Zeven kandidaten voor één betaalbare, ruime kamer

Studenten komen steeds moeilijker aan een kamer. Dat wordt de komende jaren nog erger. Voor 2015 zijn er 65.000 extra woningen voor studenten nodig.

„Ik heb thuis zeventien honden”, zegt tweedejaarsstudent diergeneeskunde Maikel. „Zo hé”, reageren de bewoners van het studentenhuis aan de Ina Boudier Bakkerlaan in koor. „Maar die neem ik niet mee als ik de kamer krijg hoor”, haast Maikel zich te zeggen. „Oh, jammer”, zegt bewoonster Milou. „Ik ben dol op honden.”

Elk woord telt vanavond. Zeven studenten komen hospiteren voor een ruime kamer met een schappelijke huur: 225 euro inclusief. Dat soort kamers is schaars in Utrecht, waar de kamernood steeds meer opspeelt nu het aantal studenten al jaren sterk groeit. De gemiddelde wachttijd is opgelopen tot 21 maanden. Vier jaar geleden was dat nog twaalf maanden.

Voor studenten is het ook elders in Nederland steeds moeilijker om aan huisvesting te komen. De koepel van studentenhuisvesters Kences sloeg deze week alarm. Voor de binnenstad van Amsterdam is de wachttijd nu gemiddeld drie jaar. Delft heeft een wachttijd van twintig maanden en in Leiden is de wachttijd achttien maanden.

Volgens Vincent Buitenhuis, directeur van Kences, lopen de problemen de komende jaren verder op. „Het ministerie van Onderwijs voorspelt dat het aantal studenten tussen 2010 en 2015 met 107.000 groeit. De helft van de hbo-studenten en driekwart van de universitaire studenten gaat op kamers. Een eenvoudig rekensommetje leert dat er in 2015 65.000 extra studentenwoningen nodig zijn. Dat gaan we niet redden.”

De Utrechtse Stichting Studenten Huisvesting (SSH), aangesloten bij Kences, is de uitbater van een complex van een dozijn studentenflats aan de Ina Boudier Bakkerlaan (of de IBB, zoals studenten de enclave noemen). Wie er een kamer wil, moet zich inschrijven op de website van de SSH en dan wachten. Lang wachten, tot er een uitnodiging komt voor een hospiteersessie, zoals die van vanavond op de IBB 69.

Van de tien woningzoekers die een uitnodiging hebben ontvangen, zijn er zeven komen opdagen. Sommigen moeten nu twee uur reizen vanaf hun ouderlijk huis om in Utrecht colleges te kunnen volgen. In groepjes van twee of drie hebben ze een half uur de tijd om zich te presenteren. Grote gemene deler: iedereen houdt van gezelligheid. En van muziek luisteren en film kijken.

Niet alleen de hospitanten proberen een goede indruk te maken, ook de huisbewoners doen dat. Een bezoeker, die net naar het toilet is geweest, vraagt: „Hebben jullie speciaal schoongemaakt voor we kwamen? De wc glimt helemaal.” Elke bezoeker krijgt bij binnenkomst een drankje.

Huisoudste Ronnie vertelt met een zeker genoegen dat hij weleens levende kreeften kookt in de keuken. Is dat een probleem voor de hospitanten? Eerstejaars Nederlands Meie, die al had gezegd dat ze van literatuur hield, bewijst nu haar kennis door Ronnie het boek Koetsier Herfst van Charlotte Mutsaers aan te raden, waarin ook regelmatig kreeften worden gekookt. „Dat vond ik zo zielig voor die beesten.” Ronnies huisgenoten roepen vanaf de bank naar hem: „Dat wordt het cadeau voor je volgende verjaardag.”

Als Ronnie straks is afgestudeerd, moet hij de IBB verlaten. De SSH hanteert zogenoemde campuscontracten. Om de doorstroom te bevorderen. Wie niet meer studeert, moet uiterlijk na een jaar zijn kamer uit. Volgens Buitenhuis van Kences helpt deze maatregel om de wachtlijsten voor studentenkamers te bekorten, maar moet er veel meer gebeuren om te voorkomen dat er straks nog meer studenten vergeefs naar een woning zoeken.

Kences voert daarover gesprekken met het ministerie van Binnenlandse Zaken. De koepel pleit voor versoepeling van de regels. „De bouwregelgeving is niet op studentenwoningen gericht, maar vooral op huisvesting voor gezinnen. Daardoor zijn woningen vaak te duur.” Ook moet een bestemmingsplan volgens Buitenhuis voor een langere periode kunnen worden aangepast, zodat tijdelijke woningen langer kunnen worden verhuurd. Nu mag dat maximaal vijf jaar. „Wij zouden het liefst zien dat het vijftien jaar wordt, maar de minister houdt het waarschijnlijk op tien jaar. Dat is in ieder geval een begin.”

Ook universiteiten, hogescholen en gemeenten moeten volgens de directeur meewerken om het probleem aan te pakken. Zij bezitten de grond waarop nieuwe woningen moeten worden gebouwd. Hij verwacht dat de betrokken partijen nog dit najaar met een gezamenlijke oplossing komen.

De studentenwoningcorporaties die Kences vertegenwoordigt, zijn goed voor ongeveer 60.000 wooneenheden, een kwart van alle studentenkamers in Nederland. „Wij willen 15.000 kamers en appartementen bijbouwen”, zegt Buitenhuis. „De overige 50.000 die nodig zijn rond 2015 moeten dus door andere partijen worden gerealiseerd.”

Stichtingen als de SSH verdienen nauwelijks iets, of lijden zelfs verlies, op het verhuren van studentenwoningen. Volgens Buitenhuis zijn er commerciële partijen die willen investeren in studentenhuisvesting, nu de kamernood zo groot wordt. „Ik ben benieuwd of ze doorzetten. We zitten in Nederland met een puntensysteem dat ervoor zorgt dat de huur van studentenkamers eigenlijk te laag is om ze rendabel te kunnen exploiteren. Daar hebben ook wij als non-profitorganisaties last van. We verdienen niet genoeg geld om te kunnen investeren. Hopelijk wil de politiek de regels aanpassen. Ik denk dat studenten liever een iets duurdere kamer hebben dan geen kamer.”

Als de laatste hospitant om tien uur vertrokken is, gaan de bewoners van IBB 69 in conclaaf. De stemmen zijn verdeeld. De hospitanten die sterke voorstanders hebben, blijken bij andere huisgenoten juist negatieve gevoelens op te roepen. Alleen over student communicatie Ruben is iedereen wel positief. Hij is al vierdejaars, maar heeft toegezegd dat hij ook een master in Utrecht gaat volgen en dus voor langere tijd in het huis zal blijven wonen.

Om half twaalf wordt hij gebeld. Hij hoeft niet langer vanuit de Achterhoek naar Utrecht te reizen.