Volkssport raakt geloofwaardigheid kwijt

Vanavond begint met de strijd om de Supercup een nieuw Europees voetbalseizoen. Intussen staat het miljoenenbal onder grote druk, vooral in Zuid-Europa.

De verontwaardigde voetballer, heet hij in Spanje. Javi Poves is zijn naam. Vorige maand leverde de 24-jarige verdediger zijn contract in bij Sporting Gijón. Hij was het spuugzat. „Het voetbal is verrot”, zei Poves. „Hoe meer je over voetbal te weten komt, hoe meer je je realiseert dat het alleen maar om geld gaat.”

Poves was op slag beroemd. Zijn protest raakte een gevoelige snaar bij de jongeren die in de Spaanse steden demonstreren. Los indignados heten ze, de verontwaardigden. Zij zijn boos op de politiek, over de werkloosheid en de diepe economische crisis. Poves wil geen icoon worden, zei hij. „Met mij is er slechts nog iemand die tegen ongelijkheid vecht.”

Poves is een dissident in de voetbalwereld. De rest kiest voor het felle, verblindende licht van de stadionmasten. Het spektakel op het veld heeft de goudkoorts eromheen jarenlang verbloemd. Een typering van het Europese profvoetbal: een miljoenenpubliek, miljoenenaankopen, miljoenensalarissen en miljoenenschulden. Maar inmiddels is er zoveel lucht in het voetbal gepompt, dat het leer op steeds meer plaatsen begint te scheuren. De economische crisis zorgt voor grote financiële problemen. En omvangrijke omkoopschandalen brengen de geloofwaardigheid van de sport in gevaar.

In het Grimaldi Forum van Monaco verheugden de Europese topclubs zich gisteren op een nieuwe prijzenslag bij de loting voor de Champions League. De UEFA waarschuwde wel. De Europese voetbalbond gaat de strijd aan met corruptie en wil in de toekomst met een systeem van Financial Fair Play clubs beperkingen opleggen. Het kassucces van de Champions League mag niet in gevaar komen. Vorig seizoen zorgden hogere tv-contracten en extra sponsorgelden voor weer een record aan prijzengeld en tv-rechten: 754.100.000 euro in totaal. Winnaar Barcelona kreeg 50 miljoen.

Gespeculeerd werd er ook in Monaco. Zou het weer Barcelona worden, of toch Real Madrid? Misschien Manchester United, nu dan eindelijk Chelsea van de Russische miljardair Roman Abramovitsj of Manchester City? City is er voor het eerst bij, met dank aan een olievorst uit Abu Dhabi. Sinds sjeik Mansour bin Zayed al-Nahyan de club drie jaar geleden overnam, gaf hij meer dan een half miljard euro uit aan voetballers.

Prestaties zijn te koop in het voetbal. Hoe hoger de spelerssalarissen, hoe groter de kans om de Champions League te halen. Ook om degradatie te ontlopen moet je mee met de concurrentie. Dat is de basis van het sportsysteem in Europa. Maar het brengt ook financiële instabiliteit met zich mee. De verleiding om net iets meer uit te geven dan de tegenstander is er altijd.

Wanneer een Rus bij Chelsea een nieuwe cheque tekent, doet de sjeik van Manchester City dat ook. Het is meedoen of afhaken, tegen hoge risico’s. Dat geldt in mindere mate ook voor Nederland, waar dertien van de 36 clubs onder curatele staan van de KNVB. Het gezamenlijke Europese profvoetbal heeft een schuldenlast van 5,6 miljard euro opgebouwd, waarschuwde de UEFA vorig jaar.

Vooral in Zuid-Europa hebben overambitieuze clubeigenaren veel geld geïnvesteerd in spelers en torenhoge salarissen beloofd. Maar de bron dreigt op te drogen. Spaanse clubs hebben zelfs nog talloze leningen lopen voor de transfersommen van spelers die al met pensioen zijn. In de hoogste Spaanse divisie hebben inmiddels zes van de twintig clubs uitstel van betaling aangevraagd.

Voetballers in Spanje staakten het afgelopen weekeinde, zij eisten gezamenlijk 50 miljoen euro aan achterstallig loon. In Italië dreigt ook een spelersstaking en worden wedstrijden in halflege, soms vervallen stadions gespeeld. Maar de crisis is overal voelbaar. Ook de Nederlandse clubs zijn afhankelijk van de miljoenen die Spaanse, Italiaanse en Engelse clubs betalen voor talentvolle spelers uit de eredivisie. De voetbalmarkt heeft veel weg van een piramidespel.

En er zijn andere problemen. Fenerbahçe, landskampioen van Turkije, was er niet bij in Monaco. Onder druk van de UEFA trok de Turkse voetbalbond de club terug uit de Champions League. Fenerbahçe wordt ervan verdacht de landstitel te hebben gekocht. Vervanger Trabzonspor wordt overigens ook verdacht van omkoping.

Ook het voetbal in buurland Griekenland verkeert in een diepe crisis na een omvangrijk omkoopschandaal. En in Bulgarije is het profvoetbal grotendeels in handen van de georganiseerde misdaad, berichtte de Amerikaanse ambassade in een ambtsdocument dat via WikiLeaks naar buiten kwam. Omkoping blijft niet beperkt tot Zuidoost-Europa: Vorig jaar rolde de Duitse justitie een goknetwerk op dat in Duitsland en België actief was en zelfs de uitslagen van interlands had beïnvloed.

Maar de goudkoorts is hardnekkig. Voetbal is geen winstgevende bedrijfstak, maar wel het grootste volksvermaak ter wereld. Nieuw geld uit Rusland en Azië zorgt voor een vliegwieleffect. De Franse club Paris St. Germain, overgenomen door een investeringsfonds dat wordt geleid door een zoon van de emir van Qatar, kocht deze zomer voor 86 miljoen euro aan spelers. In Parijs dromen fans van een titel. Manchester United wil met een beursnotering in Singapore zo’n 700 miljoen euro ophalen. En in Tsjetjenië smijt president Ramzan Kadyrov met miljoenen om zijn Terek Grozny naar de Champions League te loodsen. „Voetbal dient slechts om mensen af te leiden van wat er echt in de wereld gebeurt”, zei de jonge Spaanse voetballer Javi Poves bij zijn afscheid van de sport.

    • Dolf de Groot
    • Koen Greven