Druiven op mijn huid

Monique Snoeijen gaat in vinotherapie. Over het hergebruiken van druivenafval en een ‘Massage Pulpe Friction’.

Bij het spahotel Les Sources de Caudalie scrubben ze de gasten met druivenpitten.

Fransen gooien niet graag eten weg. Als ze een varken hebben ontdaan van hammen en koteletten, eten ze de ingewanden, organen en hersenen ook op.

Net zo gunnen ze op een wijngoed nabij Bordeaux de schilletjes en pitten van de druif, die niet nodig zijn voor de wijn, een tweede leven. Bij het spahotel Les Sources de Caudalie scrubben ze de gasten met druivenpitten en smeren ze teennagels in met druivenvelletjes. Vinotherapie heet dat.

Les Sources de Caudalie ligt midden in de wijngaard van Smith Haut Lafitte. Tijdens een lunch in de bijbehorende bistro vertelt eigenares Alice Tourbier (dochter van het echtpaar Daniel en Florence Cathiard dat het wijndomein in 1990 kocht) dat haar spahotel is gebaseerd op ‘de Franse paradox’. Het is de titel van een studie uit 1992 waaruit bleek dat inwoners van Zuid-Frankrijk, ondanks hun grote liefde voor vette kazen, gebraad en romige sauzen, minder last van hart- en vaatziekten hebben dan inwoners van andere geïndustrialiseerde landen. De verklaring is simpel, zegt Tourbier terwijl ze een fles huiswijn laat opentrekken: „Fransen drinken veel rode wijn, in rode wijn zit polyfenol en polyfenol blokkeert de opname van vet in het bloed.”

Dat wijn gezond is, dat geloof ik wel, maar hoe is Tourbier op het idee gekomen om haar gasten in te smeren met druiven? Toeval, zegt ze. Tijdens de oogst van 1993 bezocht een professor van een laboratorium in Bordeaux het wijndomein. De man deed onderzoek naar werkzame bestanddelen van planten. Toen hij een berg afval van druivenschillen en -pitten zag liggen, riep hij uit: „Weet u wel dat u een schat weggooit?” En hij vertelde over de heilzame werking van het ingrediënt polyfenol dat ontstekingsremmend zou werken en huidbeschadiging na zonnebrand zou voorkomen. De opmerking van de professor plantte een zaadje bij de zus van Tourbier. Ze ontwikkelde de cosmeticalijn Caudalie.

Er is nog meer toeval. Een wichelaar had onder de wijngaard, met behulp van een houten tak, een bron opgespoord, 540 meter onder de grond. Dat bracht Tourbier op het idee van de hotelspa. Dus nu dobberen de gasten in haar wellnesspool met bronwater, drinken ze de wijn van haar ouders in restaurant La Grand’ Vigne (1 ster) en laten ze zich in de schoonheidssalon insmeren met de verzorgingsproducten van haar zus.

Terwijl Tourbier vertelt, probeer ik niet al te nadrukkelijk naar de gladde huid van deze 34-jarige klassieke Française in haar kreeftrode cardigan te staren. Zou dat strakke velletje echt door die druivensmeersels komen?

In de sparuimte valt door houten jaloezieën gefilterd licht binnen. Naast de bedjes bij de wellnesspool staan schaaltjes met druiven. Iedereen fluistert. Een schoonheidsspecialist komt me halen voor een Premier Cru-gezichtsbehandeling. Ze geeft een sensationele gezichtsmassage en is wat in de weer met warme lapjes en crèmepjes. Mijn huid wordt net zo lekker zacht als die van Gwyneth Paltrow en Angelina Jolie (die gebruiken ook de Premier Cru-crème, heb ik ergens gelezen).

Wegwerpslip

Wat zal ik hierna nog eens gaan doen? Een ‘Bain à la vigne rouge’ nemen (65 euro)? Of een ‘Scrub Crushed Cabernet’ (85 euro)? Misschien een ‘Enveloppement Merlot’ (65 euro)?

Eerst maar eens een wandeling door de tuin. Les Sources de Caudalie bestaat nog maar elf jaar, maar het lijkt alsof het daar – net als het wijnkasteel uit de zestiende eeuw – al eeuwen tussen de wijngaarden staat. Voor de bouw van het hotel is gebruik gemaakt van oude dakpannen en oud hout. Je krijgt er een beetje een Eftelinggevoel van, maar het is een beschaafd sprookje dat hier wordt verteld.

De veranda van het restaurant kijkt uit over een vijver met zwanen. In die vijver staat een houten huisje op palen dat is ingericht door de architecten van het Belgische modehuis Martin Margiela. Dat huisje, dat moet iets aparts zijn: een overwegend wit interieur met veel trompe-l’oeil, hoofdkussens tegen de muur en een rodelippensofa. De klassieke tegelvloer is in werkelijkheid van zeil en op de muur zit fotobehang met daarop een appartement in Parijse Haussmannstijl.

Op de veranda van het huisje zit een gast in een witte badjas, dus ik mag helaas niet binnenkijken. Wel kan ik naar binnen gluren in de hyperromantische roulotte (woonwagen) die achter het huisje staat; veel gehaakte gordijntjes en houtsnijwerk. Bij de deur staat een kleine beer van brons.

De vijf zit in de klok. Tijd voor nog een vinotherapiebehandeling. Ik kies – louter op grond van de naam – voor een ‘Massage Pulpe Friction’ (105 euro). Maar de charmante gedachte aan het hergebruiken van wijnafval is hier snel voorbij. Ik word verzocht een wegwerpslip aan te trekken en op de behandeltafel te gaan liggen. Vervolgens plet een vrouw – zonder daar heel hard bij te lachen – druiven op mijn lijf. Ze smeert de pulp uit. Daarna pakt ze me in plastic folie in en laat me zo een tijdje liggen. Vind ik dit lekker? En is het ergens goed voor? Als ik na afloop de druivenschillen uit mijn wegwerpslip klop, bedenk ik me dat ik voor die 105 euro ook een paar flessen Smith Haut Lafitte van een bijzonder jaar had kunnen kopen.