Dromen over een rondje in 75 slagen

Golf is een van de populairste sporten in Nederland. Vooral oudere liefhebbers bevolken de greens. „Het is een sport waarin je langer beter kunt worden als je ouder wordt”.

Hilversum, 15 augustus 2011 Hilversumse golfclub. Foto: Walter Herfst

D aar staan we dan. Zaterdagochtend, kwart voor zeven. Het is midden in de zomer, maar de voorspelling duidt op herfst, met harde wind en veel regen. En we moeten nog zo lang. Moeten? Wij – een clubje van twaalf golfvrienden – moeten van onszelf: drie keer 18 holes gaan we spelen, dus drie keer een rondje van vier uur. Vanavond om een uur of acht zijn we klaar. Elk jaar doen we dit op een zaterdag in juli. De winnaar mag zich het hele jaar – heel origineel – de Iron Man noemen.

Iemand uit het clubje met golfvrienden had dit drie jaar geleden een keer geopperd, na het lezen van het boekje Golfnuts. Daarin staan allemaal wetenswaardigheden over golfgekken. Over ex-basketballer Michael Jordan bijvoorbeeld, die een uitreiking van Most Valuable Player miste omdat hij liever 36 holes wilde golfen, over golfondernemer Shelby Futch die 88 holes op een dag wist te spelen, over golfnut Nobby Orens die, toen de Concorde nog vloog, op één dag 3 rondjes van 18 holes op verschillende golfbanen in Londen, New York en Los Angeles liep.

Het kan dus veel gekker. Wij houden het beperkt tot 54 holes op onze eigen baan, Golfclub Liemeer. Eén van ons had tegen ander golfers uit de omgeving gerept over onze stoere wedstrijd maar kreeg toen de wedervraag: „Wij doen altijd 4 keer 18 holes, wat gaan jullie de rest van de dag doen?”

Nederland telt tienduizenden enthousiaste golfers zoals wij: midlifers die denken dat ze ooit nog een keer een rondje in 75 slagen kunnen lopen, die blij waren met de overwinning van de 42-jarige Darren Clarke – met buikje – op het Brits Open, die de 61-jarige golflegende Tom Watson op datzelfde toernooi ruim zagen eindigen voor het jonge golftalent Tom Lewis, door zijn vader nota bene vernoemd naar Watson.

Als het lichaam voetbal, hockey of andere inspannende en blessuregevoelige sporten niet meer toelaat, biedt golf sportliefhebbers een tweede kans. Liefhebbers, geen professionals. De voormalige Tsjechisch-Amerikaanse toptennisser Ivan Lendl probeerde ooit door te breken als profgolfer. Tevergeefs. Een andere oud-tenniskampioen, Jevgeny Kavelnikov is sinds dit jaar Russisch golfkampioen. Hij wil naar de Spelen van Rio (2016) maar niemand in de golfwereld zet daar zijn geld op.

Een mooie tweede amateurcarrière zit er echter nog wel in. Tegen je 30ste beginnen en je na een jaar of tien tijdens de competitie kunnen meten met jonge gasten van 18 met handicap 2, het is geen onmogelijkheid. Natuurlijk slaat zo’n jongen veertig meter verder, creëert hij meer kansen op birdies, maar hij maakt ook meer fouten, slaat veertig meter verder de bossen in, zeker als hij onder druk komt, als hij ineens gaat vrezen dat hij straks in het clubhuis aan zijn teamgenoten moet vertellen dat hij van een 45-jarige met handicap 6 heeft verloren. „Golf is een skillsport waarbij de fysiek kracht niet het allerbelangrijkste is. Op techniek, tactiek en mentale aspecten kun je als oudere de fysieke beperkingen compenseren”, vertelt Tom van Haaren, de teaching pro op Golfclub Liemeer. En het leukste is: Tom voorspelt dat dertigers en veertigers zich nog wel tot hun 65ste kunnen verbeteren. „Ik ben geen wetenschapper maar je ziet veel fanatieke golfers tot die leeftijd hun niveau vasthouden of zichzelf verbeteren. Ook daarna kun je nog heel goed spelen, maar door fysieke beperkingen kan het ineens een ander spelletje worden, sla je echt veel minder ver en moet je dat met je vaardigheden rond de green compenseren.”

De directeur van de Nederlandse Golf Federatie (NGF), Jeroen Stevens, zegt het zo: „Golf is een sport waarbij je lang beter kunt worden als je ouder wordt”. Maar, zegt de 39-jarige Stevens er nadrukkelijk bij, als je er maar genoeg tijd in steekt, door les te nemen en te oefenen. Zelf had hij ooit een handicap onder de nul, maar dat speelt hij nu niet meer. Te weinig tijd.

Een gebrek aan tijd. De midlifegolfers hebben er last van. Het werk en het gezin zijn er ook nog. Het aantal golfers in Nederland is het afgelopen decennium hard gegroeid, naar circa 360.000 in 2010. En met een vergrijzend Nederland vergrijst ook golfend Nederland. Dat biedt ook veel mogelijkheden voor golfverenigingen; er begeven zich steeds meer ouderen op de vrijetijdsmarkt.

Opvallend is dat relatief weinig dertigers lid zijn van een club. Zij hebben juist te weinig tijd. Zij kiezen er vaak voor niet lid te worden van een club maar met hun golfvaardigheidsbewijs per keer greenfee te betalen op diverse banen, en niet een paar duizend euro voor een aandeel in de baan en duizend euro contributie per jaar. Clubs beginnen daar last van te krijgen: een lid draagt meer bij aan de exploitatie dan een vrije golfer.

NGF-directeur Stevens bepleit daarom dat clubs andere soorten lidmaatschappen gaan aanbieden, bijvoorbeeld voor hele families. Ook wil de bond de jaarlijkse golfcompetitie aantrekkelijker maken voor grotere groepen golfers.

Onze Iron Man-wedstrijd gaat door weer en wind. In de stromende regen lopen we na acht uur ’s avonds op hole 18. Voor de laatste keer dat moeilijke schot over die waterhindernis. „Volgend jaar vier keer 18 holes”, klinkt het opgewekt bij het eten.

    • Herman Staal