Industrie aan de oevers van de Waddenzee

Waar liggen de Duitse Waddeneilanden? Het antwoord is: vlak naast de Nederlandse. Dus als de Staat der Nederlanden in de Groningse Eemshaven een grote kolengestookte energiecentrale wil bouwen, is het verstandig verder te kijken dan de eigen zeegrens. Al was het maar omdat het Duitse eiland Borkum, een bekend kuuroord voor longpatiënten, slechts vijftien kilometer verderop ligt.

Woensdag weigerde de Raad van State twee essentiële vergunningen voor de Essent-kolencentrale die in de Eemshaven in aanbouw is. Daardoor is een investering van 2,6 miljard euro onzeker geworden en dreigt een behoorlijke vertraging van de ingebruikname. Als het zover nog komt: tegen kolengestookte centrales groeien in rap tempo de bezwaren.

De zaak werd op vrijwel alle punten door de milieubeweging verloren. Behalve op twee cruciale. En die zijn van een kaliber dat rustig van een kapitale blunder door de overheid kan worden gesproken. Het milieuadviesbureau Arcadis, dat voor de staat de vergunning had voorbereid, beperkte zich bij zijn onderzoek naar milieueffecten tot de gevolgen voor de Nederlandse Wadden. Voor de Duitse waddeneilanden Borkum, Memmert, Juist, Norderney en Baltrum werd geen nader onderzoek verricht.

En dat was fout, want de Habitatrichtlijn van de Europese Unie verplicht overheden ook voor gebieden die geen rechtstreekse, maar wel significante gevolgen kunnen ondervinden, passende beoordelingen te maken. Of niet-juridisch gezegd: goed nabuurschap betekent dat je niet met de rug naar de buren zomaar een kolencentrale mag bouwen. Behalve op een aantal milieutechnische en omgevingsrechtelijke bezwaren heeft de Raad van State dus ook een buitenlands-politieke correctie uitgedeeld. Die is des te pijnlijker, omdat je geen milieuexpert hoeft te zijn om te bedenken dat een Europese lidstaat de inwoners van Borkum even zorgvuldig moet behandelen als die van Vlieland.

De uitspraak maakt duidelijk dat behalve de grens met Duitsland ook die met het aangrenzende natuurreservaat is overschreden. Het is volgens de Raad van State aannemelijk dat zeezoogdieren in de Waddenzee zullen worden verstoord. Daarmee wordt een harde wettelijke norm overtreden. Het blijkt de overheid te ontbreken aan voldoende wetenschappelijke kennis om met redelijke zekerheid te kunnen zeggen dat een aantal vissoorten en de zeezoogdieren geen schade zal lijden. We weten er dus gewoon te weinig van om dit te kunnen doen. Was de beslissing om aan de oevers van de Waddenzee een kolossale industriële ontwikkeling op gang te brengen wel verantwoord? De rechter stelt grenzen aan de groei. Die van de natuur en die met de buren.