Wat mag Willem IV straks nog wél?

Vandaag de PvdA. Volgende week de PVV. De voorstellen voor minder macht voor het koningshuis buitelen over elkaar heen. Ze verschillen wel onderling.

Kroonprins Willem-Alexander krijgt straks, wanneer het dan ook is dat hij aantreedt als koning, andere taken dan zijn moeder nu heeft. Althans, als het aan een meerderheid van de huidige Tweede Kamer ligt. De ene na de andere politieke partij komt met voorstellen om de rol van het koningshuis aan te passen.

De PvdA vindt dat niet langer de koning het voortouw in de kabinetsformatie moet hebben, maar dat de Tweede Kamer zélf een formateur moet aanwijzen. Dat maakte de partij vanmorgen bekend. Komt de Kamer daar niet binnen acht dagen na de verkiezingen uit, dan wordt automatisch de fractievoorzitter van de grootste partij formateur. Ook in geval van een kabinetscrisis moet de minister-president niet langer zijn ontslag aan de koningin aanbieden, maar direct aan de Tweede Kamer.

„De Tweede Kamer moet gewoon zijn werk doen. Waarom kan in Groot-Brittannië een kabinet binnen twee dagen geregeld zijn, en moet dat hier drie maanden duren?” Joop van den Berg, voorzitter van de PvdA-commissie, legt het wetsvoorstel niet zozeer uit als inperking van de rol van de koning, maar vooral als aanmoediging aan de Tweede Kamer om meer initiatief te nemen. Nergens, in geen enkele wet, ligt vast dat de koningin die formateur zou moeten aanwijzen. „Het is bizar dat het parlement hier braaf aan de koningin vraagt of zij een kabinet wil regelen. Dat gebeurt in geen enkel ander beschaafd land.”

D66, de partij die van oudsher modernisering van de monarchie nastreeft, reageerde vanmorgen verheugd op de PvdA-plannen. „Nu zich in het parlement een duidelijke meerderheid aftekent voor modernisering van het koningschap is het zaak dat die partijen elkaar vinden in een gezamenlijk plan”, reageert D66-Kamerlid Gerard Schouw.

Zo’n gezamenlijk plan klinkt mooi. Maar het is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Want dat de koningin zich niet meer met de formatie zou moeten bemoeien, is zo ongeveer het enige punt waar de partijen het over eens zijn en dat dus werkelijk kans maakt om door de Tweede Kamer te komen.

De PvdA maakte vanmorgen namelijk ook bekend dat zij het voorstel van de Partij voor de Vrijheid (PVV) om de koningin uit de regering te halen, niet steunt. De PvdA vindt wel dat de koningin uit de Raad van State moet, net zoals onder andere D66, GroenLinks en SP dat willen. Maar de PvdA wil weer niet zover gaan dat de koningin een louter ceremoniële rol moet krijgen, zoals de PVV wel vindt.

„Jammer dat de PvdA het nodig vindt om nu hiermee te komen, en niet heeft afgewacht wat ons voorstel volgende week precies is”, zegt PVV-Kamerlid Andre Elissen in een reactie. De PVV presenteert volgende week donderdag een wetsvoorstel over de inperking van de constitutionele rol van het koningshuis. Elissen: „Ik kan er nu niets over zeggen, behalve dat het een zeer veelomvattend en genuanceerd voorstel is.” De steun van de PvdA was cruciaal voor de PVV om een meerderheid te behalen; coalitiepartijen VVD, CDA zijn tegen constitutionele aanpassingen, net als de ChristenUnie en de SGP.

Vanwaar ineens al die voorstellen over de rol van het staatshoofd? Dat komt door de rol die koningin Beatrix bij de laatste kabinetsformatie speelde, in oktober vorig jaar. Zij hield toen vast aan de formele gang van zaken, terwijl in de media al bekend was geworden dat PVV, CDA en VVD verder wilden onderhandelen.

Toch is het opvallend dat in de Kamer nu een meerderheid voor de modernisering van het koningshuis is.

Elf jaar geleden stond Thom de Graaf van D66 alleen, toen hij precies zei wat de PvdA nu wil: dat de koningin zich niet langer met de formatie zou moeten bemoeien, en niet langer voorzitter zou mogen zijn van de Raad van State.

En waar politieke partijen gewoonlijk gevoelig zijn voor peilingen en meningen van het volk, kan dat hier de leidraad niet zijn geweest. Eenderde van de Nederlanders vindt volgens een laatste peiling dat het koningshuis minder macht zou moeten hebben. Meer dan de helft, 54 procent, vindt de huidige machtspositie echter „precies goed”.

    • Annemarie Kas