Een oorlogskrant heeft ogen nodig, maar ook handen aan het bureau

Journalistiek is een kwestie van timing.

Moet de ‘politieke necrologie’ van Gaddafi nu niet de krant in, vragen de buitenlandredacteuren van NRC Handelsblad zich woensdagochtend af. Ze staan om 8.30 uur rond hun bureaus voor overleg over de krant van die dag.

„Maar hij is nog niet gepakt.”

„Je ziet al rebellen die zijn petjes dragen.”

Die nacht is het hoofdkwartier van de Libische leider in Tripoli ingenomen door de rebellen. De uitvoerige politieke necrologie van de auteur van het Groene Boekje – dagen eerder afgerond door Midden-Oostenredacteur Carolien Roelants – moet nu dan toch echt mee.

De ochtendkrant nrc.next bracht dit stuk al op dinsdag, met de kop ‘Dit is dus voorbij’. Eén probleem: het was toen nog niet voorbij. Maar, zegt adjunct Jochen van Barschot van next: „Onze formule is: vooruitkijken. Het was toen duidelijk dat hij ging vallen en een dag meer of minder maakt dan niet uit.”

De avondkrant wilde preciezer zijn: hij was nog spoorloos, dus nog geen necrologie. Maar met de val van zijn ‘citadel’ is het moment nu gekomen. Misschien wordt hij morgen gepakt, maar het kan ook nog weken duren, zegt buitenlandchef René Moerland. „En dan heb je het moment echt gemist.”

Journalistiek is dus ook een voortdurend gesprek. Wat doe je wanneer – en hoe?

Een dag eerder ging dat op de buitenlandburelen als volgt. Moerland meldt zijn redactie om 08.44 uur: „De voorpagina wil een stuk over de toestand in Libië in de vorm van een aantal vragen.” Hij komt uit de ochtendvergadering (08.00 uur), waar de chefs onder leiding van een lid van de hoofdredactie de plannen voor die dag bespreken.

Waarom nu zo’n vragenstuk?, wil diplomatiek redacteur Juurd Eijsvoogel weten. „Dan ga je vragen stellen waar we het antwoord zelf ook niet op weten. Kun je niet beter één duidelijk verhaal vertellen?”

De chef verwacht een „dag vol onduidelijkheden”, en ziet daarom veel in zo’n stuk dat vragen stelt die de lezers vast ook zullen hebben. Maar, zeggen de redacteuren: „Het beeld is vannacht gekanteld. Laten we dat verhaal vertellen.”

Intussen vliegt alvast een strenge e-mail langs van productieredacteur Ron Fontijn: „Gisteren was de krant te laat. Vandaag graag beter.”

Adjunct van dienst Joost Oranje voegt zich bij de redactie. Ook hij verdedigt het vragenstuk. „Als de krant wordt bezorgd, kan alles anders liggen, en dan zitten we met een achterhaald verhaal. Dan is zo’n vragenstuk een goeie vorm.”

De redactie lijkt niet helemaal overtuigd, maar de kogel is door de kerk. Bovendien, het is inmiddels 09.17 uur en de handen moeten uit de mouwen.

Dat gebeurt grotendeels in stilte, tot de deadline van 13.30 uur. De buitenlandredacteuren werken geconcentreerd aan hun stukken. Af en toe wordt gebeld met een correspondent, of overlegd met een vormgever of fotoredacteur. Pas tegen deadline wordt het iets onrustiger: de kop voor de voorpagina, die de kern van het nieuws moet raken, moet nog worden gemaakt.

De revolte in Libië geeft een goed inzicht in de werkwijze van een bureauredactie onder druk van een internationale crisis. „We werken nu minder gericht op het maken van de pagina’s, en meer op het onderwerp”, zegt Moerland. Redacteuren hebben nog steeds ‘eigen landen’ en correspondenten met wie ze dagelijks bellen en van wie ze de stukken redigeren en plaatsen.

Maar de verdeling in portefeuilles wordt steeds vaker doorbroken, aldus de chef, voor teamwerk. Met een ‘Augustuscrisis’ als die in Libië moet dat trouwens ook wel: van de acht redacteuren (buiten de chef en zijn adjunct) zijn er drie nog op vakantie en is één op reportage. Alle anderen werken aan Libië.

In een tijd dat media internationaal nieuws steeds meer betrekken van persbureaus – door bezuinigingen en een accentverschuiving naar nieuws ‘dichtbij huis’ – kan NRC Handelsblad nog steeds bogen op een uitgebreid netwerk van correspondenten, en een deskundige bureauredactie. „Wij willen de warme bakker zijn, geen King Corn”, zegt een buitenlandredacteur.

Correspondent Thomas Erdbrink doet verslag van de hevige strijd in Tripoli en haalt woensdag de voorpagina. Maar zonder bureauredactie hebben correspondenten, midden in het tumult, ook maar een beperkt zicht op de situatie.

Die bureauredactie heeft nu zijn handen vol aan Libië. En er is altijd meer. Ook Dominique Strauss-Kahn moet de krant in. Laten we Syrië niet vergeten. O ja, in Rusland is een verdachte aangehouden voor de moord op de journaliste Anna Politkovskaja. Zo gaat het door, met natuurlijk te weinig ruimte. „Dat wordt een belangrijke kortkolom vandaag”, zegt Moerland.

Hoe liep het af met dat omstreden vragenstuk een dag eerder?

Dat pakte goed uit, vinden de redacteuren. Door de felle strijd in Tripoli was het toch nog een stevig verhaal geworden, niet het zwaktebod waar redacteuren voor vreesden. „Achteraf had het niets kinderachtigs”, constateert de chef.

Journalistiek is ook een kwestie van aanpakken – en geluk hebben.

Sjoerd de jong

    • Sjoerd de Jong