Bolt personificatie van Jamaicaanse successen

Alle ogen zijn morgen gericht op Usain Bolt, favoriet voor goud op de 100 meter bij de WK atletiek. Jamaica profiteert mee.

Merlene Ottey, winnares en dopingzondaar. Foto Eric Feferberg Merlene Ottey of Jamaica takes the curve during her 200m semi-final run at the Athens '97 World Athletics Championships 07 August. Ottey won her race and qualified for the final. AFP

Het staat met grote letters geschreven, overal in het Deaduk Cultureel Centrum in Daegu: Jamaica, the fastest country in the world. Dus zal het wel waar zijn. Een land dat zich zo zelfverzekerd presenteert als ‘de snelste ter wereld’ moet wel recht van spreken hebben. En dat heeft het Caraïbische eiland, dat in het spoor van superster Usain Bolt een reeks topsprinters naar de WK atletiek heeft afgevaardigd.

Je hoeft Bolt niet te vertellen hoe hij zich op een drukbezochte persbijeenkomst moet presenteren. Op de harde beat van hiphopmuziek komt hij, felgele pet schuin op zijn hoofd, swingend het podium van het grote auditorium oplopen. In een zee van flitslicht kruist de olympisch en wereldkampioen op de 100 en 200 meter als pose zijn armen en neemt hij zijn karakteristieke houding van een boogschutter aan. Bolt is in da house.

Niet dat Bolt veel heeft te melden. Maar dat geeft niet. Als hij maar wat zegt en zo lang hij maar gefotografeerd kan worden. Bolt is de onmiskenbare ster van de WK. Hoe schrijnend was het verschil in aandacht voor de Jamaicaanse atleten die vóór hem gepresenteerd werden. Zij moesten het met aanzienlijk minder vragen en flitslicht stellen. Zelfs de goedlachse Shally-Ann Fraser, de olympische en wereldkampioene op de 100 meter, genereert bij lange na geen Bolt-achtige aandacht. Maar het kan zijn dat haar populariteit wat is afgenomen na haar schorsing van een half jaar wegens doping. Fraser werd vorig jaar in Shanghai betrapt op oxycodone, een pijnstiller die ze zou hebben geslikt na een tandheelkundige ingreep.

Bolt is The Man. En dat wil hij weten ook. De sprinter windt er geen doekjes om dat hij een legende in de atletiek wil worden. Nee, erkent hij desgevraagd, die status heeft hij nu nog niet. Daar moeten minstens een dubbele wereldtitel en een dubbele olympische titel op de 100 en 200 meter bijkomen. Pas als Bolt er in Daegu in slaagt die twee titels te veroveren en dat staaltje vakmanschap volgend jaar bij de Spelen in Londen te herhalen, ja dan mag van de sprinter de hele wereld hem een legende noemen.

Usain Bolt is tijdens zijn privéshow niet van zijn stuk te krijgen. Of toch? Een Chinese verslaggeefster vertelde hem dat ze drie jaar geleden tijdens de Olympische Spelen in Peking zijn vriendin heeft ontmoet, die had haar gezegd dat ze al zes jaar een relatie met Bolt had. Wordt het niet eens tijd om te trouwen, vroeg ze. Bolt viel stil en wist even niet wat hij met die vraag aan moest. De vele Jamaicanen in de zaal kwamen niet meer bij van het lachen, want de lange atleet heeft de naam een womanizer te zijn. Van trouwplannen heeft niemand ooit gehoord. Het zou goed kunnen dat de Chinese journaliste een zelfbenoemde vriendin had gesproken. Maar Bolt zwijgde wijselijk. „Laten we het zakelijk houden”, hield hij behendig de boot af.

Bolt is de personificatie van het sprintsucces van zijn land. De Jamaicanen hebben de dominantie op de explosieve looponderdelen overgenomen van de Amerikanen. Tyson Gay kan nog enigszins in het spoor blijven van Bolt en de andere ster, Asafa Powell, maar daarmee houdt het op. Helaas voor de strijd mist Gay de WK vanwege een blessure. Evenals Powell trouwens, die zich donderdag afmeldde met liesklachten.

Walter Dix, de bronzen medaillewinnaar op de 100 en 200 meter van de laatste Spelen, mag dan vol bravoure roepen dat hij voor drie wereldtitels naar Daegu is gekomen, tegen Bolt in goeden doen is dat holle retoriek.

Moet het komen van Justin Gatlin, de olympisch kampioen van 2004 die in Daegu zijn rentree op de WK maakt na een dopingschorsing van vier jaar? Gatlin (29) is ver verwijderd van zijn dopingvorm. Bovendien is hij niet hersteld van bevroren tenen, opgelopen na een bezoekje aan een koudekamer met van zweet doorweekte sokken aan zijn voeten.

Bij de vrouwen is de krachtsverhouding Jamaica-Verenigde Staten meer in balans. Tegenover Fraser, Veronica Campbell en Kerron Stewart staan de Amerikanen Carmelia Jeter, de snelste vrouw van dit seizoen op de 100 meter, Marshevet Myers en Allyson Felix, drievoudige wereldkampioene op de 200 meter.

Bob Kersee, de trainer van Felix, werpt tegen dat bij de vrouwen sprake is van een Jamaicaanse overheersing op de sprint. „De Amerikanen zijn beslist niet minder. Misschien bij de mannen, maar daar staat op Bolt geen maat. Maar ik vertel je dat er een aantal talenten in opkomst is. We moeten niet wanhopen nu Jamaica de laatste jaren zoveel wint. Niet elke generatie brengt een Carl Lewis voort. We moeten geduld hebben. Onze tijd komt wel weer.”

Dat de Jamaicanen de laatste jaren zo succesvol sprinten schrijft Kersee grotendeels toe aan het extra geld dat in de Jamaicaanse atletiek wordt gestopt. Een opvatting die wordt gedeeld door Howard Aris, voorzitter van de Jamaicaanse bond. „Maar die extra steun heeft weer te maken met het succes. Dat genereert geld.”

Aris ergert zich aan de opvatting dat geld de enige oorzaak van het succes is. „Vergeet niet dat we een lange sprinttraditie op Jamaica hebben. Don Quarrie werd in 1976 al olympisch kampioen op de 200 meter. En wat te denken van Merlene Ottey? Ons succes kan deels verklaard worden door het schoolsysteem, waarin sport in het algemeen en atletiek in het bijzonder een voorname rol spelen. Jaarlijks is er een grote scholenwedstrijd. En die bestaat al sinds 1903.”

Sprekend: interview met Churandy Martina, pagina 22-23

    • Henk Stouwdam