P.G. Wodehouse en de Hollywood nazi-agent

De Britse geheime dienst MI5 heeft tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog de Brits-Amerikaanse humoristische schrijver P.G. Wodehouse ondervraagd over mogelijke collaboratie met de nazi’s. Dat blijkt uit geheime documenten die MI5 vandaag heeft vrijgegeven.

Wodehouse (1881-1975), schepper van romans over de butler Jeeves, woonde bij het uitbreken van de oorlog in Frankrijk, en werd door de Duitsers gevangengenomen. Hij kwam met zijn vrouw uiteindelijk in Berlijn terecht. Daar hield hij op verzoek van de nazi’s een paar humoristische radiopraatjes gericht op de Amerikanen; Wodehouse verbleef veel in de VS. In Engeland, dat werd gebombardeerd door de Duitsers, werden die lichtvoetige radiopraatjes als verraad ervaren. Wodehouse zelf, die vrijkwam na die radio-uitzendingen, vertelde de geheime dienst dat hij ‘nooit de bedoeling had om de vijand te helpen’; hij wilde laten zien hoe goed de Britse gevangenen in Berlijn de moed erin hielden. MI5 stelde later vast dat Wodehouse geen nazipropaganda had gemaakt. Maar de Britse geheime dienst speurde naar de man die Wodehouse de opdracht bezorgd had: de Duitser Werner Plack, die in Hollywood als nazi-agent had gewerkt en die van spionage werd verdacht. Plack zou Wodehouse, die hij kende uit Hollywood, hebben aanbevolen aan de nazi’s als een nuttige propagandist. Wodehouse zei in 1944 tegen een MI5-agent daarover geschokt te zijn. Hij noemde de radiotoespraken een ‘vreselijke fout’ waar hij onder leed. Winnie the Pooh-auteur A.A. Milne verbrak zijn vriendschap met hem wegens de radiopraatjes. (AP)