Rusland verbindt zich aan Syrië van Assad

Een wapenembargo tegen Syrië is onbespreekbaar voor Rusland. President Assad is als bondgenoot te belangrijk, voor de Russische rol in de regio en eigen wapenverkoop.

Begin augustus leek het er even op dat Rusland zijn oude bondgenoot Syrië liet vallen, toen het een verklaring van de Verenigde Naties steunde waarin het geweld van president Bashar al-Assad tegen de betogers in zijn land werd veroordeeld. Maar de internationale gemeenschap juichte te vroeg. Want verder dan die verklaring gaat het Kremlin niet.

Een VN-resolutie voor een wapenembargo tegen Syrië zal zeker door een Russisch veto worden getorpedeerd. Syrië is een veel te belangrijke bondgenoot voor het Kremlin. ,,Sancties zullen het geweld alleen maar aanmoedigen”, zei de Russische VN-ambassadeur Vitali Tsjoerkin afgelopen woensdag alvast als opmaat voor zijn naderende veto.

De reden voor de opstelling van het Kremlin is deels ingegeven door de gebeurtenissen in Libië. In de VN-Veiligheidsraad stemde Rusland niet tégen de VN-resolutie voor het instellen van een no-flyzone en een wapenembargo tegen dat land, maar onthield het zich van stemming.

Wel bleef het tot het einde toe kritisch over de NAVO-operatie, die ontaardde in militaire steun aan de rebellen. En dat laatste beviel het Kremlin niets, ook met het oog op eventuele toekomstige onlusten in de eigen invloedssfeer.

Andere redenen voor de Russische houding zijn pragmatischer. Het Kremlin ziet Syrië als middel bij uitstek om zich in de vredesonderhandelingen voor het Midden-Oosten ten opzichte van de VS en de EU als grootmacht te profileren.

Als er één land druk op Syrië kan uitoefenen om met Israël om de tafel te gaan zitten, is het Rusland wel. De banden tussen de het Kremlin en het Syrische Ba’ath-regime, dat er een seculiere en socialistische ideologie op nahoudt, dateren uit de Koude Oorlog. Assad nu laten vallen zou de eigen positie in de regio alleen maar ondergraven.

En dan is er de economische factor. Syrië is al sinds de jaren zeventig een trouw afnemer van Russische wapens en voorziet de schatkist jaarlijks van enkele miljarden dollars. Maar het verdrijven van de Libische leider Gaddafi heeft aanzienlijke schade toegebracht aan Ruslands imago van betrouwbare wapenleverancier in de Arabische wereld, omdat het Kremlin met zijn onthouding in de VN-Veiligheidsraad ook stilzwijgend akkoord met het wapenembargo tegen Libië. Om van dat gehavende imago nog iets te redden, moet Rusland ditmaal zijn leveranties aan Syrië garanderen en tegen een VN-resolutie stemmen.

Een derde reden voor de Russische opstelling is een militaire. Rusland heeft in het Syrische Tartus een marinebasis, die het in 2008 moderniseerde als alternatieve plek voor de basis in het Oekraïense Sebastopol. Toen de betrekkingen met Kiev onder de vorige Oekraïense regering snel verslechterden, zag het er niet naar uit dat de Russische Zwarte-Zeevloot na 2017 nog in Sebastopol kon blijven.

Inmiddels lijkt die zorg weggenomen en wordt Tartus vooral voor de bevoorrading van Russische marineschepen gebruikt. Maar in tijden van nieuwe crises in het Midden-Oosten of Noord-Afrika kan de basis een belangrijke rol voor de Russische vloot spelen.

Vladimir Poetin bezag het Midden-Oosten in de eerste termijn van zijn presidentschap voornamelijk vanuit economisch oogpunt. Mede daarom bouwde hij een uitstekende band met Israël op, wat de relatie tussen Damascus en Moskou deed verkillen.

Nadat president Assad in 2005 een bezoek aan Moskou had gebracht, leek alles weer goed te komen. Het Kremlin schold de Syriërs als goedmakertje hun schuld van tien miljard dollar voor geleverde wapens kwijt. In ruil moest Syrië in het vervolg contant voor wapens betalen en voor Russische olie- en gasbedrijven gunstige contracten afsluiten.

Een succesvolle wapenhandel is op dit moment voor beide landen belangrijk. Voor het regime van president Assad om zich te kunnen verdedigen tegen zijn belagers, voor Rusland om te voorkomen dat zijn huidige klanten in het Midden-Oosten en Noord-Afrika hun heil gaan zoeken bij China, dat nu al een geduchte concurrent is.