Een slaapt, een kijkt tv en rookt, een draait muziek en danst

Vijf nieuwe centra voor psychiatrische zorg aan gevangenen draaien goed, concludeerde de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Bezoek aan Paviljoen 7.

Het penitentiair psychiatrisch centrum in de Amsterdamse Bijlmerbajes. Foto's NRC Handelsblad, Leo van Velzen Amsterdam, 24-08-2011. Interieur van de Bijlmerbajes (Penitentiair psychiatrisch centrum). Foto Leo van Velzen NrcHb.

Op paviljoen 7 zijn de celdeuren dicht. Wel klinkt er een luide stem, alsof iemand een geagiteerde voordracht houdt. Het is een gedetineerde van wie de tv het niet doet. In zijn kantoortje spreekt bewaarder Frank (44) hem aan via de intercom. Of hij rustig kan blijven. Dat het geen zin heeft om te schreeuwen. „Wat moet ik anders doen”, kraakt het door de speaker. „Gewoon, muziek aanzetten”, zegt Frank. Daarna blijft het stil.

Paviljoen 7 is een afdeling van De Singel, een van de torenflats van de Bijmerbajes. Het is de crisisafdeling van het ‘penitentiair psychiatrisch centrum’. Sinds 2009 zijn er in heel Nederland vier van deze centra bijgekomen. Het Amsterdamse centrum werd uitgebreid met een afdeling voor niet-crisisgevallen, en beslaat nu twee torens met veertien paviljoens. De inspectie voor de gezondheidszorg rapporteerde deze week dat de vijf centra tot nu toe goed functioneren.

Dat is niet vanzelfsprekend. Psychiatrische zorg voor gevangenen is lang gezien als een noodzakelijk kwaad, zegt Jan Gorter, chef de clinique van het Amsterdamse centrum. En dat terwijl het aantal gevangenen met een stoornis al jaren stijgt. Sinds eind jaren 70 verdwenen veel grote psychiatrische inrichtingen uit de bossen, en kwamen terug als kleinere instellingen in de stad. Voor een deel van de patiënten pakte die ‘terugkeer naar de samenleving’ niet goed uit. Ze raakten verslaafd, draaiden door, belandden in de gevangenis – die daar ook niet op ingesteld was. Na hun straf stonden ze op straat tot het weer misging. Gorter: „Patiënten zijn jarenlang als rotte appels heen en weer gegooid.”

Beslissend voor de oprichting van de vijf psychiatrische centra was een moord in 2005 door een tbs’er op verlof, Wilhelm S. De commissie die dit onderzocht raadde de regering aan behalve de tbs ook de psychiatrische zorg in gevangenissen te verbeteren. Doel 1: psychiatrische patiënten in de gevangenis op dezelfde manier te behandelen als in de vrije maatschappij, en nazorg te geven na hun straf. Doel 2: lagere recidive. Of de vijf centra dat ook bereiken, wordt de komende jaren onderzocht.

Het moeilijke van psychiatrie in de gevangenis, zegt Jan Gorter, is het combineren van opsluiting en behandeling. „Het gevangenissysteem reageert met repressie op afwijkend gedrag. Psychiatrische behandeling vereist juist een klimaat waarin patiënten dingen kunnen leren en oefenen.”

Maar de opsluiting heeft ook voordelen, zegt Gorter. „Vergeleken bij open psychiatrische ziekenhuizen is het drugsgebruik bij ons verwaarloosbaar. En we hebben meer mogelijkheden om agressie te beheersen. Met handboeien bijvoorbeeld.” Op paviljoen 7 hebben enkele gedetineerden een ‘boeienregime’. Bewaarder Michael (27), bijgeschoold tot ZBIW’er (zorg- en behandelinrichtingswerker) laat een bruine leren riem zien met handboeien. „Daarmee kunnen ze recreëren zonder ons meteen te kunnen aanvallen.”

