Het gelijk der oudgedienden

Oudgedienden hebben makkelijk praten. Ze hebben wel kennis en ervaring, maar worden niet meer belemmerd door posities. Ze kunnen dus vrijer praten, zonder het risico te lopen dat hun achterban of coalitiepartner gaat mokken. Het is dan ook geen toeval dat drie voormalige regeringsleiders afgelopen weken naar buiten zijn getreden.

Twee weken geleden nam ex-premier Ruud Lubbers (CDA) afstand van huidig premier Mark Rutte (VVD) door een lans te breken voor de uitgifte van euro-obligaties en een sterkere positie van de Europese Centrale Bank. Gisteren pleitte Lubbers’ opvolger Wim Kok (PvdA) in een interview voor machtsoverdracht van de nationale staten. VVD en CDA moeten het voortouw nemen en zich niet laten „kraken” door de radicale anti-Europeanen van de PVV. Ook de liberale oud-premier Guy Verhofstadt van België herhaalde laatst zijn pleidooi voor euro-obligaties.

En in Duitsland opende oud-bondskanselier Helmut Kohl (CDU) over nagenoeg de hele flank impliciet de aanval op het buitenlandbeleid van zijn land. Duitsland is te afwachtend: binnen de EU (staatsschuldcrisis) en de NAVO (Libië). Als Duitsland „zonder kompas en anker over de wereldzee” drijft, isoleert de vijfde industrienatie ter wereld zich, meent hij.

Kohl, Kok en Lubbers waren betrokken bij de conceptie van de weeffout in de eurozone: een gemeenschappelijke munt zonder een politieke autoriteit. Kohl zegt nu zelfs dat Griekenland nooit tot de euro zou zijn toegelaten als hij in 2001 had geregeerd. Maar lamenteren heeft geen zin, voegt hij er onmiddellijk aan toe.

Zo is het. Want de regeringsleiders die bij de reddingsoperatie van de euro de leiding moeten durven nemen, laten zich hier en nu ringeloren door hun juniorpartners en mediacritici in eigen land. Angst regeert. In Duitsland komt de CDU/CSU in geen enkele peiling boven de 35 procent uit. In Nederland ziet de VVD haar virtuele aanhang afkalven.

De zorgen en kritiek van de oud-leiders snijden niettemin, in elk geval voor een deel, hout. Ze zouden alleen best een stap verder mogen en kunnen gaan. Natuurlijk moeten ze hun opvolgers niet voor de voeten lopen. Maar met inachtneming van die terughoudendheid zijn er opties voor politieke actie: namelijk op het aloude supranationale Europese partijpolitieke niveau.

Een van de kleinere maar opmerkelijke details in de crisisketen deze zomer is de pregnante afwezigheid van de pan-Europese stromingen. Het grensoverschrijdend contact tussen de zusterpartijen binnen de christen-democratische EVP, de sociaal-democratische PES en de liberale ELDR lijkt geringer dan ooit. Toch zouden ze een rol kunnen spelen.

Revitalisatie van deze politieke ‘internationales’ is bij uitstek de oudgedienden op het lijf geschreven.