Smerige olie zit vol bedreigingenen kansen

De Amerikaanse president Obama dubt over een omstreden project: een pijpleiding voor teerzandolie uit Canada naar de Golf van Mexico. Het extra werk lokt, maar de milieurisico’s zijn aanzienlijk.

Markeringsstokken staan op een rij op het beboste land van David Daniel in Winnsboro, een plaats in de Amerikaanse staat Texas op zo’n 150 kilometer ten oosten van Dallas. Een strook bomen van 36 meter breed tussen de paaltjes zal tegen zijn wil worden gekapt, zegt Daniel tijdens een wandeling over zijn perceel van 80.000 vierkante meter. Alles in de gemarkeerde baan, tot 40 meter hoge ceders toe, moet plaatsmaken voor de aanleg van een ondergrondse oliepijplijn.

„Hoe meer je over dit project hoort, hoe fouter het klinkt”, zegt Daniel, een timmerman die zich heeft ontpopt tot een actievoerder tegen de olie-industrie. „De wand van de pijp wordt niet veel dikker dan slechts 1 centimeter. En daar willen ze dan onconventionele, zware olie doorheen sturen onder grote druk en bij hoge temperaturen. Het is een bedreiging voor ons grondwater, een angstaanjagend vooruitzicht.”

De stokken geven het traject aan van de Keystone XL, een geplande megapijp om olie te leiden naar de raffinaderijen aan de Texaanse kust van de Golf van Mexico, het grootste raffinagecentrum in Noord-Amerika. De grondstof die vanaf 2013 onder het land van Daniel moet stromen zal afkomstig zijn van de teerzanden in westelijk Canada, veruit de grootste olievoorraad van het continent. De verbinding zal worden aangelegd en beheerd door pijpleidingbedrijf TransCanada.

De pijpleiding van 2.700 kilometer die zes staten doorkruist is inzet van een hevige strijd over de toekomst van de energievoorziening van de Verenigde Staten en de rol daarin van de omstreden Canadese teerzanden, de grootste olievoorraad ter wereld na de reserves van Saoedi-Arabië. Het project is startklaar. Alleen president Obama moet er nog zijn fiat aan geven.

Een besluit over de investering van 7 miljard dollar (4,9 miljard euro) wordt dit jaar verwacht, na inspraakrondes sinds 2008. Velen beschouwen het als een presidentiële keuze tussen enerzijds economische groei en energieveiligheid, en anderzijds milieubescherming. „Wat de VS besluiten heeft grote invloed op wat er in Canada met de teerzanden gebeurt”, zegt Susan Casey-Lefkowitz van de Natural Resource Defense Council in Washington.

Aan de ene kant schept het project, een uitbreiding van het bestaande netwerk dat de Amerikaanse importcapaciteit van teerzandolie zou verdubbelen tot 1,1 miljoen vaten per dag, volgens voorstanders vele tienduizenden banen. Dat is een aanlokkelijk voor Obama, die zijn populariteit ziet dalen wegens de aanhoudende crisis en hoge werkloosheid.

Bovendien zou groeiende olietoevoer uit Canada de Amerikaanse afhankelijkheid van olie uit het Midden-Oosten en andere gebieden met geopolitieke risico’s terugdringen. Obama heeft Canada, nu al goed voor ruim 20 procent van de 11 miljoen vaten die de VS dagelijks importeren, aangemerkt als een „stabiele en berekenbare” bron voor de toekomst.

Aan de andere kant zal toestemming voor Keystone XL worden uitgelegd als presidentiële goedkeuring van groeiende exploitatie van de teerzanden. Milieugroepen zien dat als een stap in de verkeerde richting. Zij zou lijnrecht ingaan tegen Obama’s belofte om meer accent te leggen op schone energie. Vooral het moeizame productieproces verwerpen zij als een bron van broeikasgassen en vervuiling (zie: Hoge olieprijs maakt winning rendabel).

Tegenstanders van de oliezanden voeren dan ook felle actie tegen de Keystone XL-pijplijn. Deze maand protesteren ze in Washington om de regering-Obama ervan te overtuigen het project af te keuren. „Als we de teerzanden willen stoppen, moeten we beginnen om het transport ervan te blokkeren”, zegt Daniel, die de actiegroep Stop Tarsands Oil Pipeline heeft opgericht.

Het is een pittige strijd, want voorstanders van Keystone XL wijzen met evenveel overtuiging op de voordelen van de verbinding. Zware olie uit de teerzanden – ofwel ‘bitumen’, een grondstof die overblijft nadat de stroperig teer chemisch wordt gescheiden van zand en klei – is volgens hen zeer geschikt voor de raffinaderijen aan de Golf van Mexico. Die zijn al berekend op zware olie uit Mexico en Venezuela, twee bronlanden die aan belang inboeten.

„De markt aan de Golfkust is hard op zoek naar extra aanbod van olie”, zegt Greg Stringham, vicepresident van de Canadian Association of Petroleum Producers (CAPP) in Calgary, het zakencentrum van de oliezanden. De raffinagesector in oostelijk Texas, met zijn capaciteit van 9 miljoen vaten per dag, heeft te maken met dalend aanbod, zegt hij. „Er valt een gat bij die raffinaderijen.”

