Bankwinsten herstellen zich voortvarend

Uit de deze maand gepubliceerde halfjaarcijfers blijkt dat de grote Nederlandse banken weer winst kunnen maken. Maar zijn ze echt gezond genoeg?

Amsterdam. Geruststellend bericht uit New York, eind vorige week, voor de Nederlandse financiële sector. Het Amerikaanse maandblad Global Finance stelde zijn jaarlijkse ranglijst op van 50 veiligste banken’ ter wereld. Liefst drie Nederlandse banken staan in de top 10: Bank Nederlandse Gemeenten, Rabobank en de Nederlandse Waterschapsbank. De lijst is gebaseerd op het oordeel van de drie grote internationale kredietbeoordelaars.

De lijst volgt kort op de voor Nederland al even vrolijke uitkomst van de stresstest voor Europese banken. De grote vier, ING, Rabo, ABN Amro en SNS Reaal, werden gezond verklaard. „De Nederlandse bancaire sector komt sterk uit de Europese stresstest”, jubelde toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB).

Deze week kon ook de buitenwereld zich niet aan de indruk onttrekken dat Nederlandse banken het goed doen. Rabobank, SNS Reaal en ABN Amro publiceerden hun halfjaarcijfers; ING deed dat al begin deze maand. Alle vier lieten een indrukwekkend herstel van de winstgevendheid zien. De nettowinst nam in de eerste zes maanden van 2011 flink toe: van 13 procent voor Rabo tot een indrukwekkende 200 procent voor ABN Amro. Op inkomstenniveau was SNS Reaal de enige instelling die per saldo minder binnenhaalde dan in de eerste helft van vorig jaar, vooral veroorzaakt door negatieve beleggingsresultaten (dalende koersen!) bij de verzekeringsdochters. De particuliere tak van SNS Bank zag zijn baten nog wel toenemen.

Ook de klokjes waar toezichthouder sinds de financiële crisis van 2008 als eerst naar kijken staan gunstig, de solvabiliteitsratio’s. De zogeheten core tier 1-ratio staat bij alle banken ruim boven de DNB-norm van 5 procent. En zelfs boven de verscherpte norm van 7 procent, die onder de nieuwe Basel III-regels vanaf 2018 zal gelden.

Voor Harald Benink, hoogleraar Banking and Finance aan de Universiteit van Tilburg, is het nog te vroeg om te concluderen dat de Nederlandse bankensector gezond en stevig genoeg is. „Het is voor banken nu vooral van belang wat ze met hun mooie winsten zullen gaan doen.” Hij vreest de gevolgen van de Europese schuldencrisis en de oplopende spanning op de interbancaire geldmarkt. Hoewel de portefeuille staatsobligaties in zwakke eurolanden voor de Nederlandse banken beperkt is, is Benink voorstander van nóg grotere kapitaalbuffers tegenover de risicodragende activa. Hij pleit al langer voor een solvabiliteitsratio van 15 procent.

Om dat te bereiken moeten Nederlandse bankbestuurders volgens Benink twee dingen in elk geval niet doen: „Keer geen dividend uit en betaal geen bonussen.”

Dat advies lijken zij al ter harte hebben genomen. Vooralsnog kondigde alleen staatsbank ABN Amro een interim-dividend van 200 miljoen richting schatkist aan. En alle bankenbazen toonden zich bewust van de zorgelijke economische vooruitzichten. Of zij hun oplopende winsten inderdaad niet zullen gebruiken om bonussen uit te delen zal pas volgend voorjaar blijken, bij de publicatie van de jaarverslagen.

    • Philip de Witt Wijnen