Syrische oppositie wil geen buitenlandse hulp

Net als de Libische rebellen heeft de oppositie in Syrië een Nationale Raad opgericht. De verdeeldheid onderling blijft.

In Syrische oppositiekringen wordt de inname van Tripoli door Libische opstandelingen met bewondering gadegeslagen, maar de oppositie is minder jaloers op de hulp die de Libische rebellen kregen van de NAVO.

Deze week confereerden Syrische oppositieleden in een hotel in Istanbul, waar zij de ‘Syrische Nationale Raad’ oprichtten. De Turkse regering laat al maanden oogluikend toe dat Syrische oppositiegroeperingen bekokstoven hoe ze van president Bashar al-Assad moeten afkomen.

„De gebeurtenissen in Libië inspireren ons”, zei de aanwezige mensenrechtenactivist Yaser Tabbara, die in de VS woont. Maar hij voegde eraan toe: „We willen nog steeds geen enkele buitenlandse inmenging, van welke aard dan ook”. „Er zijn geruchten over een NAVO-interventie, maar wij ontkennen die met klem”.

De inschatting van veel tegenstanders van Assad is dat buitenlandse inmenging de legitimiteit van nieuwe Syrische leiders zal ondermijnen. Dat is ook een belangrijke achtergrond van de onwil van Turkije om te interveniëren in zijn buurland, hoewel het zijn kritiek op Assad almaar opvoert. Turkije ziet militair ingrijpen in Syrië niet als optie, ook al omdat Syrië, anders dan Libië, een dichtbevolkt land is waar militaire actie veel riskanter is.

Het is twijfelachtig of de Nationale Raad die in Istanbul werd opgericht, dezelfde mate van invloed en buitenlandse erkenning zal krijgen als de Libische overgangsraad. Al maanden worstelt de Syrische oppositie met de vorming van een gezamenlijk front. Er is nog altijd geen charismatische leider opgestaan om zo’n front te leiden. De aanwezigen in Istanbul betitelden de conferentie als een „historisch moment”, maar er zijn eerder pogingen geweest de oppositie te verenigen.

Vorige maand nog werd een andere ‘Nationale Raad’ opgericht, tijdens een bijeenkomst van 42 oppositievertegenwoordigers bij een vluchtelingenkamp aan de Turks-Syrische grens.

Khaled Al Haj Saleh, een Nederlandse Syriër die de bijeenkomst in Istanbul bijwoonde, zei dat het doel was „de oppositie als een eenheid te presenteren voor de hele wereld”. „Dat is een moeilijke klus, maar we zijn op de goede weg”.

Maar tekenend voor de verdeeldheid in het oppositiekamp is dat een ander oppositioneel forum, het ‘Algemene Comité voor de Syrische Revolutie’ tijdens de conferentie een verklaring uitgaf waarin het pleitte voor „uitstelling van iedere poging gericht op representatie van het hele Syrische volk, voordat er geen akkoord is tussen de verschillende delen van het volk”. Het Algemeen Comité is zelf een fusie van 44 anti-Assad-groeperingen.