmiddelen, zoals zaadveredelaars”, zegt Furnée. „Veel minder in producenten als Unilever en Douwe Egberts. Die hebben het nu moeilijk.” Het DWS-fonds ook: het belegt in beursgenoteerde spelers in de voedselketen, en hun aandelen hebben flink te lijden onder de beursmalaise. Toch houdt Furnée de moed erin. ,,Het idee achter ons fonds – structurele schaarste aan voedsel – blijft onverminderd sterk.”

Joost Ramaer

    • Joost Ramaer