Arts die jaren in een Libische isoleercel zat, is niet uit op wraak

Hij werd ervan beschuldigd Libische kinderen met hiv te hebben besmet, samen met vijf Bulgaarse verpleegsters. Na jaren van marteling kwam hij in 2007 vrij. Met veel pijn en moeite heeft hij een leven opgebouwd.

Ashraf El-Hajouj: "Ik wil een normaal leven." Foto Evelyne Jacq Europa, Nederland, Woerden, 08-08-2007 De Palestijnse-Bulgaarse arts Ashraf el Hagoug Gomma, die ruim acht jaar in een Libische gevangenis zat, dient bij de Verenigde Naties (VN) een klacht in tegen Libi‘. El Hagoug Gomma werd ervan verdacht samen met vijf Bulgaarse verpleegsters kinderen opzettelijk te hebben ge•nfecteerd met hiv. Foto: Evelyne Jacq Evelyne Jacq

Ashraf El-Hajouj is gelukkiger dan ooit. Dat komt niet doordat de Libische dictator Gaddafi bijna is verslagen. Ashraf El-Hajouj (42) is verliefd. Hij staat op het punt te trouwen met de 27-jarige Olga Klyushnykova uit Oekraïne.

Maar Gaddafi’s aanstaande val laat hem zeker niet koud. Van uur tot uur volgen hij en zijn aanstaande vrouw het nieuws. „Ik ben onder de indruk van de moed van de Libiërs”, zegt hij. „Ze overwonnen de angst die hen 42 jaar in de greep hield.”

Als er iemand in Nederland is die nog een appeltje met Gaddafi te schillen heeft, dan is het Ashraf El-Hajouj. Hij was de arts die 8,5 jaar onterecht in een cel in Libië zat. Hij en vijf Bulgaarse verpleegsters zouden in een ziekenhuis in Benghazi 426 kinderen opzettelijk hebben besmet met hiv.

Hij bekende nadat hij jaren in een donkere, ijskoude isoleercel had gezeten, waar hij alleen uit werd gehaald om te worden gemarteld: elektrische schokken terwijl hij naakt op een ijzeren bed lag, seksueel misbruik, toekijken bij verkrachting van de verpleegsters, vuur, water, honden.

Al snel was duidelijk dat de aanklacht absurd was. Westerse aidsdeskundigen schreven in 2006 in het wetenschappelijke tijdschrift Nature dat de hiv-epidemie al was uitgebroken voordat Ashraf El Hajouj en de verpleegsters in het ziekenhuis werkten.

Op 24 juli 2007 kwamen Ashraf El-Hajouj en de verpleegsters vrij, na internationale druk en bemiddeling van de Europese Unie en Frankrijk. Libië kreeg 426 miljoen dollar, een miljoen dollar per besmet kind.

Aan Ashraf El-Hajouj de taak om na de afschuwelijke ervaringen een nieuw leven op te bouwen. Het ging, met veel pijn en moeite.

Toch overheersen bij hem nu geen gevoelens van wraak. Hij fantaseert er niet over dat Gaddafi in een vochtige cel zelf gemarteld wordt. Hij hoopt wel dat Gaddafi gepakt en berecht zal worden. Net als zijn vele trouwe dienaren, die door hun gehoorzaamheid aan de leider een enorme macht hadden.

En juist dat is zijn vrees. De stoere taal en de hulp aan de opstandelingen van de internationale gemeenschap zijn één kant van het verhaal. De andere kant is dat ze jarenlang de „absurditeiten van de man” met stalen gezichten hebben gedoogd. Gadaffi kon in verschillende westerse landen zijn bedoeïenentent opslaan. Hij had een goede relatie met verschillende Europese leiders. „Terwijl iedereen wist dat hij een crimineel was, die in eigen land op grove wijze mensenrechten schond.”

De reden is volgens El-Hajouj simpel: geld. Toegang tot de olierijkdom van Libië bleek belangrijker dan principes. Als dat ook de toekomstige houding van het Westen zal zijn, vreest hij het ergste.

En wat betreft hemzelf? Hij kreeg na zijn bevrijding de Bulgaarse nationaliteit, omdat hij anders buiten de deal rond de vrijlating zou vallen. Maar hij kwam naar Nederland omdat zijn familie uit Libië – vader, moeder, vier zussen – hier politiek asiel kreeg. Hij zou, als slachtoffer van het Gaddafi-regime, wel een verblijfsvergunning krijgen, was de verwachting. Dat bleek niet het geval. Nederland reageerde formeel: Ashraf El-Hajouj heeft de Bulgaarse nationaliteit. Hij kan in Bulgarije gaan wonen zonder dat hij hoeft te vrezen voor zijn leven. Hij komt dus niet als vluchteling in aanmerking voor het Nederlanderschap. In Nederland kan hij daardoor niet werken.

Vrijheid is voor hem niet genoeg. Hij wil rehabilitatie en een schadevergoeding. En hij zal, denkt hij, niet de enige zijn. Het Gaddafi-regime kent vele slachtoffers. De vraag is hoe de internationale gemeenschap en de nieuwe Libische regering daarmee om zullen gaan.

Zijn advocaat Liesbeth Zegveld diende in 2008 een klacht in bij de Verenigde Naties. Ashraf El-Hajouj beschuldigt Libië van foltering, een oneerlijk proces, onrechtmatig opleggen van de doodstraf en onterechte detentie. Nederland, Bulgarije en de EU hadden hem de klacht afgeraden. Ze vreesden schade voor hun hernieuwde betrekkingen met Libië.

Juist die dubbele moraal maakt hem nog steeds boos. Als democratische landen niet durven opkomen voor de belangen van slachtoffers, dan vreest hij de toekomst.

Naar Libië zal hij niet teruggaan. Het is het land waar hij geboren werd en opgroeide. Zijn Palestijnse ouders emigreerden in 1972 naar Libië, op zoek naar een betere toekomst. Hij heeft niets meer in het land te zoeken, zegt hij. „Het enige wat ik wil is een normaal leven met mijn vrouw. Het liefst in Nederland. Ik heb goede hoop dat die wens nog eens uit gaat komen.”

    • Sheila Kamerman