Iedereen een Bentley

Nog een paar dagen en er komt weer een voorlopig einde aan de mensenhandel. Aan de idiotie van miljoenen voor een paar kromme benen, zij het met gouden enkeltjes. Transfers in het voetbal maken veel stuk. De een mag weg, de ander niet. Spelers worden verkocht om verhuurd (lees vernederd) te worden. Clubs en zaakwaarnemers sluiten deals die pas achteraf te doorgronden zijn.

Ouders worden afgekocht met een nieuwe keuken, een scooter en drie hobbelpaarden voor de rest van het gezin. De voetballer springt van zijn oude Volvokarretje in een Bentley.

Het is wat de gek er voor geeft.

Het hele Europese voetbal verkeert in ademnood. Het duizelt de clubs van de rode cijfers, maar in de maand augustus heerst onverminderd het casinokapitalisme. En de duisternis van willekeur.

Het zou zomaar kunnen dat een schitterende stilist als Mounir El Hamdaoui nog een tijd moet verkommeren bij de beloften van Ajax. Weliswaar voor een riant salaris, maar zonder levensvreugde. De frivole spits had het afgelopen seizoen een aanvaring met coach Frank de Boer en sindsdien is hij gekazerneerd bij de nuttige idioten. Daar komt geen schuldgevoel bij kijken. Hij mag wel weg, maar alleen voor de juiste prijs. Wat is een juiste prijs? Is Samuel Eto’o vijfentwintig miljoen waard? Inclusief een jaarlijks salaris van twintig miljoen euro? En neemt hij daarom zijn voetbalhart mee naar Rusland?

Arjen Robben gaf te kennen dat hij desnoods alleen naar FC Barcelona getransfereerd wenst te worden. Grozny trekt hem niet. Duidelijke taal. Maar dat is weinig voetballers gegund. Ergo: ze hebben nauwelijks een stem in hun eigen transfer. Het land, de club, het geld… het overkomt hun veelal.

Zelfs een wereldster als Wesley Sneijder laat al weken met zich jojoën. Wel of niet naar ManUnited? De preses van Inter weet het nog niet, Wesley weet het ook niet, en Yolanthe houdt haar hart vast. De fans van Inter worden in het ongewisse gelaten. Straks moet er op hun droom toch weer een andere naam worden geplakt.

Het lijkt wel bloeddorst.

Sommige spelers hebben twee tot drie zaakwaarnemers. Die houden er graag een onderlinge guerrilla op na. De FIFA denkt eraan, zij het nog niet fanatiek, de clubs te verplichten in contracten vast te leggen wie de zaakwaarnemer van de speler is. Officiële zaakwaarnemers worden namelijk gehinderd door loslopend wild, dat zich soms laat afdekken door advocaten. Nog steeds zijn er groenteboeren die zich zaakwaarnemer noemen. Met medeplichtigheid van de clubs. Ze hoeven maar één grote slag te slaan en het winkeltje kan dicht.

Benfica, dat FC Twente zo smadelijk wegspeelde, heeft een schuld van meer dan honderd miljoen euro. Dat kan in Portugal. In Spanje gaan ze makkelijk nog een half miljard dieper in het rood. Maar ook tijdens deze transferperiode werd weer gehandeld bij het leven. Dat voetballers maanden op hun salaris moeten wachten, wordt door de bond en de FIFA nauwelijks aangerekend. Kortom, van een fatsoenlijk sociaal weefsel voor voetballers is in Portugal, Spanje en Italië geen sprake.

De spelersstaking voor één zondag maakt helemaal geen indruk. Een club als Real Madrid met een waanzinnige spookbegroting zal nooit failliet gaan. Dat laat de politiek niet toe. En Barcelona kan, ondanks de enorme financiële krater, nog altijd Cesc Fàbregas kopen.

Ook in naam van de regering.

Het is tijd om een trofee te bedenken voor voetballers die tien jaar bij dezelfde club zijn gebleven. Een gala mag ook. En tien lintjes van de Koningin.

    • Hugo Camps