In tegenstelling tot in gewone huizen van bewaring kunnen gevangenen in de psychiatrische centra worden gedwongen hun medicijnen in te nemen. Noodzakelijk daarvoor is de aanwezigheid van verpleegkundig personeel: bepaalde bijwerkingen van anti-psychotica kunnen levensbedreigend zijn. „Spierkramp bijvoorbeeld”, zegt Gorter. „Als dat optreedt in de luchtpijp, stikt iemand als je er niet direct wat aan doet.” ‘Dreigende fysieke agressie’ is volgens hem de meestvoorkomende aanleiding voor dwangmedicatie. Of dit in de gevangenispsychiatrie vaker voorkomt dan in reguliere psychiatrie, is nog niet onderzocht.

Een cel. De bewoonster is drie dagen eerder aangekomen. Ze is zwakbegaafd, als kind zwaar seksueel misbruikt en nu zo ontremd dat ze elke man in het kruis grijpt. „Daar krijgen bewaarders genoeg van”, zegt Jan Gorter. Ze zit nu even – hij wijst naar boven – in de isoleer.

Haar cel is klein en kaal. Wat kleren zijn tussen een paar planken gepropt, in de vensterbank staat een pot appelstroop. Aan de muur zit een metalen plaat met knoppen voor de radio en de intercom. Er staat een blauw stoffen zitmeubel, speciaal ontworpen voor crisispatiënten. „Als die naar je gegooid wordt, kun je hem terugkoppen”, zegt Jan Gorter. Er staat ook een losse stoel van blank hout. Die noemt Gorter „een gewogen risico”. „Je kunt niet om veiligheidsredenen álles weghalen. Dat geeft een inhumaan klimaat.”

De tv is vandalismebestendig ingebouwd in de muur. Alle gedetineerden moeten hun tv huren, die op de psychiatrische crisisafdeling krijgen hem gratis. Ja, dat kost de staat geld. Maar voor de meesten is de huur van 7 euro per week te hoog, zegt Gorter. Vaak beschikken ze alleen over de maximaal 19 euro per week die ze in de gevangenis kunnen verdienen met werk. Daar moeten ze ook hun shag en telefoonkaart van betalen, en extra’s als een pot appelstroop. „Als ze hun eigen tv moeten betalen, gaan ze eindeloos zeuren om shag.”

De gevangenen van paviljoen 7, door de bewaarders patiënten genoemd, hebben voornamelijk rust nodig, zegt bewaarder Michael. Een echt dagprogramma is er niet. Wat ze doen? Hij somt op: „Een schrijft een boek, een ligt te slapen, een kijkt tv en rookt, een draait muziek en staat te dansen.”

De bewaarders proberen hen te motiveren hun medicijnen in te nemen, hun cel schoon te houden, af en toe te douchen. Gorter: „We krijgen hier regelmatig mensen die één à twee keer per jaar douchen al heel veel vinden.”

Gemiddeld verblijven gevangenen vier maanden in het psychiatrisch centrum, dat per dag ongeveer 175 euro duurder is dan een gewone gevangenisplek. Daarna probeert Justitie hen over te plaatsen naar een ‘gewone’ psychiatrische inrichting, als hun straf dat toelaat. Sinds 2007 beschikt Justitie over een budget om hiervoor plaatsen in te kopen. Gedetineerden die hun straf al hebben uitgezeten komen bijvoorbeeld terecht in een project voor begeleid wonen.

„Het belangrijkste is dat ze ergens heen kunnen”, zegt Jan Gorter. „Al is het de daklozenopvang. Wat we niet meer willen is mensen met een blauwe vuilniszak met spullen de voordeur uitzetten met de woorden: doe je best.” Vorig jaar is het in Amsterdam gelukt voor 223 van de 227 vertrekkende patiënten iets te regelen, vertelt hij. „Vier wilden echt helemaal niets.”

    • Joke Mat