Reces bij de publieke omroep

Hij zal vanavond opnieuw niet op televisie verschijnen voor ‘het wekelijks gesprek met de minister-president’. Net zo min als Mark Rutte dat de afgelopen twee weken deed. De komende vrijdagen zal deze tv-uitzending haar zomerslaap voortzetten. Ook al geeft de premier, sinds hij is teruggekeerd van vakantie en de ministerraad weer elke vrijdag vergadert, daarna wel telkens een persconferentie. Daar is genoeg reden voor. Het regeren in Nederland en het meeregeren in Europa houdt in de zomer niet op. De vragen erover verstommen evenmin.

Het is een aardige traditie die past in een democratie: de minister-president die zich wekelijks, op vrijdagmiddag- of avond, door journalisten aan de tand laat voelen over de besluiten die het kabinet (niet) heeft genomen en over andere politieke actualiteiten. En die dezelfde avond bij de publieke omroep de gelegenheid krijgt om, kritisch bevraagd, voor een breed publiek zijn standpunten toe te lichten.

Maar nu dus even niet. Omdat er ooit, in de vorige eeuw, de afspraak is gemaakt tussen de Rijksvoorlichtingsdienst en de Tweede Kamer dat er in verkiezingstijd en gedurende het zomerreces van de Tweede Kamer tot aan Prinsjesdag geen wekelijks interview zal worden uitgezonden.

Die terughoudendheid in verkiezingstijd is begrijpelijk en terecht. De premier is een politicus die louter door zijn status niet extra electoraal voordeel hoort te krijgen. Maar de wekenlange pauze in de zomer, met als reden dat de regering tot aan Prinsjesdag niets mag zeggen over de komende Rijksbegroting, doet archaïsch aan. De persconferenties van de afgelopen weken toonden aan dat de premier genoeg te melden had. Over het Europese hulppakket aan Griekenland en de rol van Finland daarbij, bijvoorbeeld. Over de stand van de Nederlandse economie. Ze waren bovendien, voor wie de gelegenheid had, rechtstreeks te volgen op het digitale tv-kanaal Politiek 24 en zijn via internet alsnog te zien. Middelen die nog niet bestonden toen indertijd die afspraak tot stand kwam.

Het ontbreken van het wekelijkse gesprek past bij het wat suffige beeld dat de omroep traditioneel in de zomer biedt. Neem het zondagse tv-programma Buitenhof dat zichzelf aankondigt als „het wekelijkse interview- en discussieprogramma bij de publieke omroep”. Wekelijks? Op 12 juni ging het licht in de studio uit en pas twaalf weken later, 4 september, zal het weer aangaan, in een andere studio. Dat na een periode waarin zelfs de komkommers, door de EHEC-bacterie, nieuws waren. Net zoals Noorwegen, Libië, Syrië, de euro, Griekenland en nog een reeks onderwerpen zich heel goed leenden voor een debat op tv. Maar Buitenhof was zo stil als een premier op een vrijdagavond in de zomer.