Ook vanuit Canadees perspectief is de verbinding aantrekkelijk. De teerzanden hebben behoefte aan betere toegang tot afzetmarkten om de verwachte, forse groei in productie bij te benen. Die productie ligt momenteel op 1,6 miljoen vaten per dag – een volume dat volgens ramingen zal oplopen tot 3,7 miljoen vaten in 2025.

Grote olieproducenten als Shell, ExxonMobil, BP en Total investeren miljarden in industrieën om de oliezanden te exploiteren, veelal ter compensatie van dalende productie uit conventionele bronnen elders.

Behalve raffinage biedt de industrie in Port Arthur aan de kust van Texas, twee uur rijden ten oosten van Houston, toegang tot een diepzeehaven. Die hebben de teerzanden, gelegen in het noorden van de Canadese prairieprovincie Alberta, nu niet. Met Keystone XL zouden de teerzanden, die nu vooral produceren voor de Canadese markt en het Amerikaanse Midwest, worden ontsloten voor andere delen van de wereld, waaronder China en Europa. Verbinding van de twee oliecentra ligt volgens Stringham dan ook voor de hand. „Het is een goed huwelijk.”

Volgens tegenstanders is er geen haast. „We moeten niet hals over kop een vergunning geven die onze afhankelijkheid van teerzandolie meer dan verdubbelt”, zegt Casey-Lefkowitz. Volgens haar wordt bij de winning van olie uit de teerzanden 87 procent meer aan broeikasgassen uitgestoten dan bij het aanboren van conventionele olie. „Als we inzetten op de verbranding van teerzandolie, zullen we onze klimaatdoelen nooit bereiken. Het is een nachtmerrie voor het milieu.”

Behalve de vervuiling bij de winning kleven er volgens critici ook grote milieurisico’s aan het transport van de grondstof. Bitumen is stroperiger dan conventionele olie; om het door de pijp te sturen moet het worden verdund tot zogenoemd ‘diluted bitumen’, kortweg ‘dilbit’. Dat mengsel, dat zanddeeltjes bevat, wordt onder grotere druk en bij hogere temperaturen door de pijp geperst dan conventionele olie – met meer risico op lekkage, zeggen zij.

Casey-Lefkowitz, mede-auteur van een kritisch rapport over dilbit, wijst op een lek van een pijplijn in Michigan vorig jaar; bij dat ongeluk stroomde 3 miljoen liter bitumen in de rivier de Kalamazoo.

Brenda Kenny van de Canadian Energy Pipeline Association, een organisatie van pijpleidingbedrijven, bestrijdt dat transport van dilbit gevaarlijker is. „Er is geen enkele indicatie dat pijpleidingen die bitumen transporteren blootstaan aan grotere veiligheidsrisico’s of slijtage. De beheerders nemen geen risico’s met hun miljardeninvesteringen.” Technologie om pijpleidingen van binnen te inspecteren draagt er volgens haar toe bij deze „veruit de veiligste en milieuvriendelijkste manier zijn om olie te transporteren.”

In Winnsboro zijn David Daniel en andere grondbezitters niet gerust op de goede bedoelingen van TransCanada en de oliesector. Olierampen als die in Michigan en het lek van BP in de Golf van Mexico hebben veel twijfel gezaaid. Vooral de schade die een lek zou kunnen aanrichten aan het drinkwater baart zorgen. „Drinkwater is van groter nationaal belang dan deze olie”, zegt Daniel.

Eleanor Fairchild, een andere grondbezitter in het tracé van Keystone XL, had nog nooit van de teerzanden gehoord, maar weet nu dat de reserves in Canada groot genoeg zijn om voor de komende 200 jaar olie te winnen. „Hoe zit het dan met schone energie? We praten al over schone energie sinds president Carter [1977-1981, red.]. Ik denk niet dat ik het nog meemaak.”

Toch telt Texas ook veel voorstanders van de pijplijn. Bijvoorbeeld in het plaatsje Nederland, een buurgemeente van raffinagecentrum Port Arthur. Het dorp is het eindpunt van Keystone XL-pijplijn.

Dit Nederland (spreek uit: Niederlend) staat vol met tientallen megatanks waarin ruwe olie wordt opslagen voor levering aan grote raffinaderijen van onder meer Valero, Shell en Total. Het dorp werd gesticht door Nederlandse immigranten aan het einde van de negentiende eeuw. Nu telt het 18.000 inwoners en ziet het er welvarend uit.

„Olie beheerst dit gebied, het betekent de boterham voor vele inwoners”, zegt Dick Nugent, burgemeester van Nederland. „Het pijplijnproject is een buitenkans voor ons, het zal banen scheppen en een nieuwe bron van ruwe olie opleveren voor de raffinaderijen. Toevoer van ruwe olie is goed voor het land. Het gaat om zwaardere olie met een hoger gehalte aan zwavel, maar het is bruikbaar, verkoopbaar en er is behoefte aan, daar gaat het om.”

Nugent houdt er geen rekening mee dat het Keystone-project wordt afgewezen. „Welnee, het gaat door, de belangen zijn te groot”, zegt hij. „Ze praten er al een paar jaar over. De lui in Washington moeten eindelijk eens in actie komen en dit ding goedkeuren. Alles staat klaar om te beginnen, het is alleen nog een kwestie van het definitieve ‘ja’.”

    • Frank Kuin